wetzoeker

4.6 — Tijdstip overleggen verklaring verlaagd tarief laadpalen en walstroominstallaties en soortgelijke verklaringen Besluit belastingen op milieugrondslag

Tijdstip overleggen verklaring verlaagd tarief laadpalen en walstroominstallaties en soortgelijke verklaringen

In de artikelen 60a en 60b van de wet is een verlaagd tarief opgenomen voor laadpalen en voor walstroominstallaties. Hiervoor gelden wel een aantal voorwaarden. Op grond van artikel 21d, eerste en tweede lid van het besluit, moet voor het van toepassing zijn van het verlaagde tarief voor respectievelijk laadpalen en walstroominstallaties, de verbruiker een verklaring overleggen aan degene die de elektriciteit levert, dat aan deze voorwaarden wordt voldaan.

Het besluit laat echter onduidelijkheid over op welk moment deze verklaringen moeten zijn overgelegd voor het van toepassing zijn van het verlaagde tarief. Meer in het bijzonder is onduidelijk of het verlaagde tarief door middel van een correctie op de aangifte energiebelasting door de leverancier alsnog kan worden toegepast als de verbruiker de betreffende verklaring pas heeft overgelegd nadat de belasting op aangifte is voldaan. Hiervoor is nodig dat aan de betreffende verklaring een zekere terugwerkende kracht kan worden toegekend.

De in artikel 21d, eerste en tweede lid van het besluit gekozen bewoordingen sluiten niet uit dat de betreffende verklaring ook mag worden overgelegd voorafgaande aan een correctie op de aangifte waarin het verlaagde tarief alsnog wordt toegepast. Zolang deze verklaring is overgelegd voorafgaande aan het door de leverancier toepassen van het verlaagde tarief, levert dit evenmin strijd op met de bedoeling van de voorwaarde dat een dergelijke verklaring moet zijn overgelegd.

Bovendien past een dergelijke ruime uitleg binnen de bedoeling van artikel 60a en 60b van de wet om het gebruik van laadpalen en walstroom te stimuleren. Daarbij acht ik van belang dat in het geval de leverancier het verlaagde tarief voor laadpalen of walstroominstallaties niet heeft toegepast, een teruggaafmogelijkheid voor de verbruiker ontbreekt.

Een redelijke wetstoepassing brengt met zich mee dat het verlaagde tarief voor laadpalen en walstroominstallaties ook mag worden toegepast als de verklaring als bedoeld in respectievelijk artikel 21d, eerste en tweede lid van het besluit, is overgelegd voorafgaande aan de correctie op de aangifte waarin het verlaagde tarief wordt toegepast en uit de verklaring volgt tot welk moment in het verleden deze verklaring terugwerkt.

Doordat de aangifte energiebelasting drie zichtjaren heeft, kan een correctie binnen die zichtjaren via de aangifte verlopen. Daarna kan nog tot vijf jaar terug een verzoek om ambtshalve vermindering worden gedaan. De betreffende verklaring moet voorafgaande aan de correctie-aangifte of het verzoek om ambtshalve vermindering door de verbruiker aan de leverancier worden overlegd.

Daarnaast dient voor het van toepassing zijn van het verlaagde tarief aan alle materiële voorwaarden moet zijn voldaan op het moment waarnaar de verklaring terugwerkt.

De antwoorden op de Kennisgroep-vragen KG:208:2022:1 ‘Tijdstip van overleggen verklaring bij toepassing van het laadpalentarief’ en KG:208:2022:3 ‘Tijdstip van overleggen verklaring bij toepassing van het walstroomtarief’ zijn verwerkt in dit onderdeel en komen hiermee te vervallen.

Overige verklaringen

Voorgaande geldt eveneens voor de verklaringen genoemd in artikel 14, derde lid (particuliere installatie voor centrale watervoorziening) van de wet, artikel 21 (CNG-vulstation) en artikel 21a, derde lid (stadsverwarming) van het besluit en artikel 20 (tuinders) van de Uitvoeringsregeling belastingen op milieugrondslag.

Voor verklaringen in het kader van artikel 22, eerste lid, van het besluit (vrijstelling installatie voor elektriciteitsopwekking, waaronder WKK’s) geldt dat de verklaring en daarmee de vrijstelling met terugwerkende kracht toegepast kan worden over de gehele verbruiksperiode. Als voorwaarde geldt dat een eindfactuur zoals bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel e, van de wet of een correctiefactuur (die de gehele verbruiksperiode omvat) nog niet is verstuurd door de leverancier. Op voornoemde eind- of correctiefactuur wordt het gasverbruik verrekend met de maandelijks reeds gefactureerde bedragen.

Regeling
Besluit belastingen op milieugrondslag
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
27-06-2026
BWB-id
BWBR0052738
Versie
2026-06-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl