2.10.4 — Toepassing artikel 30 BRNC (oud) bij deelnemingsdividenden als bedoeld in artikel 10, achtste lid, BRNC Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026
Toepassing artikel 30 BRNC (oud) bij deelnemingsdividenden als bedoeld in artikel 10, achtste lid, BRNC
Tot 13 juli 2024 bevatte artikel 30 BRNC een tijdelijke overgangsregeling voor deelnemingsdividenden (dat wil zeggen belangen van 25% of meer) uitgekeerd door een lichaam dat inwoner is van Nederland aan een lichaam dat inwoner is van Curaçao in situaties die op 4 juni 2014 al bestonden.
19 Per 13 juli 2024 is de tijdelijke regeling van artikel 30 BRNC komen te vervallen (Stb. 2024, 215).
Deze overgangsregeling, die tot en met 31 december 2019 van toepassing was, betreft situaties waarin het Curaçaose lichaam niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, derde lid, al dan niet in samenhang met artikel 10, vijfde lid, BRNC. Op een dergelijk vóór 1 januari 2020 uitgekeerd deelnemingsdividend is niet het huidige in artikel 10, tweede lid, BRNC opgenomen tarief van 15% van toepassing, maar het in artikel 11, derde lid, BRK opgenomen tarief met dien verstande dat voor 8,3% steeds moet worden gelezen 5%. In genoemde situaties is dus een tarief van 5% van toepassing.
In de situatie waarbij een of meer natuurlijke personen door het tussenschuiven van een lichaam dat aan de gestelde bezitseisen voldoet, Nederlandse belastingheffing willen voorkomen, verkrijgt Nederland op grond van artikel 22, eerste lid, BRNC (tekst tot 13 juli 2024
20 Artikel 22 BRNC is gewijzigd per 13 juli 2024 (Stb. 2024, 215).
) in samenhang met de antimisbruikbepaling van artikel 17, derde lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969
21 Per 1 januari 2018 bevat artikel 4, derde lid, onderdeel c, Wet DB 1965 een antimisbruikbepaling waarvoor eveneens geldt dat, als gevolg van artikel 22 BRNC, de bepalingen van de BRNC geen beletsel vormen voor de toepassing daarvan.
het recht het dividend te belasten tegen 15%, zijnde het in artikel 10, tweede lid, BRNC opgenomen tarief dat geldt voor natuurlijke personen.
Omdat artikel 10, achtste lid, BRNC pas toepassing vindt als het Curaçaose lichaam niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 10, derde lid, al dan niet in samenhang met artikel 10, vijfde lid, BRNC, geldt artikel 30, eerste lid, BRNC (oud) eveneens voor deze misbruiksituatie. Ook in dat geval dient het tarief van 5% te worden toegepast. Dit tarief moet evenwel naar 0% worden teruggebracht als de eerste zin van het tweede lid van artikel 30 BRNC (oud) op het dividend van toepassing is.
De eerste zin van artikel 30, tweede lid, BRNC (oud) stelt in afwijking van artikel 22 BRNC (oud) namelijk artikel 17, derde lid, onderdeel b, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, tot en met 31 december 2019 buiten toepassing. Het tarief beloopt in dat geval 0%.
Dit is volgens de tweede zin van artikel 30 BRNC (oud) anders indien Nederland op basis van zijn wetgeving of enigerlei internationale regeling niet bevoegd is dividendbelasting te heffen over de dividenden.
In het hier aan de orde zijnde geval kwalificeert de BRNC als ‘internationale regeling’ die de heffing van Nederlandse dividendbelasting onmogelijk zou maken. Op grond van de derde zin van artikel 30, tweede lid, BRNC (oud) mag Nederland daarom de dividenden toch belasten tegen een tarief van 5%.
Voor deelnemingsdividenden die ná 31 december 2019 uitgekeerd zijn, is de regeling van artikel 30 BRNC (oud) niet langer van toepassing. Dit betekent dat als aan de voorwaarden van artikel 17, derde lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969 of artikel 4, derde lid, onderdeel c, Wet DB 1965 in samenhang met artikel 22 BRNC (oud) is voldaan, het uitgaande dividend tegen een tarief van 15% in de heffing wordt betrokken.
- Regeling
- Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 20-08-2026
- BWB-id
- BWBR0053045
- Versie
- 2026-08-20_0