Verrekening van voorheffingen Besluit juridische fusie 2026
Voorwaarde 8a
1. Voor de toepassing van artikel 25a, vierde lid, Wet Vpb 1969 worden de voor het fusietijdstip geheven voorheffingen die zijn voortgewenteld naar het jaar waarin het fusietijdstip is gelegen (hierna: voorfusievoorheffingen) verrekend met een aanslag van de verkrijgende rechtspersoon van een jaar voor zover:
a. bij de verkrijgende rechtspersoon in dat jaar ruimte bestaat voor het verrekenen van voortgewentelde voorheffingen; en
b. bij de fuserende rechtspersoon van wie de voorheffingen zijn geheven in dat jaar ruimte voor het verrekenen van voortgewentelde voorheffingen zou bestaan, als de fusie niet zou hebben plaatsgevonden.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder ruimte voor het verrekenen van voortgewentelde voorheffingen verstaan: het bedrag aan te betalen belasting voor zover dat bedrag de voorheffingen in het jaar overschrijdt.
3. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt onder ruimte voor het verrekenen van voortgewentelde voorheffingen verstaan: het bedrag aan winst van de verkrijgende rechtspersoon dat is toe te rekenen aan de voor het fusietijdstip door de desbetreffende fuserende rechtspersoon gedreven onderneming verminderd met een met de belastbare winst van de verkrijgende rechtspersoon verrekend voorfusieverlies van de desbetreffende fuserende rechtspersoon en vermenigvuldigd met het percentage van het hoogste tarief, bedoeld in artikel 22 Wet Vpb 1969.
4. Indien de ruimte voor het verrekenen van voortgewentelde voorheffingen bij de verkrijgende rechtspersoon, bedoeld in het tweede lid, lager is dan de ruimte, bedoeld in het derde lid, die hiervoor bij de fuserende rechtspersonen met voorfusievoorheffingen gezamenlijk zou bestaan indien de fusie niet zou hebben plaatsgevonden, worden voor de toepassing van het eerste lid van deze voorwaarde de bij een fuserende rechtspersoon geheven voorheffingen verrekend met een aanslag van de verkrijgende rechtspersoon tot maximaal het bedrag dat volgt uit de formule (bfrp/bt) x vpbvrp waarbij wordt verstaan onder:
bfrp: het bedrag aan winst van de verkrijgende rechtspersoon dat is toe te rekenen aan de voor het fusietijdstip door de desbetreffende fuserende rechtspersoon gedreven onderneming verminderd met een met de belastbare winst van de verkrijgende rechtspersoon verrekend voorfusieverlies van de desbetreffende fuserende rechtspersoon;
bt: het bedrag aan winst van de verkrijgende rechtspersoon dat is toe te rekenen aan de ondernemingen van de fuserende rechtspersonen met voorfusievoorheffingen gezamenlijk verminderd met een met de belastbare winst van de verkrijgende rechtspersoon verrekend voorfusieverlies van die fuserende rechtspersonen gezamenlijk;
vpbvrp: het bedrag, bedoeld in het tweede lid.
5. Indien met betrekking tot een fuserende rechtspersoon het bedrag aan voorfusievoorheffingen lager is dan het bedrag dat op grond van de formule, bedoeld in het vierde lid, kan worden verrekend, wordt het verschil tussen die bedragen (resterende voorheffingsruimte) verdeeld over de fuserende rechtspersonen met een na toepassing van het vierde lid resterend bedrag aan voorfusievoorheffingen. De verdeling wordt berekend op basis van de formule in het vierde lid, met dien verstande dat bij toepassing van die formule vpbvrp gelijk is aan de resterende voorheffingsruimte.
6. Indien met betrekking tot een fuserende rechtspersoon na toepassing van het vijfde lid resterende voorheffingsruimte bestaat, wordt het vijfde lid opnieuw toegepast, met dien verstande dat bij toepassing van de formule vpbvrp gelijk is aan die resterende voorheffingsruimte.
7. De winsttoerekening, bedoeld in het derde en vierde lid, vindt plaats met overeenkomstige toepassing van de winstsplitsing van voorwaarde 6, tweede lid, waarbij de aan een onderneming toegerekende winst niet lager wordt gesteld dan nihil.
- Regeling
- Besluit juridische fusie 2026
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 19-08-2026
- BWB-id
- BWBR0053044
- Versie
- 2026-08-19_0