wetzoeker

7.2 — Criteria Subsidieprogramma Dutch Diamonds Partnerships

Criteria

De hiernavolgende criteria zijn van toepassing, waarbij de puntentoekenning afhankelijk is van de mate waarin er aan de (sub)criteria wordt voldaan. Er geldt daarbij een minimumaantal te behalen punten per criterium.

1. Beleidsbijdrage (minimaal 30 – maximaal 40 punten)

a. De mate waarin het project bijdraagt aan de te behalen doelstellingen van het thema (zie paragraaf 4.5) waarop de aanvraag zich richt.

b. De mate waarin het project positieve resultaten oplevert voor de doelgroep en aansluit op de behoeften van de doelgroep.

c. De mate waarin het project aansluit op (i) het beleid van het partnerland op het thema waarop de aanvraag zich richt, (ii) het voor dit thema relevante Nederlands beleid én (iii) de meerjarenplannen (samenvatting) van de Nederlandse ambassade op dit thema.

17 Zie voor (i) de website van betreffende overheid, (ii) Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800, Beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026, 24 april 2026 en (iii) de website van de ambassade.

d. De mate waarin het project bijdraagt aan klimaatadaptatie en/of klimaatmitigatie.

e. De mate waarin gender is meegenomen in het ontwerpen, uitvoeren en monitoren van het programma.

f. De mate waarin het project bijdraagt aan het verminderen van druk op het natuurlijke systeem (biodiversiteit).

g. De mate waarin het project een bijdrage levert aan sectorverandering in het partnerland (via het creëren van de juiste randvoorwaarden, verbeterde diensten en/of producten en marktontwikkeling).

h. De mate waarin wordt aangetoond dat er inzicht is in andere, soortgelijke activiteiten op het thema, en de mate waarin de voorgestelde activiteiten daarop additioneel zijn.

i. De mate waarin de markt in een partnerland niet wordt verstoord

18 Daarbij opgemerkt dat er door subsidiëring altijd een mate van marktverstoring plaatsvindt. De inzet hier is dat de verstoring niet groter is dan noodzakelijk.

.

2. Partnerschap (minimaal 20 – maximaal 30 punten)

a. De mate waarin het partnerschap de juiste vorm/samenstelling heeft met het oog op de te behalen projectdoelstellingen.

b. De mate waarin elke partner in staat is een (substantiële) bijdrage te leveren aan het realiseren van de projectdoelstellingen.

c. De mate waarin de partners, en in het bijzonder de penvoerder, beschikken over de relevante en benodigde expertise, positie en organisatorische capaciteit om invloed uit te oefenen op de besluitvorming en hun rol binnen het project uit te kunnen voeren.

d. De mate waarin binnen het partnerschap heldere afspraken zijn gemaakt over de rolverdeling, besluitvorming, verantwoordelijkheden en onderlinge samenwerking en over sancties bij niet-functioneren van een van de partners.

e. De mate waarin sprake is van voldoende lokaal draagvlak en lokale borging om het project uit te voeren en uiteindelijk te schalen; hierbij wordt gekeken naar inzicht in de mogelijke gevolgen voor lokale belanghebbenden, lokale markten en lokale sectoren, inclusief de voor het project relevante lokale publieke actoren.

3. Plan van aanpak (minimaal 20 – maximaal 30 punten)

a. De mate waarin de binnen het project vormgegeven activiteiten zijn gebaseerd op een gedegen en accurate context-, stakeholder- en probleem- en risicoanalyse met oog voor grondoorzaken (sociale, ecologische en economische aspecten).

b. De mate waarin het projectplan effectief en efficiënt is en sprake is van een heldere projectplanning van activiteiten en duidelijke, reële en meetbare resultaten (zowel kwantitatief als kwalitatief).

c. De mate van een redelijke en realistische projectbegroting, waarbij wordt gelet op de verhouding tussen kosten en de beoogde impact van de activiteiten, zowel kwalitatief als kwantitatief en waarbij value-for-money centraal staat.

d. De mate waarin het waarschijnlijk is dat de projectinterventie leidt tot het realiseren van de projectdoelstellingen, zoals beschreven in een interventielogica (zie annex 3 bij het subsidieprogramma).

e. De mate waarin het plan voor monitoring, evaluatie en leren (MEL) zodanig is ingericht dat deze de voortgang van het project bewaakt, hierover op transparante wijze verantwoording mogelijk maakt en als basis dient voor tijdige aanpassing van activiteiten binnen de vereisten van dit subsidieprogramma.

f. De mate waarin het project financieel duurzaam is, blijkend uit de inclusieve business case van het partnerschap, de doelgroep en de private organisatie die partner is van het partnerschap.

g. De mate waarin de belangrijkste MVO-risico’s in kaart zijn gebracht en er maatregelen zijn geformuleerd om de belangrijkste MVO-risico’s te mitigeren.

h. De mate waarin het project in overeenstemming is met de OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen en de mate waarin overtuigend wordt onderbouwd dat het project geen negatieve effecten zal hebben op milieu, biodiversiteit, arbeidsomstandigheden, land- en mensenrechten en dierenwelzijn.

i. De mate waarin het project kan worden opgeschaald of in aanmerking kan komen voor vervolgfinanciering van grote investeringsorganisaties of internationale financieringsinstellingen.

Ter ondersteuning van de beoordeling kan RVO verificatieactiviteiten uitvoeren ter controle van de in de aanvraag gemaakte aannames en stellingnames. Door verificatie kan er ook informatie die nodig is voor een goede beoordeling van de kwaliteit van de aanvraag verzameld worden.

RVO kan tijdens de inhoudelijke beoordeling advies inwinnen bij externe experts, zoals bijvoorbeeld Invest International in het kader van de beoordeling van de business case, en de ambassades.

Regeling
Subsidieprogramma Dutch Diamonds Partnerships
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
15-08-2026
BWB-id
BWBR0053035
Versie
2026-08-15_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl