wetzoeker

Artikel 9 Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie zeeschepen 2026–2030

1 In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit wordt een subsidieaanvraag afgewezen indien:

a. er al een subsidie is verleend op grond van deze regeling voor hetzelfde project;

b. de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in punt 14 van de CEEAG;

c. verplichtingen voor het project zijn aangegaan of de werkzaamheden van het project zijn aangevangen, voordat de aanvraag voor dat project is ingediend;

d. tegen de aanvrager een bevel tot terugvordering openstaat ingevolge een besluit van de Europese Commissie waarbij eerder steun onrechtmatig en onverenigbaar is verklaard;

e. het aantal bij rangschikking toegekende punten aan een van de criteria genoemd in artikel 6, eerste lid, onderdelen a en c, minder is dan de helft van het maximum aantal te behalen punten voor dat onderdeel;

f. de subsidiabele kosten minder dan € 500.000,– bedragen;

g. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de CEEAG.

2 De subsidie mag niet gecumuleerd worden met andere staatssteun als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, noch met andere communautaire financiering als de gecumuleerde steun daardoor de maxima die vastgesteld zijn in de CEEAG zou overschrijden.

Regeling
Tijdelijke subsidieregeling vroege opschaling energietransitie zeeschepen 2026–2030
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
13-08-2026
BWB-id
BWBR0052977
Versie
2026-08-13_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl