wetzoeker

4.4.1 — Kwalificatie Britse overzeese gebieden als staat in de zin van artikel 15e Wet Vpb 1969 Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026

Kwalificatie Britse overzeese gebieden als staat in de zin van artikel 15e Wet Vpb 1969

Op grond van artikel 15e, eerste lid, Wet Vpb 1969 wordt bij een belastingplichtige met winst uit een andere staat de winst verminderd met de positieve en de negatieve bedragen van de winst uit die staat.

Aangezien de Britse overzeese gebieden niet vallen onder de werking van het met het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gesloten belastingverdrag uit 2008 (Trb. 2008, 201), moet voor winsten uit de Britse overzeese gebieden voor de toepassing van de objectvrijstelling worden gekeken naar artikel 15e, tweede lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969. Ook in die situatie, waarin er geen belastingverdrag van toepassing is, is van belang of sprake is van winst die afkomstig is uit een andere staat.

In dit kader is de vraag opgekomen of het Brits Antarctisch Territorium, Zuid-Georgia en de Falklandeilanden elk kunnen worden gezien als staat. Dat is het geval. Artikel 2, tweede lid, letter d, AWR, verstaat onder een ‘staat’ mede een ‘mogendheid’. Op grond van artikel 2, tweede lid, letter c, AWR, wordt onder een mogendheid mede begrepen een daarmee gelijk te stellen bestuurlijke eenheid. Het Brits Antarctisch Territorium, Zuid-Georgia en de Falklandeilanden kwalificeren elk als bestuurlijke eenheid en daarmee als ‘staat’ in de zin van artikel 15e Wet Vpb 1969.

Regeling
Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
20-08-2026
BWB-id
BWBR0053045
Versie
2026-08-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl