wetzoeker

4.7 — Energieopslagfaciliteit en een kleinverbruikaansluiting Besluit belastingen op milieugrondslag

Energieopslagfaciliteit en een kleinverbruikaansluiting

Artikel 50, lid 3, onderdeel c, van de wet bepaalt dat belasting wordt geheven van het verbruik van elektriciteit door een organisatorische eenheid die een EOF exploiteert. Artikel 50, lid 3 onderdeel c, van de wet is tegelijkertijd met artikel 50, lid 4, van de wet gewijzigd in het kader van de regeling voor EOF’s achter een grootverbruikaansluiting. Beide artikelen moeten in samenhang worden gelezen met artikel b18a van het besluit: de bepaling voor de exploitant van een EOF geldt alleen voor EOF’s achter een grootverbruikaansluiting. Het voorkomen van dubbele belasting via artikel 50, lid 4, van de wet en het ontstaan van belastingplicht voor de wet via artikel 50, lid 3, onderdeel c, van de wet is dus enkel bedoeld voor de situaties waarin een EOF wordt geëxploiteerd achter een grootverbruikaansluiting. Een redelijke wetstoepassing brengt dus met zich mee dat de belastingplicht van artikel 50, lid 3, onderdeel c, van de wet niet geldt voor exploitanten van EOF’s achter een kleinverbruikaansluiting. Een kleinverbruikaansluiting is een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x80A niet zijnde een aansluiting zoals bedoeld in artikel 1, lid 2 of lid 3, van de Elektriciteitswet 1998.

Regeling
Besluit belastingen op milieugrondslag
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
27-06-2026
BWB-id
BWBR0052738
Versie
2026-06-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl