wetzoeker

4.3.1 — Vrijval opwaarderingsreserve bij zetelverplaatsing Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026

Vrijval opwaarderingsreserve bij zetelverplaatsing

Wanneer sprake is van een zetelverplaatsing van een belastingplichtige met een opwaarderingsreserve als bedoeld in artikel 13ba Wet Vpb 1969, en geen vaste inrichting in Nederland aanwezig is waaraan deze reserve kan worden toegerekend, brengt artikel 15d Wet Vpb 1969 mee dat deze reserve op dat moment moet vrijvallen in de Nederlandse winst. In deze situatie is de belastingplichtige opgehouden in Nederland belastbare winst te genieten. Doordat in de toekomst de mogelijkheid van in Nederland belastbare winst ontbreekt, kan de opwaarderingsreserve niet langer ten gunste van de Nederlandse winst vrijvallen. Om de bestaande 13ba-claim te effectueren, dient daarom belasting te worden geheven op de voet van artikel 15d Wet Vpb 1969, al dan niet in samenhang met artikel 15c Wet Vpb 1969.

Als de belastingplichtige haar zetel verplaatst naar een lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan kan zij op grond van artikel 25b Invorderingswet 1990 verzoeken om de verschuldigde belasting ter zake van de bedoelde vrijval in vijf gelijke jaarlijkse termijnen te voldoen.

Regeling
Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
20-08-2026
BWB-id
BWBR0053045
Versie
2026-08-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl