wetzoeker

2.4.2 — Inwonerschap vrijgestelde lichamen onder het verdrag met Zuid-Afrika (2005) Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026

Inwonerschap vrijgestelde lichamen onder het verdrag met Zuid-Afrika (2005)

Volgens artikel 1 van het belastingverdrag tussen Nederland en Zuid-Afrika (Trb. 2006, 6) is het verdrag van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide verdragsluitende staten. Artikel 4 van het verdrag bepaalt dat onder een inwoner wordt verstaan iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid. Artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het verdrag regelt dat een pensioenfonds dat volgens de wettelijke bepalingen van een verdragsluitende staat erkend is en aldaar onder toezicht staat en waarvan het inkomen in het algemeen is vrijgesteld van belasting in die staat, eveneens als verdragsinwoner wordt aangemerkt.

De vraag is opgekomen wat het voorgaande betekent voor het verdragsinwonerschap van andere van winstbelasting vrijgestelde lichamen die niet expliciet in het verdrag zijn genoemd. Deze vraag kan worden gezien tegen de achtergrond van het arrest van de Hoge Raad van 4 december 2009 (het zogenoemde VS-verenigingsarrest).

9 Hoge Raad van 4 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BF0938.

In het verdrag met Zuid-Afrika is, zoals opgemerkt, een specifieke bepaling opgenomen waarin alleen erkende pensioenfondsen als verdragsinwoner worden aangemerkt. Dit impliceert dat, gelet op de vereiste onderworpenheid, andere van winstbelasting vrijgestelde lichamen, niet als verdragsinwoner kunnen worden aangemerkt.

Voor de volledigheid wijs ik in dit verband op onderdeel 6.1 van het besluit van 22 februari 2018, nr. 2018-20130 (Stcrt. 2018, 17300)

10 Laatstelijk gewijzigd bij besluit van 18 september 2023, nr. 2023-20339 (Stcrt. 2023, 26401).

over de vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en teruggaaf van dividendbelasting. De Belastingdienst kan voor alle belastingverdragen op basis van wederkerigheid een woonplaatsverklaring verstrekken aan in Nederland gevestigde maar van winstbelasting vrijgestelde lichamen. Er kan daarbij van wederkerigheid worden uitgegaan, tenzij het tegendeel blijkt. Nederland zal, gelet op deze wederkerigheid, in beginsel door verdragspartners afgegeven woonplaatsverklaringen erkennen en dienovereenkomstig verdragsvoordelen verlenen indien aan de eisen in het desbetreffende verdrag wordt voldaan.

Voor meer recent gesloten verdragen volgt uit de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011

11 Kamerstukken II 2010/11, 25 087, nr. 7, bijlage 99875 (blz. 32).

(en de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2020

12 Kamerstukken I 2019/20, 25 087, N.

) dat het Nederlandse verdragsbeleid erop is gericht om (door de opname van een specifieke bepaling in belastingverdragen) alle van winstbelasting vrijgestelde lichamen, in beginsel

13 Technisch gezien regelt de bedoelde bepaling dat een subjectief vrijgesteld lichaam, de niet-ondernemende vereniging en stichting daaronder begrepen, wordt geacht te zijn onderworpen aan een belasting naar de winst. Daarmee staat het verdragsinwonerschap evenwel nog niet volledig vast, omdat voorts moet worden voldaan aan de voorwaarde dat de betreffende entiteit niet slechts mag zijn onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in, kort gezegd, de vestigingsstaat. De invulling van het begrip onderworpenheid (‘liable to tax’) door de bedoelde bepaling laat de toepassing van artikel 4, eerste lid, tweede zin, OMV dus onverlet.

, als onderworpen aan te merken.

14 Voor de vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) is het Nederlandse verdragsbeleid om deze uit te sluiten van (relevante) verdragsvoordelen om onwenselijk gebruik tegen te gaan. Zie motie-Omtzigt/Van Vliet (Kamerstukken II 2010/11, 25 087, nr. 13), en Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2020, onderdeel 4.3.2.

Regeling
Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
20-08-2026
BWB-id
BWBR0053045
Versie
2026-08-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl