wetzoeker

2.11.5 — Door bank ontvangen vergoedingen, het begrip interest en tweede limiet Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026

Door bank ontvangen vergoedingen, het begrip interest en tweede limiet

Vergoedingen voor andere prestaties dan het ter leen verstrekken van gelden kwalificeren niet als interest in de zin van artikel 11, derde lid, OMV. Dergelijke vergoedingen maken daarom geen deel uit van de tweede limiet ter bepaling van te verrekenen bronbelasting. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan vergoedingen die een in Nederland gevestigde bancaire instelling ontvangt voor werkzaamheden voorafgaande aan en onafhankelijk van de totstandkoming van de geldleningovereenkomst zoals een kredietgoedkeuring en contractonderhandelingen, een afsluitprovisie voor werkzaamheden die zien op het afsluiten van de geldleningovereenkomst, een waiver fee

35 Vergoeding voor werkzaamheden tijdens de looptijd van de geldleningovereenkomst wegens het (door een nalaten of toedoen van de klant) tussentijds aanpassen van de contractvoorwaarden of andere leningsdocumentatie.

, boeterente

36 Vergoeding voor het door de schuldeiser geleden verlies bij tussentijds beëindigen van de geldleningovereenkomst door vroegtijdige aflossing van de geldlening.

of cancellation fee

37 Vergoeding voor het door de schuldeiser geleden verlies bij het niet volledig benutten van de verleende kredietruimte.

. Dergelijke vergoedingen worden niet betaald als vergoeding voor ter leen verstrekte gelden, maar gelden als tegenprestatie voor door de bancaire instelling verrichte activiteiten of bieden compensatie voor een door de kredietgever geleden verlies.

38 Zie het kennisgroepstandpunt KG:040:2024:10, dat eerder is gepubliceerd op de website kennisgroepen.belastingdienst.nl.

Het voorgaande geldt ook voor de toepassing van artikel 5, onderdeel b, Bvdb 2001.

De hiervoor bedoelde vergoedingen vallen niet onder het restrictief uit te leggen begrip inkomsten uit schuldvorderingen en kwalificeren daarom niet als interest in de zin van artikel 11, derde lid, OMV.

39 Zie ook HR 6 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1733.

De heffingsbevoegdheid over deze vergoedingen is als winst uit onderneming (artikel 7 OMV) in principe volledig toegewezen aan de woonstaat. Dit is slechts anders als in een verdrag (conform onderdeel 21 van het Commentaar bij artikel 11 OMV) aan de term interest een van het OMV afwijkende ruimere betekenis is gegeven, of zulks uitdrukkelijk en ondubbelzinnig in de tekst van het verdrag of in de toelichtende nota tot uitdrukking is gebracht. Een voorbeeld hiervan is het belastingverdrag met Mexico uit 1993 (Trb. 1993, 160; Trb. 2009, 16).

Regeling
Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
20-08-2026
BWB-id
BWBR0053045
Versie
2026-08-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl