wetzoeker

Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines 2026

Beleidsregel van de directie van de Dienst Wegverkeer van 1 juli 2026 betreffende de verlening van nationale typegoedkeuring en individuele goedkeuring van mobiele machines (Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines 2026)

Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
RDW
BWB-id
BWBR0052758
Versie
2026-07-01_0
SHA-256 bron
2851a433708fc7cae5c618659a9668847da9eb41e703d17f84ce447e4a013ad7

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (42)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 24
  25. Artikel 25
  26. Artikel 26
  27. Artikel 27
  28. Artikel 28
  29. Artikel 29
  30. Artikel 30
  31. Artikel 31
  32. Artikel 32
  33. Artikel 33
  34. Artikel 34
  35. Artikel 35
  36. Artikel 36
  37. Artikel 37
  38. Artikel 38
  39. Artikel 39
  40. Artikel 40
  41. Artikel 41
  42. Artikel 42

Hoofdstuk 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze beleidsregel zijn de begripsbepalingen van Verordening (EU) nr. 167/2013 van overeenkomstige toepassing. Dit geldt ook voor daarop gebaseerde gedelegeerde verordeningen en van de VN/ECE Reglementen zoals vermeld in de artikelen 3.6.0, 3.6.1, eerste lid, onderdeel a en 3.6.3 van de Regeling voertuigen, en de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk 1 — Begripsbepalingen

Artikel 2

In aanvulling op artikel 1 gelden tevens de begripsbepalingen uit de Wegenverkeerswet 1994 en de Regeling voertuigen en wordt in deze beleidsregel verstaan onder:

alternatief voorschrift: het voorschrift waaraan het voertuig minimaal moet voldoen. Indien is vermeld dat er geen alternatief voorschrift is vastgesteld, moet het voertuig volledig voldoen aan het gestelde onder ‘Basis’ van het betreffende onderwerp.

audit: systematisch, onafhankelijk en gedocumenteerd proces, dat ter plaatse van de bedrijfsruimte van de Technische dienst plaatsvindt, om de integrale bedrijfsvoering of de resultaten van een organisatie, of van een deel ervan, te toetsen aan vooraf bepaalde criteria.

datum einde geldigheid voorschrift: datum per wanneer een voorschrift niet meer van toepassing is. In het geval van een individuele goedkeuring moet deze aanduiding ingevolge artikel 2.2, eerste lid van de Regeling voertuigen gelezen worden als Datum eerste toelating tot;

datum toepassing voorschrift met ingang van: datum per wanneer een voorschrift van toepassing is. In het geval van een individuele goedkeuring moet deze aanduiding ingevolge artikel 2.2, eerste lid van de Regeling voertuigen gelezen worden als Datum eerste toelating met ingang van;

eerste beoordeling: de eerste beoordeling van het productieproces van een marktdeelnemer. Dit het eerste onderdeel van de aanvraag van een typegoedkeuring. De procedure voor een eerste beoordeling bestaat uit een administratieve documentbeoordeling en indien naar het oordeel van RDW noodzakelijk een beoordeling van ter plaatse van de productielocatie(s).

geacht te voldoen: indien is vermeld ‘word(t)en geacht (nog) te voldoen’, of een soortgelijke bewoording wordt gehanteerd, wordt hieronder verstaan dat de marktdeelnemer aantoont dat het betreffende onderwerp moet voldoen aan de gestelde eis, maar dit niet volledig wordt beoordeeld indien er geen twijfel bij de goedkeuringsautoriteit RDW bestaat over het voldoen aan de gestelde eis op het gebied van verkeersveiligheid of milieu;

informatiedossier: dossier als bedoeld in artikel 22 van Verordening (EU) 167/2013;

RDW: de Dienst Wegverkeer als bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet 1994;

seriematig geproduceerd voertuig: Een voertuig dat behoort tot een type dat in serie onder een gecontroleerd productieproces geproduceerd is door een marktdeelnemer in het kader van de uitoefening van zijn bedrijf en waarvoor aan de marktdeelnemer een World Manufacturing Identification (WMI) conform ISO 3779:2009 of een World Manufacturing Code (WMC) conform ISO 10261:2002 is afgegeven, tenzij naar het oordeel van de Dienst Wegverkeer niet hoeft te worden voldaan aan de voorwaarde van een afgegeven WMI of WMC. Een seriematig geproduceerd voertuig dat is gewijzigd, wordt voor wat betreft de onderwerpen die door de wijziging zijn geraakt beschouwd als zijnde een niet seriematig geproduceerd voertuig;

visuele controle: hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 5.1b.3 van de Regeling voertuigen alsmede het beoordelen van de overgelegde documenten;

voertuigomschrijving: het functionele karakter van een mobiele machine waarmee de mobiele machine kan worden geïdentificeerd op de weg. De actuele omschrijvingen zijn op te vragen via SDS@rdw.nl.;

voertuigtype, variant, en uitvoering: beschrijving van bepaalde specificaties van een type mobiele machine die binnen één typegoedkeuring kunnen worden ondergebracht. De beschrijving hiervan is beschikbaar op aanvraag via SDS@rdw.nl;

wijze van keuren: de wijze waarop de betreffende eis beoordeeld wordt.

Hoofdstuk 2 — Algemene bepalingen aanvraag en beoordeling

Artikel 3

Een aanvraag voor een individuele goedkeuring wordt bij de RDW ingediend door middel van een door de RDW vastgesteld aanvraagformulier individuele goedkeuring mobiele machine. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.

Hoofdstuk 2 — Algemene bepalingen aanvraag en beoordeling

Artikel 4

1 Een aanvraag voor een typegoedkeuring mobiele machines wordt bij de RDW ingediend door middel van een door de RDW vastgesteld aanvraagformulier typegoedkeuring. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.

2 Voor de indiening van een aanvraag is het reserveren van een typegoedkeuringsnummer noodzakelijk met het daarvoor bestemde formulier (reserve approval numbers). De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW. Deze reservering dient bij voorkeur te worden gedaan door de technische dienst.

3 Voor een verzoek van een eerste beoordeling en de overeenstemming van de productie moet de marktdeelnemer een CoP-formulier volledig invullen en indienen bij de RDW via cop@rdw.nl. De actuele versie van het formulier wordt op verzoek toegezonden via dat e-mailadres.

4 Een informatiegesprek tussen de marktdeelnemer en RDW vindt plaats vóórdat het verzoek voor een eerste beoordeling bedoeld in het derde lid wordt ingediend.

5 Indien de marktdeelnemer de benodigde tests door de RDW wil laten uitvoeren moet het formulier ‘Product assessment’ worden ingevuld en ingediend bij RDW. De actuele versie daarvan is gepubliceerd op de website van de RDW.

Hoofdstuk 2 — Algemene bepalingen aanvraag en beoordeling

Artikel 5

1 Voor het in behandeling nemen van de aanvraag vraagt de RDW naast een volledig ingevuld aanvraagformulier de volgende documenten:

a. het informatiedossier en aanvullende informatie die de RDW in het kader van de aanvraagprocedure vraagt;

b. een verklaring van de gemachtigde personen met handtekening die het nationale certificaat van overeenkomst voor de nationale typegoedkeuring mogen tekenen;

c. een ingevuld voorbeeld van het certificaat van overeenstemming.

2 Het Basis inlichtingenformulier ten behoeve van het informatiedossier en een Concept nationaal Certificaat van Overeenkomst zijn op verzoek verkrijgbaar via SDS@rdw.nl.

3 Als de aanvraag niet volledig is verzoekt RDW om de aanvraag aan te vullen binnen een termijn van twee weken. Als die termijn ongebruikt verstrijkt wordt een besluit genomen dat de aanvraag niet inhoudelijk wordt behandeld.

Hoofdstuk 2 — Algemene bepalingen aanvraag en beoordeling

Artikel 6

1 De RDW deelt de rapportage met resultaten van de uitgevoerde administratieve documentbeoordeling met de marktdeelnemer en bevestigt een positieve beoordeling door middel van een e-mailbericht.

2 De RDW maakt direct na toezending van de positieve beoordeling als bedoeld in het eerste lid een afspraak voor de beoordeling van de productielocatie(s) binnen 12 maanden.

3 De RDW kan besluiten een bezoek aan productielocatie(s) plaats te laten vinden vóórdat een rapportage over de administratieve documentbeoordeling als bedoeld in het eerste lid wordt verzonden. Dit geldt in ieder geval indien de marktdeelnemer geen gecertificeerd kwaliteitssysteem heeft.

4 Indien de marktdeelnemer binnen 12 maanden na de positieve beoordeling bedoeld in het eerste lid nog niet heeft geproduceerd, moet de marktdeelnemer dit melden aan de RDW door middel van een verklaring van niet produceren, waarna de beoordeling van de productielocatie(s) bedoeld in het tweede lid één keer met maximaal 12 maanden uitgesteld kan worden.

5 De geldigheidsduur van de positieve beoordeling bedoeld in het eerste lid is maximaal 2 jaar.

6 Indien een beoordeling van productielocatie(s) niet kan worden uitgevoerd wegens onvoorziene omstandigheden, is het bepaalde in artikel 12, lid 1, 2 en 4 van overeenkomstige toepassing.

7 Indien de RDW afwijkingen van de vereisten constateert bij de administratieve documentbeoordeling of bij de beoordeling van de productielocatie(s) wordt de marktdeelnemer in de gelegenheid worden gesteld om corrigerende maatregelen te treffen. Corrigerende maatregelen moeten binnen de door de RDW gestelde termijn, uiterlijk drie maanden na het opleveren van de beoordeling getroffen te zijn. De opvolging van de voorgestelde maatregelen wordt door de marktdeelnemer tijdig en schriftelijk gecommuniceerd aan de RDW. De marktdeelnemer heeft in totaal drie mogelijkheden (bij de aanvraag en twee herbeoordelingen) om documenten correct en volledig aan te leveren.

8 De eerste beoordeling wordt negatief beoordeeld wanneer:

a. de corrigerende maatregelen niet binnen drie maanden zijn getroffen of gecommuniceerd naar de RDW, of

b. de afwijkingen na tweemaal gelegenheid tot het herstel niet zijn verholpen.

Hoofdstuk 2 — Algemene bepalingen aanvraag en beoordeling

Artikel 7

1 Indien documentatie wordt overgelegd waaruit blijkt dat een bepaald voorschrift op basis van een andere of buitenlandse norm is goedgekeurd, kan de RDW besluiten dat met die goedkeuring deels of geheel aan de gestelde goedkeuringseis is voldaan. De marktdeelnemer levert hiertoe inhoudelijke informatie over de gehanteerde eisen van deze norm aan, op grond waarvan RDW beoordeelt of die norm minimaal gelijkwaardige goedkeuringseisen stelt.

2 Een testrapport moet voor het betreffende (type) mobiele machine, onder vermelding van het type, en indien van toepassing, variant en uitvoering en voertuigidentificatienummer, zijn afgegeven. Het testrapport moet zijn afgegeven door de RDW.

3 Indien een geldig (deel-)certificaat wordt overgelegd, is voldaan aan de goedkeuringseis voor het onderwerp dat wordt afgedekt door dit betreffende (deel-)certificaat. Bij twijfel aan de geldigheid of juistheid van het betreffende (deel-)certificaat, stelt de RDW een nader onderzoek in. De aanvrager is gehouden tot volledige medewerking aan dit onderzoek.

Hoofdstuk 2 — Algemene bepalingen aanvraag en beoordeling

Artikel 8

1 Schriftelijke en mondelinge communicatie tussen de RDW en de marktdeelnemer vindt plaats in de Nederlandse taal.

2 Tijdens de aanvraagprocedure en tijdens de audit in het kader van de eerste beoordeling of het toezicht op de Overeenstemming van de productie moet marktdeelnemer zorgdragen voor een gemachtigde die de Nederlandse taal op technisch inhoudelijk niveau voldoende beheerst of een tolk, dan wel een vertegenwoordiger van de technische dienst die de Nederlandse taal naar het oordeel van de RDW voldoende beheerst.

3 Uitsluitend met schriftelijke instemming van de RDW kan op verzoek van de aanvrager de voertaal Engels zijn. Het bepaalde in het tweede lid van dit artikel is in dat geval van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 2 — Algemene bepalingen aanvraag en beoordeling

Artikel 9

1 De kosten voor de behandeling van de aanvraag en het toezicht worden achteraf in rekening gebracht bij de marktdeelnemer conform de geldende Regeling tarieven Dienst Wegverkeer en met inachtneming van artikel 28, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

2 Bij betalingen moeten de factuurnummers en debiteurennummers volledig worden vermeld.

3 De RDW hanteert een betalingstermijn van 30 dagen. In uitzonderlijke gevallen kan RDW een andere termijn hanteren. Dit wordt op de desbetreffende factuur vermeld.

Hoofdstuk 2 — Algemene bepalingen aanvraag en beoordeling

Artikel 10

Bij verlening van een typegoedkeuring wordt het goedkeuringscertificaat toegezonden conform de bij de RDW vastgelegde modellen voor typegoedkeuringscertificaten.

Hoofdstuk 3 — Toezicht nationale typegoedkeuring mobiele machine

Artikel 11

1 Het toezicht van de RDW op de marktdeelnemer vindt plaats door middel van document beoordeling, audits en productbeoordeling.

2 De marktdeelnemer moet blijvend voldoen aan eisen voor de positieve beoordeling, de eisen voor de productielocaties en de overeenstemming van de productie conform het bepaalde van Verordening (EU) 167/2013.

3 De marktdeelnemer bepaalt aan de hand van een risicoanalyse de noodzakelijke controles die essentieel zijn om de overeenstemming van productie te waarborgen en zorgt ervoor dat hij deze controles zelf uitvoert, vastlegt, analyseert en tijdens het productieproces bijstuurt waar nodig op de punten en/of momenten (in de tijd).

4 Uitbreiding of wijziging van de door de RDW beoordeelde productielocaties is alleen mogelijk met instemming van de RDW en nadat een verzoek daartoe is gedaan met behulp van het CoP-formulier genoemd in artikel 4 lid 4.

5 De marktdeelnemer toont aan dat hij in de fasen vóór, tijdens en na het productieproces, zelf de regie voert over alle essentiële aspecten die van belang zijn voor de waarborg van de overeenstemming van de productie.

6 Productieactiviteiten mogen uitsluitend plaatsvinden op een locatie die door de RDW is beoordeeld. De marktdeelnemer is en blijft verantwoordelijk voor de overeenstemming van de productie.

7 De frequentie van het toezicht wordt naast de eventuele voorschriften in de specifieke Europese regelgeving, mede bepaald op basis van een risicoanalyse van de RDW. De laagst mogelijke frequentie voor een bedrijfsbezoek bedraagt één bezoek in drie jaar.

8 De risicofactoren bij de risicoanalyse van de RDW als bedoeld in het zevende lid zijn in ieder geval:

a. het ontbreken van een ISO-certificaat,

b. bevindingen bij eerdere beoordelingen,

c. de aard van het product,

d. het tijdstip van de laatste audit,

e. klachten en overige informatie over productafwijkingen bekend bij de RDW.

9 Audits kunnen in opdracht van de RDW worden uitgevoerd door hiervoor door de RDW aangewezen uitbestedingspartners of technische diensten categorie C.

Hoofdstuk 3 — Toezicht nationale typegoedkeuring mobiele machine

Artikel 12

1 De RDW stelt de datum eenzijdig vast en informeert de marktdeelnemer tijdig hierover per e-mail.

2 De marktdeelnemer bevestigt per e-mail zo spoedig mogelijk en in iedere geval binnen 2 weken de ontvangst van de auditdatum.

3 Op verzoek van de marktdeelnemer en uitsluitend met instemming van de RDW kan de audit worden verplaatst. De RDW brengt de daartoe gemaakte reis- en verblijfkosten, zoals bedoeld in artikel 17 van de vigerende Regeling tarieven Dienst Wegverkeer, in rekening.

4 Indien een audit niet kan worden uitgevoerd door toedoen van de marktdeelnemer, of wegens een omstandigheid die aan de marktdeelnemer wordt toegerekend, worden alle reeds gemaakte kosten in rekening gebracht. Dit geldt niet als de RDW wegens omstandigheden die voor zijn rekening komt de audit annuleert.

5 Onverminderd overige bepalingen in deze beleidsregel over het toezicht, kan de RDW te allen tijde toezichtactiviteiten uitvoeren en medewerking verlangen van de marktdeelnemer en/of de contactpersonen.

Hoofdstuk 3 — Toezicht nationale typegoedkeuring mobiele machine

Artikel 13

1 Voorafgaand aan het passeren van de datum einde geldigheid van de ‘Verklaring van overeenstemming’ informeert de RDW of de uitbestedingspartner/technische dienst categorie C de marktdeelnemer die reeds een procedure voor een eerste beoordeling heeft doorlopen, per e-mail tijdig wanneer audit zal plaatsvinden. De marktdeelnemer moet deze datum binnen 2 weken bevestigen.

2 Indien een audit niet kan worden uitgevoerd wegens onvoorziene omstandigheden is het bepaalde in artikel 12, lid 1, 2 en 4 van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3 — Toezicht nationale typegoedkeuring mobiele machine

Artikel 14

1 Audits worden uitgevoerd door respectievelijk inspecteurs van de RDW, auditeurs van uitbestedingspartners of door auditeurs van technische diensten categorie C.

2 De marktdeelnemer verleent medewerking aan de uitvoering van de audit.

3 De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de in het eerste lid van dit artikel genoemde personen tijdens de audit onder veilige omstandigheden hun werk kunnen doen conform Kaderrichtlijn 89/391/EEG inzake de veiligheid en de gezondheid van werknemers.

4 Van de audit wordt een auditrapport opgemaakt door de inspecteur of auditeur en aan de marktdeelnemer toegestuurd. Hierin worden eventuele observaties (verbeterpunten) van de RDW en non-Conformiteit (afwijkingen) opgenomen die in ernst kunnen variëren.

5 De marktdeelnemer zorgt ervoor dat de documenten en procedures inzake de overeenstemming van de productie bedoeld in artikel 4 en 5 beschikbaar zijn voor de auditeurs of inspecteurs genoemd het eerste lid van dit artikel, tenzij hierover door de RDW andere afspraken met hem zijn vastgelegd.

6 De marktdeelnemer kan door de RDW in de gelegenheid gesteld worden om binnen een bepaalde termijn na de auditdatum corrigerende maatregelen te treffen om de geconstateerde afwijkingen te verhelpen. Het stellen van deze termijn is afhankelijk van de aard en ernst van de tekortkoming.

7 Binnen de in het lid 6 gestelde termijn informeert de marktdeelnemer de RDW in detail over de getroffen maatregelen.

8 Indien de audit met positief resultaat is afgerond, geeft de RDW een verklaring van overeenstemming af voor de duur van maximaal 3 jaar.

Hoofdstuk 4 — Sancties en einde geldigheid typegoedkeuring

Artikel 15

1 De RDW kan een typegoedkeuring schorsen of intrekken afhankelijk van de ernst en aard van de overtreding.

2 Naast een schorsing als herstelsanctie kan de RDW een last onder dwangsom opleggen aan de marktdeelnemer overeenkomstig artikel 25, 27, 29, derde lid, of artikel 30, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ter bevordering van het herstel. Bij een last onder dwangsom wordt per tijdseenheid een bedrag verbeurd.

3 Naast herstelsancties kan RDW een bestraffende sancties opleggen aan de marktdeelnemer in de vorm van een bestuurlijke boete, overeenkomstig artikel 25, 27 en 29, derde lid of artikel 30, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk 4 — Sancties en einde geldigheid typegoedkeuring

Artikel 16

1 Een intrekking van de goedkeuring geldt voor onbepaalde tijd.

2 De RDW trekt de typegoedkeuring in:

a. op verzoek van de marktdeelnemer;

b. bij een definitieve productiestop van het type waarvoor goedkeuring is verleend;

c. bij faillissement van de marktdeelnemer aan wie de goedkeuring is verleend;

d. bij gebruik van agressie /geweld tegen RDW-medewerkers, of;

e. als blijkt dat de goedkeuring ten onrechte is verleend.

3 De RDW kan de typegoedkeuring intrekken als er sprake is van:

a. bij het afleggen van valse verklaringen tijdens audits of terwijl er corrigerende of beperkende maatregelen gelden;

b. bij het vervalsen van testresultaten voor Typegoedkeuringen of markttoezicht;

c. bij het achterhouden van gegevens of technische specificaties van voertuigen, systemen, onderdelen en technische eenheden;

d. bij gebruik van manipulatievoorzieningen in het goedgekeurde product; of,

e. bij het vermoeden van verstrekken van onjuiste informatie door of namens de marktdeelnemer

4 De RDW schorst de typegoedkeuring indien:

a. er vermoedens zijn dat er redenen tot intrekking van de goedkeuring zijn zoals bedoeld in het tweede lid, onder e van dit artikel, maar het onderzoek en de daarbij behorende conclusies, nog niet beschikbaar zijn.

b. er omstandigheden zijn die noch door de marktdeelnemer, noch door de RDW kunnen worden opgelost. Bijvoorbeeld als een productielocatie van de marktdeelnemer door een negatief reisadvies niet bereikbaar is.

c. sprake is van door de marktdeelnemer te herstellen gebreken. Dit betreft onder meer:

i. het weigeren van toegang tot informatie;

ii. niet voldoen aan de betalingsverplichting van de marktdeelnemer;

iii. uitblijven van het verstrekken van informatie aan RDW in het kader van toezicht op de conformiteit van de productie;

iv. niet doorgeven van noodzakelijke wijzigingen aan de RDW;

v. niet bevestigen, weigeren van of niet aanwezig zijn bij een audit door of namens de RDW;

vi. niet-naleving van overige vereisten van de typegoedkeuringswetgeving; of,

vii. Het weigeren om medewerking te verlenen aan een audit of monitoringsactiviteiten van de RDW of anderszins niet aan de uit de wet voortvloeiende verplichtingen voldoen.

5 Een schorsing wordt voor een bepaalde duur opgelegd. Die termijn wordt in het besluit vermeld.

6 Indien tijdens de schorsing de uitkomsten van het onderzoek zijn verkregen als bedoeld in het derde lid, onder a, van dit artikel kan de schorsing tussentijds worden beëindigd.

7 Indien niet binnen de in het vijfde lid van dit artikel genoemde termijn de gebreken naar tevredenheid van de RDW zijn hersteld wordt een besluit tot intrekking van de typegoedkeuring genomen.

Hoofdstuk 5 — Wijzigingen aan een nationale typegoedkeuring

Artikel 17

1 De marktdeelnemer is verantwoordelijk voor het actueel houden van de contactgegevens die hij aan de RDW heeft doorgegeven. Wijzigingen worden onmiddellijk, maar uiterlijk binnen vijf werkdagen, door de marktdeelnemer doorgegeven via het emailadres cop@rdw.nl.

2 De marktdeelnemer stelt ten behoeve van de communicatie met de RDW een CoP-contactpersoon aan die het aanspreekpunt is voor audits en het doorgeven van relevante wijzigingen.

3 De marktdeelnemer stelt daarnaast een contactpersoon aan die binnen zijn organisatie als verantwoordelijke voor alle CoP aspecten wordt aangesproken. Dit mag dezelfde persoon zijn als de CoP-contactpersoon.

Hoofdstuk 5 — Wijzigingen aan een nationale typegoedkeuring

Artikel 18

1 Voor het melden van wijzigingen die de marktdeelnemer volgens de toepasselijke wetgeving aan de RDW moet doorgeven, moet gebruik worden gemaakt van het CoP-formulier als bedoeld in artikel 4.

2 Indien de wijziging naar het oordeel van de RDW aanleiding geeft tot een herziening of uitbreiding van het typegoedkeuringscertificaat of de daar toebehorende documenten, dan wel het ontstaan van een nieuw type, meldt de RDW dit aan de marktdeelnemer. In dat geval moet de marktdeelnemer dit aanvragen met het aanvraagformulier te vinden op de website van de RDW.

Hoofdstuk 5 — Wijzigingen aan een nationale typegoedkeuring

Artikel 19

Een typegoedkeuring is een (vermogens)recht dat niet kan worden overgedragen. Als de marktdeelnemer van naam wijzigt, wijzigt volgens de voertuigregelgeving het type eveneens. De bestaande typegoedkeuring kan mede daardoor niet meer worden gebruikt voor de productie. In dat geval moet de RDW de typegoedkeuringen intrekken. De RDW willigt verzoeken voor overdracht daarom niet in.

Hoofdstuk 5 — Wijzigingen aan een nationale typegoedkeuring

Artikel 20

1 De RDW kan onder voorwaarden van artikel 19 afwijken in het geval aantoonbaar sprake is van een fusie of wijziging in de rechtsvorm van de marktdeelnemer aan wie de typegoedkeuring is verleend.

2 In geval van een fusie of wijziging van rechtsvorm moet de marktdeelnemer per ommegaande een aanvraag indienen voor de aanpassing van de typegoedkeuring(en), onder gebruikmaking van de in artikel 4 bedoeld formulieren.

Hoofdstuk 6 — Beoordeling alternatieve voorschriften

Artikel 21

Vrijstelling van de eisen over afmetingen en massa’s worden enkel verleend op grond van de Regeling vrijstelling goedkeuring afmetingen en massa’s landbouw- of bosbouwvoertuigen en mobiele machines.

Hoofdstuk 6 — Beoordeling alternatieve voorschriften

Artikel 22

Indien in een alternatief voorschrift is verwezen naar een bepaalde richtlijn, verordening of reglement dan is het toepassingsgebied daaruit van toepassing, tenzij in het alternatieve voorschrift daarvoor een expliciete uitzondering is gemaakt.

Hoofdstuk 6 — Beoordeling alternatieve voorschriften

Artikel 23

De marktdeelnemer moet de voor het uitvoeren van de testen benodigde informatie aanleveren. Indien in een eis vanuit een verordening, richtlijn of reglement informatie is vermeld die verstrekt moet worden in het kader van een typegoedkeuring, dan geldt dat niet voor een individuele goedkeuring.

Hoofdstuk 6 — Beoordeling alternatieve voorschriften

Artikel 24

1 Bij een wijziging van wetgeving van de onder ‘basis’ aangeduide regelgeving in de alternatieve voorschriften na de vermelde versiedatum, kan RDW de mobiele machine toetsen aan de relevante gewijzigde regelgeving.

2 Indien wetgeving in een alternatief voorschrift over een bepaald onderwerp geen eisen bevat met betrekking tot complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies en het voertuig om die reden niet voldoet aan het vereiste niveau van een toepasselijk alternatief voorschrift, dan kan RDW, indien wetgeving op het moment van de aanvraag wel voorziet in eisen voor dergelijke systemen en functies, het onderwerp toetsen aan alle relevante voorschriften uit geldende wetgeving, aangevuld met de relevante artikelen die volgens het betreffende alternatieve voorschrift moeten worden beoordeeld.

Hoofdstuk 6 — Beoordeling alternatieve voorschriften

Artikel 25

1 Een seriematig geproduceerd voertuig dat is gewijzigd, wordt voor wat betreft de onderwerpen die door de wijziging zijn geraakt beschouwd als zijnde een niet-seriematig geproduceerd voertuig, met uitzondering van het onderwerp emissies. In het onderwerp emissies is de handelwijze beschreven.

2 De onderwerpen die niet geraakt zijn door de wijziging worden geacht nog te voldoen aan de van toepassing zijnde voorschriften die gelden voor het seriematig geproduceerde voertuig.

Hoofdstuk 6 — Beoordeling alternatieve voorschriften

Artikel 26

1 Met documentatie van de marktdeelnemer of van de buitenlandse toelatingsautoriteit kan worden aangetoond dat is voldaan aan een alternatief voorschrift.

2 Onder documentatie bedoeld in het eerste lid wordt tevens verstaan een goedkeurmerk of informatie op een sticker of plaatje aangebracht door de marktdeelnemer.

3 De beoordeling van de geschiktheid van de documenten voor het aantonen van het voldoen aan het vereiste is aan de RDW.

Hoofdstuk 6 — Beoordeling alternatieve voorschriften

Artikel 27

1 Indien wordt aangegeven dat een berekening is toegestaan, dan moet de aanvrager deze berekening opstellen en overleggen. De RDW beoordeelt de berekening en bepaalt of deze berekening acceptabel is.

2 In het geval van gebruik van sterkteberekeningen moet het wiskundige model ten opzichte van de werkelijke testomstandigheden worden gevalideerd, tenzij de optredende spanningen in het model de vloei-/rekgrens van de toegepaste materialen niet overschrijden.

Hoofdstuk 6 — Beoordeling alternatieve voorschriften

Artikel 28

Indien een geldig goedkeuringscertificaat inclusief betreffende informatie en documentatie door de houder van de goedkeuring van toepassing wordt verklaard, is mogelijk voldaan aan het alternatieve voorschrift. De RDW beoordeelt of het goedkeuringscertificaat acceptabel is.

Hoofdstuk 6 — Beoordeling alternatieve voorschriften

Artikel 29

1 De RDW verleent de goedkeuring van een mobiele machine overeenkomstig artikel 23, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994.

2 Indien sprake is van een mobiele machine die is voorzien van een systeem, onderdeel of technische eenheid waarin technologieën of concepten zijn toegepast die onverenigbaar zijn met een of meer individuele toelatingseisen kan slechts een voorlopige nationale goedkeuring worden aangevraagd op grond van artikel 3.7.1. Regeling voertuigen.

3 Ingeval het een mobiele machine betreft die is voorzien van één of meer complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies die niet zijn toegestaan of niet voldoen aan het vereiste niveau van een toepasselijke individuele toelatingseis, dan wel niet voldoen aan de relevante voorschriften uit een latere versie van de betrokken regelgeving wordt door de RDW toegestaan dat onder de verantwoordelijkheid van de marktdeelnemer, deze systemen worden uitgeschakeld. De marktdeelnemer moet onder vermelding van het voertuigidentificatienummer schriftelijk verklaren dat de software van de complexe elektronische systemen of geavanceerde bestuurder ondersteunende functies definitief zijn uitgeschakeld én dat hij niet zal meewerken aan een softwarematige update van deze systemen zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de goedkeuringsinstantie. De verklaring moet door de tekenbevoegde van de marktdeelnemer zijn ondertekend. Systemen die vanuit de toepasselijke regelgeving verplicht zijn gesteld mogen niet worden uitgeschakeld tenzij expliciet anders is vermeld.

Hoofdstuk 7 — Alternatieve voorschriften

Artikel 30

Versie 1 januari 2025

Basis

Richtlijn 2006/42/EG gewijzigd tot en met Verordening (EU) 2019/1243 of Verordening (EU) 2023/1230

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

–

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

De mobiele machine wordt geacht te voldoen indien de mobiele machine is voorzien van een geldige ‘CE-markering’, een EG-verklaring van overeenstemming en een (digitale) handleiding waaruit het gebruiksdoel blijkt.

Als de mobiele machine is voorzien van uitrusting die gevoelig kan zijn voor elektromagnetische compatibiliteit (EMC) dan moet expliciet zijn aangetoond dat de mobiele machine aan de hiervoor relevante eisen onder de machinerichtlijn voldoet. In dat geval moet in de verklaring van overeenstemming de norm waaraan elektromagnetische compatibiliteit van de mobiele machine is getoetst zijn vermeld. Indien dit ontbreekt, maar de EMC gevoelige onderdelen zijn voorzien van een geldige UNECE R10 goedkeuring is dit eveneens afdoende.

Voor het verkrijgen van een typegoedkeuring moet een voorbeeld van de EG-verklaring van overeenstemming die per voertuig wordt afgegeven worden opgenomen in het informatiedocument.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing, met dien verstande dat bij een reeds eerder in een EU/EVA geregistreerd voertuig de EG-verklaring van overeenstemming en handleiding op verzoek van de RDW moet worden overgelegd.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring: | visuele controle

Individuele goedkeuring: | visuele controle

Toelichting

–

Hoofdstuk 7 — Alternatieve voorschriften

Artikel 31

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EU) 2016/1628 tot en met Verordening (EU) 2022/992

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

De mobiele machine moet zijn voorzien van een motor die voldoet aan Verordening (EU) 2016/1628 van de motorcategorie NRE of NRS, als bedoeld in artikel 4 van Verordening (EU) 2016/1628 of als gelijkwaardig erkende goedkeuring (zie toelichting).

Als alternatief mag de mobiele machine zijn voorzien van een motor van de motorcategorie ATS met elektrische ontsteking, mits de mobiele machine aan één van onderstaande voorwaarden voldoet:

a. voertuig is uitgerust met een schrijlingse gerichte zitplaats en een stuurstang; of

b. voertuig is uitgerust met een stuurwiel en bank of kuipstoel in een of meer rijen en met een maximumconstructiesnelheid van 25 km/h of meer.

De emissiefase van de motor moet voldoen aan het niveau wat is voorgeschreven volgens de verordening.

De motor moet zijn gemonteerd volgens de voorschriften van de motorfabrikant waarbij tevens geldt dat informatie aan de eindgebruiker aanwezig is en ter beschikking wordt gesteld.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande mag de verbrandingsmotor van mobiele machine zijn aangepast om geheel of met bijmenging van waterstof te functioneren. De aanvrager moet meetresultaten aanleveren gemeten volgens de transiënt en steady state cycli die beschreven staan in bijlage IV van Verordening (EU) 2016/1628. De meetresultaten moeten aantonen dat, bij alle mogelijke mate van bijmengverhoudingen van waterstof in het brandstofsysteem, aan de emissiegrenswaarden van de geldende emissiefase wordt voldaan.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring: | Visuele controle en/of meten.

De motor moet volgens voorschrift van de motorleverancier zijn ingebouwd, bijvoorbeeld op basis van de verklaring van de motorleverancier of door motorleverancier verstrekte inbouwinstructies. Het informatiepakket van de motorleverancier dat door de marktdeelnemer van de mobiele machine aan de eindgebruiker wordt verstrekt wordt vastgelegd.

Individuele goedkeuring: | Visuele controle en/of meten. In afwijking van bovenstaande wordt voor individuele goedkeuring geacht te zijn voldaan indien de verbrandingsmotor is voorzien van een typegoedkeuringsnummer volgens Verordening (EU) 2016/1628 of gelijkwaardige goedkeuring en fabrieksmatig is ingebouwd.

Toelichting

In bijlage XIII van Verordening (EU) 2017/654 is de erkenning van gelijkwaardige goedkeuringen voor motoren opgenomen.

Hoofdstuk 7 — Alternatieve voorschriften

Artikel 32

Versie 1 januari 2025

Voertuigcategorie Mobiele Machine

Basis

Verordening (EU) 2015/208, bijlage XX tot en met wijziging Verordening (EU) 2020/540

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Voorgeschreven plaat

Typegoedkeuring

De mobiele machine moet zijn voorzien van een voorgeschreven plaat en voldoen aan Verordening (EU) 2015/208, bijlage XX. In afwijking van punt 3.1 moet op de voorgeschreven plaat minimaal onderstaande informatie zijn vermeld:

• naam van de fabrikant;

• NL-typegoedkeuringsnummer;

• het type;

• het voertuigidentificatienummer;

• de technisch toegestane maximummassa van het voertuig in beladen toestand;

• de technisch toegestane maximummassa per as of rupsbandset, en

• de technisch toegestane getrokken massa(’s).

Als er sprake is van een mobiele machine die in meerdere fasen wordt voltooid, brengt iedere fase fabrikant, aanvullend, een eigen constructieplaat aan waarop minimaal onderstaande informatie staat vermeld:

• de naam van de marktdeelnemer;

• de goedkeuringsfase;

• NL-typegoedkeuringsnummer;

• het voertuigidentificatienummer; en

• het gewijzigde gegeven(s).

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande mag in het geval van een individuele goedkeuring de vermelding van het NL-typegoedkeurnummer en het type op de voorgeschreven plaat/platen achterwege blijven.

De technisch toegestane getrokken massa(’s) mag op de constructieplaat ontbreken indien deze massa blijkt uit de documentatie van de op de constructieplaat vermelde marktdeelnemer of indien het voertuig niets mag trekken.

Voertuigidentificatienummer

Typegoedkeuring

1. De mobiele machine moet zijn voorzien van een voertuigidentificatienummer dat voldoet aan Verordening (EU) 2015/208, bijlage XX, punt 4.

2. In afwijking van het gestelde in bijlage XX, punt 4 voldoet het voertuigidentificatienummer van de mobiele machine wanneer deze is opgebouwd door een gestructureerde combinatie van tekens die door de marktdeelnemer ondubbelzinnig aan één bepaalde mobiele machine is toegewezen.

Hieraan wordt eveneens geacht te zijn voldaan indien het voertuigidentificatienummer voldoet aan het gestelde in:

• richtlijn 2009/144/EG, bijlage V,

• verordening (EU) 19/2011, of

• verordening (EU) 2015/504, bijlage IV punt 3.

3. In afwijking van het gestelde in bijlage XX, punt 4. mag het voertuigidentificatienummer aan de rechterzijde dan wel linkerzijde van het voertuig zijn aangebracht.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld bij typegoedkeuring zijn van toepassing.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring: | visuele controle

Individuele goedkeuring: | visuele controle, zo nodig meten.

Toelichting

–

Hoofdstuk 7 — Alternatieve voorschriften

Artikel 33

Versie 1 januari 2025

Voertuigcategorie Mobiele Machine

Basis

VN/ECE-reglement nr. 67 tot en met supplement 14 op wijzigingenreeks 01

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

De mobiele machine die is uitgerust met een motor die wordt gevoed door LPG moet zijn uitgerust met specifieke voorzieningen voor het gebruik van LPG als voertuigbrandstof die voldoet aan de eisen van deel I, punt 6 wat betreft de onderdelen van de installatie en deel II, punt 17, wat betreft de installatie op het voertuig van VN/ECE-reglement nr. 67.

Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in deel II punt 17.4.6. van VN/ECE-reglement nr. 67.

Mobiele machines mogen in plaats van de tank inclusief appendages en aansluitingen zijn voorzien van gasflessen inclusief appendages en aansluitingen. Deze gasflessen inclusief appendages en aansluitingen blijven buiten beschouwing tijdens de goedkeuring.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:

1. mag de fabricagedatum van de flexibele slangen die worden toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar niet verder zijn terug gelegen dan 2 jaar; en

2. mag de beproevingsdatum van de LPG-tank niet verder terug zijn gelegen dan 10 jaar.

3. Het gestelde in de punten 1 en 2 zijn niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring: | visuele controle en uitvoeren vereiste testen

Individuele goedkeuring: | visuele controle en uitvoeren vereiste testen

Toelichting

–

Hoofdstuk 7 — Alternatieve voorschriften

Artikel 34

Versie 1 januari 2025

Basis

VN/ECE-reglement nr. 100 tot en met supplement 1 op wijzigingenreeks 02

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Een mobiele machine met een elektrische aandrijflijn moet voldoen aan VN/ECE-reglement nr. 100 tot en met supplement 1 op wijzigingenreeks 02:

• punt 3, met uitzondering van de verplichting om de documentatie in drievoud te verstrekken en met uitzondering van punt 3.1.2.2. en het in punt 3.1.3. gestelde met betrekking tot de toetsing van punt 6 en punt 3.2.; en

• punt 5, met uitzondering van punt 5.2.1 tot en met 5.2.1.2

In afwijking tot gestelde in punt 5.4. mag de aanvrager met betrekking tot waterstofemissies van batterijen op basis van waterige elektrolyten tot tevredenheid van de Dienst Wegverkeer aantonen dat aan de eisen in bijlage 7 is voldaan. Als alternatief mag worden aangetoond dat wordt voldaan het gesteld in Verordening (EU) 2015/208 bijlage XXIV om aan te tonen dat wordt voldaan aan het gestelde in VN/ECE-reglement nr. 100 tot en met supplement 1 op wijzigingenreeks 02.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring: | visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

Individuele goedkeuring: | visuele controle en uitvoeren vereiste testen. In het geval het een seriematig geproduceerde mobiele machine betreft wordt deze geacht te voldoen.

Toelichting

–

Hoofdstuk 7 — Alternatieve voorschriften

Artikel 35

Versie 1 januari 2025

Basis

VN/ECE-Reglement nr. 110 tot en met supplement 02 op wijzigingenreeks 01

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Algemeen CNG en LNG

Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in VN/ECE-reglement nr. 110.

Mobiele machines mogen in plaats van de tank inclusief appendages en aansluitingen zijn voorzien van gasflessen inclusief appendages en aansluitingen. Deze gasflessen inclusief appendages en aansluitingen blijven buiten beschouwing tijdens de typegoedkeuring.

CNG

Typegoedkeuring

De mobiele machine met een brandstofsysteem van een motor die wordt gevoed door CNG, moet voldoen aan deel I, punt 6, en deel II, punt 17 van VN/ECE-reglement nr. 110.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:

1. mag de fabricagedatum van de flexibele slangen niet verder terug zijn gelegen dan 1 jaar; en

2. mag de geldigheidstermijn tot de eerstvolgende periodieke controle zoals voorgeschreven door de fabrikant van de CNG-tank niet zijn overschreden.

3. Het gestelde in de punten 1 en 2 is niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.

LNG

Typegoedkeuring

De mobiele machine met een brandstofsysteem van een motor die wordt gevoed door LNG, moet voldoen aan deel I, punt 8 en deel II, punt 18 van VN/ECE-reglement nr. 110.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. In aanvulling hierop:

1. mag de fabricagedatum van de flexibele slangen niet verder terug zijn gelegen dan 1 jaar; en

2. mag de geldigheidstermijn tot de eerstvolgende periodieke controle zoals voorgeschreven door de marktdeelnemer van de LNG-tank niet zijn overschreden.

3. Het gestelde in de punten 1 en 2 zijn niet van toepassing indien het voertuig geregistreerd is geweest in een EU/EVA-land en de installatie reeds was gemonteerd.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring | visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

Individuele goedkeuring | visuele controle en uitvoeren vereiste testen

Toelichting

–

Hoofdstuk 7 — Alternatieve voorschriften

Artikel 36

Versie 1 januari 2025

Basis

VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in deel II punt 17.4.6. van VN/ECE-reglement nr. 67 of is voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in VN/ECE-reglement nr. 110, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00

Wijze van keuren

Visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

Toelichting

–

Hoofdstuk 7 — Alternatieve voorschriften

Artikel 37

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EU) 2015/208 bijlage VII tot en met wijziging Verordening (EU) 2020/540

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

Algemeen

Als voor het voldoen aan de eisen gebruik moet worden gemaakt van middelen voor indirect zicht moet het mogelijk zijn om een wegpilon te kunnen onderscheiden van de omgeving op de cirkel met 12,00 m radius of binnen de begrenzing van het omschreven zichtveld. De afmetingen van de hier benoemde wegpilon moet voldoen aan ISO 3888:2-2011.

In het geval er gebruik gemaakt wordt van inrichtingen voor indirect zicht hoeven deze niet verplicht te zijn voorzien van een goedkeuringsmerk, klasse-aanduiding en extra symbool. De onderdelen moeten afdoende identificeerbaar zijn.

Voor zover van toepassing worden de in een norm gestelde eisen, testprocedure en criteria ook voor een mobiele machine die breder is dan 2,55 m toegepast.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking van bovenstaande is het niet noodzakelijk dat de toegepaste onderdelen identificeerbaar zijn.

Typegoedkeuring en individuele goedkeuring

Gezichtsveld bestuurder naar voren en naar de zijkant (op een halve cirkel met 12,00 m radius)

Het gezichtsveld van de bestuurder naar voren en naar de zijkant moet voldoen aan punt 1 van de Verordening (EU) 2015/208, bijlage VII, met uitzondering van hetgeen is vermeld over de ruitenwissers.

Voor wat betreft het gestelde in de vermelde ISO-norm 5721-1:2013 zijn de volgende punten uitgezonderd:

• punt 5.1.2, laatste alinea (afschermingen buiten 9,50 m midden sector); en

• punt 5.1.4. (eisen ruitenwisser).

Binnen de 9,50 m sector recht naar voren mogen maximaal twee maskingeffecten optreden die elk niet breder zijn dan 0,70 m.

Buiten de 9,50 m sector mogen aan elke zijde maximaal twee maskingeffecten voorkomen die elk niet breder zijn dan 1,50 m of:

• wanneer de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine ≤ 25 km/h is mag één maskingeffect op de 12,00 m cirkel links en één maskingeffect op de 12,00 m cirkel rechts buiten 9,50 m sector zijn vergroot tot 5,50 m op voorwaarde dat het aansluitende vrije-zichtgebied op de halve cirkel minimaal 1,30 m breed is; of

• wanneer de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine > 25 km/h is mag één maskingeffect op de 12,00 m cirkel links en één maskingeffect op de 12,00 m cirkel rechts buiten 9,50 m sector zijn vergroot tot 4,50 m op voorwaarde dat het aansluitende vrije-zichtgebied op de halve cirkel minimaal 1,30 m breed is.

Afhankelijk van de maximumconstructiesnelheid van de mobiele machine mag de positie van de ogen van bestuurder in horizontale richting zowel links als rechts maximaal worden verplaatst als aangegeven om het maskingeffect te minimaliseren.

Maximumconstructiesnelheid | Maximum zijwaartse verplaatsing naar elke zijde

≤ 25 km/h | 170 mm

≤ 50 km/h | 100 mm

> 50 km/h | 50 mm

Het vereiste zicht buiten de 9,5 m sector mag worden behaald met direct of met combinatie met indirect zicht daarvan.

Zichtafscherming veroorzaakt door de aanwezigheid van een achteruitkijkspiegel blijven buiten beschouwing wanneer deze constructief niet anders kan worden aangebracht.

Het gezichtsveld van de bestuurder naar voren en naar de zijkant op de cirkel met 12,00 m radius wordt geacht te voldoen indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:

• ISO 5721-1:2013;

• ISO 5006:2006;

• ISO 5006:2017;

• ISO 15830:2012; of

• ISO 13564-1:2012

Gezichtsveld bestuurder naast de mobiele machine

Het gezichtsveld van de bestuurder naast de mobiele machine moet voldoen aan de gezichtsvelden beschreven in punt 2 van Verordening (EU) 2015/208, bijlage VII.

Het vereiste zicht mag worden behaald met direct of indirect zicht of een combinatie daarvan.

Eén afscherming in elk zichtveld naast de mobiele machine is toegestaan op voorwaarde dat deze afscherming nergens een ronde schijf met een diameter van 300 mm geheel aan het zicht onttrekt.

Het gezichtsveld van de bestuurder naast de mobiele machine wordt geacht te voldoen indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:

• ISO 5721-2:2014;

• ISO 5006:2006;

• ISO 5006:2017;

• ISO 15830:2012;

• ISO 13564-1:2012; of

• VN/ECE-reglement Nr. 46 tot en met supplement 01 op wijzigingenreeks 03.

Gezichtsveld bestuurder naar achter

Het gezichtsveld van de bestuurder naar achter moet voldoen aan de Regeling voertuigen, artikel 5.7a.45, met uitzondering van de leden 3 en 4.

Het gezichtsveld van de bestuurder naar achter wordt geacht te voldoen, indien kan worden aangetoond dat dit voldoet aan:

• ISO 5721-2:2014;

• ISO 5006:2006;

• ISO 5006:2017; of

• VN/ECE-reglement Nr. 46 tot en met supplement 01 op wijzigingenreeks 03.

Wijze van keuren

Visuele controle en/of meten.

Visuele controle, door een persoon van gemiddeld gestalte die op gebruikelijke wijze zit of staat, waarbij een aanwezige zitplaats in de juiste rijstand is afgesteld.

Gezichtsveld naar voren en naar de zijkant

Vanuit een punt op de grond recht onder de oogpunten van de bestuurder wordt een halve denkbeeldige cirkel getrokken met een radius van 12,00 m.

De afmeting van een zichtafscherming (maskingeffect) op de cirkel met 12,00 m radius wordt gemeten in een rechte lijn tussen de uiterste punten van het maskingeffect op die cirkel.

Gezichtsveld bestuurder naast de mobiele machine

Het is toegestaan dat de persoon zich vanuit gebruikelijke zit- of sta-positie maximaal 170 mm heen en weer verplaatst.

Gezichtsveld bestuurder naar achter

De wijze van keuren als vermeld in de Regeling voertuigen artikel 5.7a.45 van toepassing zijnde lid wordt gehanteerd.

Toelichting

–

Hoofdstuk 7 — Alternatieve voorschriften

Artikel 38

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EG) 79/2009 tot en met Verordening (EU) 2019/1243 en Verordening (EU) 406/2010 tot en met Verordening (EU) 519/2013

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Voertuig met een waterstofsysteem moet voldoen aan bijlagen I en VI van Verordening (EG) 79/2009 en aan bijlagen III tot en met VI van Verordening (EU) 406/2010.

Voor zover er sprake is van de specifieke eisen voor bepaalde voertuigcategorieën zijn de eisen voor categorie N3 overeenkomstig van toepassing op mobiele machines.

Indien de bevestiging van de brandstoftank voldoet aan het gestelde in bijlage 5 van VN/ECE-reglement nr. 115 tot en met supplement 10 op wijzigingenreeks 00, wordt geacht te zijn voldaan aan de eisen omtrent de bevestiging hiervan vermeld in bijlage IV, deel 1 punt 2.2. van Verordening (EU) 406/2010.

Ten behoeve van de beoordeling moeten de ingevulde formulieren overeenkomstig bijlage I, deel 1 en 3, van de Verordening (EU) 406/2010 worden overgelegd.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring: | visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

In afwijking van de vereiste testen is een berekening toegestaan.

Individuele goedkeuring: | visuele controle en uitvoeren vereiste testen.

In afwijking van de vereiste testen is een berekening toegestaan

Toelichting

–

Hoofdstuk 7 — Alternatieve voorschriften

Artikel 39

Versie 1 januari 2025

Basis

Verordening (EU) 2015/208 bijlage XII tot en met wijziging Verordening (EU) 2020/540

Datum van toepassing voorschrift betreffende typegoedkeuring met ingang van:

1 januari 2025

Datum einde geldigheid voorschrift betreffende typegoedkeuring:

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring met ingang van:

1 januari 2021

Datum eerste toelating betreffende individuele goedkeuring tot:

Goedkeureis

Typegoedkeuring

Een mobiele machine moet voor wat betreft de eventueel gemonteerde signalisatieborden of aangebrachte signalisatiefolie voldoen aan:

• de eisen van punt 2, met uitzondering van de verplichting om de documentatie in drievoud te verstrekken;

• de punten 5.4, 5.5, 5.6, 5.7 en 5.9; en

• punt 6.26, waarbij in aanvulling op het gestelde in aanhangsel 3, punt 2, wordt een signalisatiebord of -folie geaccepteerd met de aanduiding TP ESC B of RA 2.

Indien een signalisatiebord of -folie voldoet aan VN/ECE-reglement nr. 104, klasse C worden de eisen van punt 5.4 buiten beschouwing gelaten.

Individuele goedkeuring

Dezelfde goedkeuringseisen zoals vermeld hiervoor bij typegoedkeuring zijn van toepassing. Echter in afwijking hiervan hoeft voor individuele goedkeuring niet te worden voldaan aan punt 2 van bijlage XII. van Verordening 2015/208

Bij mobiele machines met een datum eerste toelating van voor 1 januari 2025 zijn eveneens de eisen van aanhangsel 3 punt 2 uitgezonderd.

Wijze van keuren

Typegoedkeuring: | visuele controle en uitvoeren vereiste testen

Individuele goedkeuring: | visuele controle en uitvoeren vereiste testen

Toelichting

Wanneer wordt gekozen voor een afwijkende vorm moeten er 3 vlakken van 141 bij 141 mm aanwezig zijn. Indien in dat geval niet de oppervlakte van 4 vlakken van 141 bij 141 mm (795 cm2) wordt gehaald, moet er een 2e bord links en rechts worden geplaatst wat minimaal 3 vlakken bevat.

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 40

1 De beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines wordt ingetrokken per 1 juli 2026.

2 Aanvragen die zijn ingediend onder de 'Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines’ maar waarop nog niet is beschikt bij het in werking treden van deze beleidsregel, worden afgehandeld overeenkomstig deze beleidsregel.

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 41

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel nationale goedkeuring mobiele machines 2026.

Hoofdstuk 8 — Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 42

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 juli 2026