wetzoeker

2 — Belastingverdragen Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026

Belastingverdragen

Dit hoofdstuk bevat standpunten over de uitleg van bepalingen die zijn opgenomen in door Nederland met andere landen overeengekomen belastingverdragen. Hierbij is in voorkomende gevallen mede gebruikgemaakt van het Commentaar. Mede gelet op de hierover gewezen jurisprudentie

2 Zie o.a. Hoge Raad 14 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1436.

is daarbij uitgegaan van, wat ik noem, een beperkt dynamische interpretatie. Dit houdt allereerst in dat voor verdragsbepalingen die zijn gemodelleerd naar de bepalingen van het OMV, het Commentaar zoals dat luidde ten tijde van het overeenkomen van het desbetreffende verdrag van grote betekenis is. Dit is eveneens het geval als de andere verdragspartij een niet-OESO-land is.

3 Zie o.a. Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2703, inzake Nigeria, Hoge Raad 21 februari 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2699, inzake Brazilië, Hoge Raad 9 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AU3577, inzake Zuid-Afrika, en Hoge Raad 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:771, inzake Mexico.

Als verdragspartijen de verdragstekst hebben gebaseerd op zowel het OESO- als het VN-modelverdrag, dan komt aan beide commentaren betekenis toe.

4 Zie Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:4, inzake India.

Daarnaast kan ook een latere wijziging van het Commentaar – dat wil zeggen Commentaar dat is gepubliceerd nadat een belastingverdrag is gesloten – van belang zijn voor de uitleg van de desbetreffende verdragsbepaling, voor zover die wijziging van het Commentaar een precisering of verduidelijking is van de bepaling van het OMV.

5 Hoge Raad 14 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1436.

Een standpunt over de uitleg van een in een concreet belastingverdrag opgenomen OESO-gemodelleerde bepaling dat (mede) is gebaseerd op het Commentaar kan als richtsnoer worden genomen voor de uitleg van vergelijkbare bepalingen in andere belastingverdragen. Uiteraard zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld of sprake is van voldoende vergelijkbaarheid met de bepalingen van het OMV, of een latere wijziging van het Commentaar kan worden aangemerkt als een precisering of een verduidelijking, en of de uitleg van een verdragsbepaling niet al kan worden afgeleid uit het verdrag zelf of uit uitlatingen hierover door de verdragspartijen. Voorts kan van belang zijn dat in een aantal verdragen een (protocol-)bepaling is opgenomen die ziet op de betekenis van het Commentaar (of het commentaar bij het door de Verenigde Naties opgestelde modelbelastingverdrag) bij de uitleg van de verdragsbepaling(en). In voorkomende gevallen moet dus ook de reikwijdte van zo’n ‘uitleg-bepaling’ bij de beschouwing worden betrokken.

Op 1 juli 2019 is voor Nederland het MLI in werking getreden. In het MLI zelf is geregeld hoe de MLI-bepalingen doorwerken naar bestaande belastingverdragen. In de kern geldt dat een bepaling uit het MLI doorwerkt naar een belastingverdrag als beide verdragspartners daarmee via het MLI hebben ingestemd en het MLI in beide landen in werking is getreden.

6 In artikel 35 van het MLI is geregeld vanaf wanneer de bepalingen van de MLI in relatie met een verdragspartij daadwerkelijk van toepassing worden. De MLI-posities (zoals welke verdragen zijn aangemeld en welke MLI-bepalingen een land wil laten doorwerken) van Nederland en zijn verdragspartners kunnen worden geraadpleegd via: https://www.oecd.org/tax/treaties/beps-mli-signatories-and-parties.pd. Zie voor meer informatie ook https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2022/07/12/multilateraal-instrument-mli-en-nederlandse-belastingverdragen.

Regeling
Beleidsbesluit toepassing internationaal belastingrecht in de winstsfeer 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
20-08-2026
BWB-id
BWBR0053045
Versie
2026-08-20_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl