wetzoeker

Artikel 2 Beleidsregel frictiekosten 2025–2028

1 Als frictiekosten worden uitsluitend aangemerkt personeelskosten en overige kosten voor de boekjaren 2025–2028 die:

a. doelmatig en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van bezuinigings- en reorganisatieplannen van de landelijke publieke mediadiensten als gevolg van de opgelegde overheidsbezuinigingen;

b. zijn genoemd in de bijlagen 1 en 2; en

c. die niet in verband staan met de doorlopende activiteiten van de landelijke publieke mediadienst.

2 Personeelskosten als bedoeld in het eerste lid die verband houden met de beëindiging van de arbeidsovereenkomsten van de medewerkers van de landelijke publieke mediadienst voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2028 dienen in overeenstemming te zijn met de CAO SR en de aldaar genoemde bedragen niet te overschrijden.

3 Kosten van een vrijwillige vertrekregeling kunnen slechts worden aangemerkt als personele frictiekosten als aan de volgende procedure is voldaan:

a. de landelijke publieke mediadienst stelt allereerst vast waar binnen de organisatie de reductie van arbeidsplaatsen gaat plaatsvinden;

b. uitsluitend de op deze wijze geselecteerde groepen werknemers krijgen het aanbod om vooruitlopend op de komende reductie hun arbeidsovereenkomst te beëindigen op basis van een vrijwillige vertrekregeling;

c. deze vrijwillige vertrekregeling is in overeenstemming met de CAO SR en de frictiekosten mogen de aldaar genoemde bedragen niet overschrijden; en

d. waarna de functies die vacant zijn gekomen vervallen.

Regeling
Beleidsregel frictiekosten 2025–2028
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
03-09-2026
BWB-id
BWBR0052835
Versie
2026-09-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl