wetzoeker

Artikel 63 Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2026

Elektroboiler voor warmte

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van koolstofdioxide-arme warmte geproduceerd door een productie-installatie waarmee elektriciteit in warmte wordt omgezet, met een nominaal thermisch vermogen van ten minste 2 MWth, waarbij de vrijkomende warmte direct of indirect wordt overgedragen aan vloeistof of lucht voor:

a. toepassing in stadsverwarming;

b. een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw;

c. toepassing in stadsverwarming en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK;

d. een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw en de aanvraag betrekking heeft op een situatie als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit SDEK; of

e. voor gebruik op locatie voor een industriële toepassing, niet zijnde tuinbouw, waarbij sprake is van de uitgestelde levering van warmte door de toepassing van thermische opslag.

2 De feitelijke productie van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste 4.800 vollasturen per jaar.

3 De door de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, geproduceerde warmte heeft een aanvoertemperatuur in het stookseizoen van ten minste 100°C.

4 De door de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, d en e, geproduceerde warmte wordt toegepast in een verwarmingssysteem met een aanvoertemperatuur aan de gebruikerszijde van ten minste 100°C of in een stoomsysteem.

5 Het vermogen van de aansluiting op het elektriciteitsnet is ten minste even groot als het gezamenlijke vermogen van de op de locatie aanwezige elektroboilers.

6 Het nominaal elektrisch vermogen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, bedraagt minstens één keer het nominaal thermisch vermogen van de productie-installatie, waarbij de opslagcapaciteit ten minste 4 MWh per MW thermisch vermogen van de productie-installatie moet bedragen.

7 Het nominaal thermisch vermogen van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, bedraagt ten hoogste 50 MWth.

Regeling
Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2026
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
04-08-2026
BWB-id
BWBR0052950
Versie
2026-08-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl