wetzoeker

Artikel 11 Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten

1 De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar van besteding vast.

2 De minister kan de specifieke uitkering lager vaststellen, indien:

a. de verantwoordingsinformatie onjuist, onvolledig, te laat, of niet is verstrekt;

b. de uitkering niet rechtmatig is besteed;

c. de rechtmatigheid of de juistheid van de besteding volgens de controlerende accountant onzeker is;

d. het project minder lang als zodanig is ingezet dan waarvoor de specifieke uitkering is verleend.

3 De verstrekte specifieke uitkering kan worden teruggevorderd voor het deel dat blijkens de verantwoordingsinformatie niet of niet rechtmatig is uitgegeven.

4 Onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten kunnen worden teruggevorderd, voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de uitkering wordt vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Regeling
Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0052748
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl