wetzoeker

Leerdoelen Beleidsregel Exameninstituut IBKI certificering bijscholingen en bijlessen (2026)

1. De motorrijinstructeur is in staat het risico van motorrijden in het algemeen en dat van (jonge) beginnende motorrijders in het bijzonder cijfermatig te duiden, in relatie tot het risico dat auto- inzittenden lopen.

2. De motorrijinstructeur kan het verschil uitleggen tussen voertuigbeheersing, hogere orde- vaardigheden en de rol van beide voor de verkeersveiligheid van motorrijders.

3. De motorrijinstructeur kan, op basis van wetenschappelijk onderzoek naar motorfietsongevallen (SWOV-publicaties, MAIDS), de specifieke ongevaloorzaken en bijdragende factoren benoemen en deze integreren in zijn lessen.

4. De motorrijinstructeur beschikt over kennis van en inzicht in de verschillende didactische en communicatieve vaardigheden die bij de begeleiding van adolescenten en jongvolwassenen een belangrijke rol spelen. Hij weet hoe deze vaardigheden in de praktijk toe te passen en zonodig aan te passen aan de cursist.

5. De motorrijinstructeur kan de algemene bouw van het oog, met name het netvlies, de fovea en de verdeling van de twee soorten fotoreceptor over beide uitleggen en in verband brengen met visuele zoekstrategieën en scanpatronen. Hij kent de verschillende bijdragen van het foveale en het perifere gezichtsveld daarbij en kan een aantal factoren benoemen die de opvallendheid van objecten in het perifere gezichtsveld vergroten.

6. De motorrijinstructeur kan de begrippen ‘visuele waarneming’, ‘aandacht’, ‘aandacht richten’ en ‘aandacht verdelen’ en hun rol voor verkeersdeelname uitleggen aan de hand van een model van visuele informatieverwerking.

7. De motorrijinstructeur kan de betekenis van de begrippen ‘rijervaring’, ‘verkeersinzicht’, ‘risicoperceptie’ en ‘anticiperen’, hun rol voor de verkeersveiligheid en hun onderlinge samenhang duidelijk maken aan de hand van een informatieverwerkingsmodel.

8. De motorrijinstructeur kan, op de openbare weg, de eigenschappen van het menselijk visueel waarnemingssysteem en de rol van de in leerdoel 7 genoemde hogere orde-vaardigheden duidelijk maken in een aanzienlijk aantal verkeerssituaties van verschillende aard.

9. De motorrijinstructeur kan de betekenis van het begrip ‘kalibratie’ uitleggen, evenals die van de samenstellende onderdelen ‘statusonderkenning’ en ‘risico-onderkenning’; hij kan cursisten motiveren om de zwaarte van de rijtaak af te stemmen op het niveau van diens bekwaamheden; hij weet voorts welke mogelijkheden de cursist daartoe heeft in verschillende verkeerssituaties van verschillende aard en moeilijkheidsgraad.

Regeling
Beleidsregel Exameninstituut IBKI certificering bijscholingen en bijlessen (2026)
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
06-07-2026
BWB-id
BWBR0052783
Versie
2026-07-06_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl