Artikel 1 Tweede Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2024
In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
1.1 (Medische) vervolgopleidingen
De (medische) vervolgopleidingen waarop deze beleidsregel van toepassing is, zijn te verdelen in twee categorieën:
• Vervolgopleidingen tot (medisch) specialist;
• Ziekenhuisopleidingen.
1.2 Vervolgopleidingen tot (medisch) specialist
De vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zijn:
a De 27 erkende medisch specialismen: anesthesiologie, cardiologie, cardio-thoracale chirurgie, dermatologie en venerologie, heelkunde, interne geneeskunde, keel-neus-oorheelkunde, kindergeneeskunde, klinische genetica, klinische geriatrie, longziekten en tuberculose, maag-darm-leverziekten, medische microbiologie, neurochirurgie, neurologie, obstetrie en gynaecologie, oogheelkunde, orthopedie, pathologie, plastische chirurgie, psychiatrie, radiologie, radiotherapie, reumatologie, revalidatiegeneeskunde, sportgeneeskunde en urologie;
b De technische zorg specialismen: klinische chemie, klinische fysica en ziekenhuisfarmacie;
c De tandheelkundige specialismen: orthodontie en kaakchirurgie;
d De overige specialismen: arts voor verstandelijk gehandicapten, SEH-arts, huisarts, specialist ouderengeneeskunde en verslavingsarts;
e Gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut;
f Klinisch psycholoog en klinisch neuropsycholoog;
g Verpleegkundig specialist in de ggz.
1.3 Ziekenhuisopleidingen
De vervolgopleidingen tot gespecialiseerd verpleegkundige en medisch ondersteunend personeel zijn:
a Deskundige infectiepreventie, gipsverbandmeester en gespecialiseerd verpleegkundigen, te weten: IC-verpleegkundige, IC-neonatologieverpleegkundige, IC-kinderverpleegkundige, kinderverpleegkundige, dialyseverpleegkundige, oncologieverpleegkundige
1 Hieronder valt ook de vervolgopleiding tot kinderoncologieverpleegkundige.
, SEH-verpleegkundige en obstetrie-verpleegkundige;
b Operatieassistent, anesthesiemedewerker, radiodiagnostisch laborant, radiotherapeutisch laborant en klinisch perfusionist.
1.4 Opleidende zorgaanbieder
De zorgaanbieder die door de daartoe bevoegde instantie is erkend voor het verzorgen van een (deel van een) (medische) vervolgopleiding.
Voor de opleidingen als genoemd in artikel 1.2, sub e wordt met de opleidende zorgaanbieder (praktijkopleidingsinstelling) bedoeld een zorgaanbieder die een samenwerkingsovereenkomst heeft met een door de Minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) aangewezen opleidingsinstelling
1.5 Opleidingsinstelling
De instelling die het cursorisch gedeelte verzorgt van de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, psychotherapeut of een van hun specialismen en die als zodanig door de Minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) is aangewezen of als zodanig door de CRT is erkend.
1.6 Beschikbaarheidbijdrage
Bijdrage als bedoeld in artikel 56a Wmg.
1.7 Subsidiabele opleidingsplaats
Een opleidingsplaats die in aanmerking komt voor een subsidie.
1.8 Minister
Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
1.9 Fte
Fulltime equivalent (voltijdse plaats).
1.10 Startmoment van de opleiding
Het startmoment van de opleiding is dat moment waarop de (medisch) specialist in opleiding met zijn opleiding begint.
1.11 Jaar t
Jaar t is het lopende subsidiejaar waarin de opleiding plaatsvindt.
1.12 Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa
Het Uniform kader beschikbaarheidbijdrage NZa omschrijft de uniforme procedure die gehanteerd wordt ten aanzien van de verstrekking van alle beschikbaarheidbijdragen door de NZa. Dit kader is ook van toepassing op de beschikbaarheidbijdrage voor de (medische) vervolgopleidingen. In enkele gevallen geldt een uitzondering op de uniforme procedure. Deze uitzondering staat dan omschreven in deze beleidsregel.
1.12a Gefuseerde zorgaanbieder
Opleidende zorgaanbieder die voor of op 1 januari van jaar t, na een juridische fusie als bedoeld in artikel 2:309 BW, het vermogen van de andere opleidende zorgaanbieder(s) onder algemene titel verkrijgt of die als nieuwe opleidende zorgaanbieder die bij deze fusie door de opleidende zorgaanbieders samen wordt opgericht, hun vermogen onder algemene titel verkrijgt.
Begripsbepalingen vervolgopleiding tot (medisch) specialist
Artikel 1.13 tot en met 1.24 beschrijven de begripsbepalingen die van toepassing zijn op de vervolgopleidingen tot (medisch) specialist zoals genoemd in artikel 1.2.
1.13 Opleidingen met een vooropleiding
a Om de opleidingen longziekten en tuberculose, maag-, darm- en leverziekten, cardiologie, klinische geriatrie of reumatologie te mogen volgen, dient de (medisch) specialist in opleiding tevens de vooropleiding interne geneeskunde te volgen.
b Om de opleidingen orthopedie, urologie en plastische chirurgie te mogen volgen, dient de (medisch) specialist in opleiding tevens de vooropleiding heelkunde te volgen.
1.14 Instroomplaats
Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:
a In het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist begint op een subsidiabele opleidingsplaats,
of;
b Voorafgaand aan het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op een niet-subsidiabele opleidingsplaats, maar in jaar t alsnog op een subsidiabele instroomplaats de opleiding vervolgt.
1.15 Doorstroomplaats
Opleidingsplaats voor (medisch) specialist in opleiding die:
a In een eerder jaar met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op een subsidiabele instroomplaats of;
b In het jaar t met een vervolgopleiding tot (medisch) specialist is begonnen op een subsidiabele instroomplaats en om inhoudelijke redenen in jaar t doorstroomt naar een andere opleidende zorgaanbieder.
1.16 Instroomjaar
Het kalenderjaar (jaar t) waarin de (medisch) specialist in opleiding start met de opleiding op een subsidiabele opleidingsplaats.
1.17 Boventallige (medisch) specialist in opleiding
Een boventallige (medisch) specialist in opleiding is iemand die wordt opgeleid voor eigen rekening, voor rekening van de opleidende zorgaanbieder of voor rekening van derden. Deze (medisch) specialist in opleiding is niet subsidiabel en de zorgaanbieder kan voor deze (medisch) specialist in opleiding geen beschikbaarheidbijdrage ontvangen.
1.18 Registratiecommissies voor medische specialismen
De registratiecommissies voor (medische) specialismen zijn:
a Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten (RGS) van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG);
b Stichting Opleiding Klinisch Fysicus (OKF);
c Specialisten Registratiecommissie (SRC-ZF) van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP);
d Registratiecommissie van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (NVKC);
e Registratiecommissie Tandheelkundig Specialismen (RTS) van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT);
f Commissie Registratie en Toezicht (CRT) van de Federatie van Gezondheidszorgpsychologen en Psychotherapeuten (FGzPt);
g Registratiecommissie Specialismen Verpleegkunde (RSV) van de Vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN).
1.19 Erkennende opleidingsinstituten voor medische specialismen
De opleidingsinstituten zijn instituten die erkenningen afgeven aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2.
a De RGS van de KNMG geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub a en d.
b De Stichting OKF geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, klinische fysica.
c De SRC-ZF van de KNMP geeft erkenningen af aan de opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, ziekenhuisfarmacie.
d De Registratiecommissie van de NVKC geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub b, klinische chemie.
e De RTS van de KNMT geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub c.
1.20 Erkennende opleidingsinstituten voor ggz-opleidingen
a De CRT van de FGzPt geeft erkenningen af aan de opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van opleidingen als genoemd in artikel 1.2 sub f.
b De RSV van V&VN geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van de opleiding als genoemd in artikel 1.2 sub g.
1.21 Werkgevers voor specifieke opleidingen
Voor enkele opleidingen geldt dat de (medisch) specialist in opleiding niet in dienst is bij een opleidende zorgaanbieder, maar bij een stichting die verantwoordelijk is voor het gehele proces van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van de opleiding. Deze wordt in deze beleidsregel beschouwd als opleidende zorgaanbieder en is verantwoordelijk voor het gehele proces van aanvragen van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van deze opleidingen.
Deze stichtingen zijn:
a De SBOH. De SBOH is de werkgever van huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, artsen voor verstandelijk gehandicapten en verslavingsartsen in opleiding
2 Met uitzondering van de aios verslavingsgeneeskunde die hun opleiding voor 2021 zijn gestart. Deze aios zijn in dienst bij een opleidende zorgaanbieder. De SBOH is wel verantwoordelijk voor het proces van aanvragen van de beschikbaarheidbijdrage en financiering van de opleiding.
.
b De Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts (SBOS). De SBOS is de werkgever van sportartsen in opleiding.
1.22 Opleidingsoverzicht
Overzicht uit het opleidingsregister van de per opleiding tot (medisch) specialist gerealiseerde opleidingsplaatsen per opleidende zorgaanbieder, uitgesplitst naar instroomplaatsen (medisch) specialist en doorstroomplaatsen (medisch) specialist.
1.23 Gerealiseerde opleidingsplaats
Het aantal uren dat de (medisch) specialist in opleiding feitelijk heeft besteed aan zijn opleiding. Hierbij gaan wij uit van de berekening zoals genoemd in artikel 4.3.
1.24 Verdeelplan
Overzicht met de aan de individuele zorgaanbieders door de NZa toegekende instroomplaatsen en bijbehorende fte per opleiding voor het jaar t, te vinden in bijlage 2 bij deze beleidsregel.
Begripsbepalingen ziekenhuisopleidingen
In de artikelen 1.25 tot en met 1.29 zijn de begripsbepalingen beschreven die van toepassing zijn op de ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3.
1.25 Instroomplaats
Opleidingsplaats voor een natuurlijk persoon die voor de eerste keer aanvangt met een volledige ziekenhuisopleiding bij een opleidende zorgaanbieder.
1.26 Gediplomeerde
Natuurlijk persoon die met goed gevolg een volledige ziekenhuisopleiding heeft voltooid bij een erkende opleidende zorgaanbieder en een diploma heeft van het CZO. Dit betreft alle ziekenhuisopleidingen.
1.27 Registratiecommissie voor ziekenhuisopleidingen
De registratiecommissie voor ziekenhuisopleidingen is het College Zorg Opleidingen (CZO).
1.28 Erkennend opleidingsinstituut voor ziekenhuisopleidingen
Het CZO geeft erkenningen af aan opleidende zorgaanbieders voor het verzorgen van ziekenhuisopleidingen als genoemd in artikel 1.3.
1.29 Opleidingsopgave van CZO
De NZa ontvangt van het CZO een opgave van het gerealiseerde aantal ingestroomde en gediplomeerde personen in jaar t uitgesplitst naar ziekenhuisopleidingen en door het CZO erkende zorgaanbieders.
1.30 OOR
Onderwijs- en opleidingsregio waarin universitaire medische centra samenwerken in een regionaal opleidingsnetwerk.
- Regeling
- Tweede Gewijzigde Beleidsregel beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2024
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 09-07-2026
- BWB-id
- BWBR0052811
- Versie
- 2026-07-09_0