wetzoeker

Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur NLSA

Besluit van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 12 juni 2026 houdende regels inzake mandaat, volmacht en machtiging aan de directeur NLSA inzake aangelegenheden van de Netherlands Space Agency (NLSA) (Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur NLSA)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
07-07-2026
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Economische Zaken en Klimaat
BWB-id
BWBR0052773
Versie
2026-07-07_0
SHA-256 bron
237473bb3a1ba8125922e305776650baebed801a01db61b5bc35ee868617bb92

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Bijlage — bij artikel 1, eerste lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur NLSA

Artikel 1

1 De Minister van Economische Zaken en Klimaat, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat alsook de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verlenen, ieder voor zich, aan de directeur van de Netherlands Space Agency (NLSA) mandaat, volmacht en machtiging voor de aangelegenheden bedoeld in de bijlage van dit besluit.

2 De directeur NLSA kan voor de in het eerste lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.

3 De uit dit besluit voor de directeur NLSA voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een opdrachtmanager van de directie NLSA, met uitzondering van de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, volmacht en machtiging.

Artikel 2

1 De Minister van Economische Zaken en Klimaat verleent aan de directeur NLSA mandaat en machtiging voor het behandelen van bezwaarschriften tegen besluiten die op grond van dit besluit door de directeur NLSA of door onder hem ressorterende functionarissen namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat zijn genomen of behandeld, waaronder begrepen het nemen van beslissingen op bezwaarschriften.

2 De Minister van Economische Zaken en Klimaat verleent aan de directeur NLSA machtiging voor het voeren van verweer in de gevallen waarin beroep is ingesteld tegen een beslissing op bezwaarschrift als bedoeld in het eerste lid.

3 De directeur NLSA kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat en machtiging verlenen aan de onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 3

1 Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken namens de Minister van Economische Zaken en Klimaat geschiedt als volgt:

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

2 Het krachtens volmacht of machtiging ondertekenen van stukken namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat geschiedt als volgt:

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris)

(functie)

3 Het krachtens mandaat, volmacht of machtiging ondertekenen van stukken namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geschiedt overeenkomstig de voorgeschreven wijze in artikel 16, eerste lid, van het Organisatie en mandaatbesluit OCW 2008.

Artikel 4

Het Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur NSO (Stcrt. 2010, 10565) wordt ingetrokken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 6

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur NLSA.

Bijlage — bij artikel 1, eerste lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur NLSA

Bijlage — bij artikel 1, eerste lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging directeur NLSA

1. Aangelegenheden waarvoor de directeur NLSA mandaat, volmacht en machtiging verkrijgt op het werkterrein van de Minister van Economische Zaken en Klimaat:

a. Vertegenwoordiging (waaronder tekenbevoegdheid) in de ESA-council als Head of Delegation, alle programmaraden van ESA en de cross-sectorale comités van ESA;

b. vertegenwoordiging in comités aangaande implementatie van EU-ruimtevaartprogramma en specifieke subcomités, werkgroepen en configuraties van de EU Space Policy Expert Group alsook vertegenwoordiging in de European Union Space Programme Agency (EUSPA);

c. advisering op EU-ruimtevaartbeleid voor alle raadswerkgroepen;

d. (deel)vertegenwoordiging in het relevante Programma Comité van EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, in afstemming met de (mede)vertegenwoordigers van eventuele andere relevante domeinen onder het betreffende Programma Comité;

e. advisering over programmatische aansturing van het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) en TNO op het werkterrein van de Minister van Economische Zaken en Klimaat;

f. coördinatie activiteiten ten behoeve van het bevorderen van de maatschappelijke benutting van de ruimte-infrastructuur;

g. opzet en uitvoering van het strategisch communicatieplan Ruimtevaart;

h. centraal aanspreekpunt voor de communicatie met stakeholders in het veld;

i. administratie en beheer van overgedragen ruimtevaartverplichtingen en van de financiële middelen van de Minister van Economische Zaken en Klimaat die in de interdepartementale samenwerkingsovereenkomst worden beschreven;

j. adviserend lid van het Joint Consultative Committee;

k. adviserend over ruimtevaartvraagstukken in OESO verband;

l. advisering in standpuntbepaling richting UNOOSA;

m. uitvoering van en vertegenwoordiging in het EUSST partnerschap waaronder het ondertekenen van relevante stukken;

n. delegatieleider van de Nederlandse delegatie in de Group on Earth Observations (GEO).

2. Aangelegenheden waarvoor de directeur NLSA machtiging verkrijgt op het werkterrein van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat:

a. adviseur voor het onderwerp European Organisation for the Exploitation of Meteorological Satellites (EUMETSAT) op de terreinen waar het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) niet zijn primaire kennis heeft. Het gaat dan met name om de industriepolitieke aspecten, de ruimtevaarttechnische aspecten, de kostenaspecten van de ruimteinfrastructuur en de verbinding met het wetenschappelijk gebruik;

b. inbreng leveren voor de voorbereiding van alle EUMETSAT Council-vergaderingen en de adviesgroepen Policy Advisory Committee (PAC), Science Working Group (STG) en Administrative and Finance Group (AFG);

c. delegatielid van EUMETSAT Council afhankelijk van de agenda en op verzoek van de Delegatieleider;

d. adviseur op GNSS -terrein en lid van de Nederlandse delegatie voor de onderwerpen die NLSA aangaan;

e. adviseur op het gebied van de toepassing van satellietdata voor beleidsvorming en uitvoering voor de Minister en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat;

f. voorzitter van het nationaal aardobservatie-overlegplatform GEO Netherlands;

h. adviserend lid van het Joint Consultative Committee.

3. Aangelegenheden waarvoor de directeur NLSA mandaat, volmacht en machtiging verkrijgt op het werkterrein van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap:

a. het uitvoeren van subsidieregelingen waartoe NLSA opdracht heeft gekregen van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en waarvoor de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de financiële middelen aan NLSA ter beschikking stelt. Dit betreffen in ieder geval het Instrumentontwikkelingsprogramma en de Kennisnetwerkenregeling. Het mandaat omvat alle besluiten en handelingen die voor de uitvoering van de subsidieregelingen noodzakelijk zijn;

b. opzet en uitvoering van een nationaal flankerend beleidsprogramma (afgestemd met de andere programma’s voor nationaal flankerend beleid) gericht op het bevorderen van de synergie tussen wetenschap en ruimtevaart op onderdelen die niet in ESA-kader plaatsvinden en aansluiten op kansen en behoeftes vanuit het wetenschaps- en ruimtevaartveld;

c. administratie en beheer van overgedragen ruimtevaartverplichtingen en van de financiële middelen van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap die beschikbaar worden gesteld;

d. vertegenwoordiging in alle programmaraden en comités van ESA, met uitzondering van het delegatieleiderschap voor de Science Programme Committee waarin wel sprake is van optreden als delegatielid;

e. uitvoering van het educatie en talentontwikkelingsprogramma ten behoeve van de ruimtevaart.