wetzoeker

Artikel 2 Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA

Het recht op en de hoogte van de eenmalige vergoeding

Recht op een eenmalige vergoeding heeft de persoon ten aanzien van wie ambtshalve, of na een aanvraag tot herziening van de WIA-uitkering die is ingediend voor 1 september 2028, door het UWV is vastgesteld dat de hoogte van de WIA-uitkering onjuist is berekend door:

a. een onjuiste toepassing van hoofdstuk 3, 3a en 4 van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen, of een onjuiste toepassing van artikel 33a, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024;

b. een onjuiste indexering van het dagloon als bedoeld in artikel 14 van de WIA, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 december 2022;

c. toepassing van artikel 33, eerste lid, van de Werkloosheidswet waardoor een loonloos tijdvak in de referteperiode is ontstaan en dit een verlagend effect heeft op de hoogte van de WIA-uitkering op of na 29 november 2023, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 april 2026;

d. om andere redenen dan bedoeld in onderdeel c een of meerdere loonloze tijdvakken in de referteperiode zijn ontstaan en dit een verlagend effect heeft op de hoogte van de WIA-uitkering op of na 30 juli 2024, als het recht op de WIA-uitkering van die persoon is ontstaan in de periode van 1 juli 2015 tot en met 30 april 2026;

Regeling
Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2026
BWB-id
BWBR0052927
Versie
2026-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl