wetzoeker

4.4.2 — Financial leasing en erfpacht Besluit belastingen op milieugrondslag

Financial leasing en erfpacht

Op grond van artikel 59a, tweede lid, onderdeel b, van de wet, zoals die luidde per 31 maart 2021, moet de productie-installatie van een coöperatie waarvan de leden in aanmerking willen komen voor toepassing van het verlaagde tarief, bedoeld in artikel 59a van de wet, juridisch en economisch eigendom van de coöperatie zijn.

De voorwaarde dat de productie-installatie juridisch eigendom van de coöperatie moet zijn, sluit onder meer uit, dat de coöperatie de installatie gebruikt op basis van een overeenkomst van huur of lease. Bij zulke overeenkomsten kan in het algemeen niet gezegd worden, dat de installatie aan de coöperatie toebehoort. Dat is echter anders als de juridische eigendom enkel dient als zekerheid voor de financiering van de installatie en de coöperatie zowel de economische eigendom van de installatie heeft als de feitelijke macht om als eigenaar over de installatie te beschikken. Dit kan zich onder bepaalde voorwaarden voordoen bij overeenkomsten van financial lease. Als de juridische eigendom bovendien niet nodig is om de heffing en invordering van de energiebelasting te verzekeren, leidt een strikte toepassing van de wet in zulke situaties tot een onbedoelde beperking van de mogelijkheid om voor het verlaagde tarief in aanmerking te komen.

Goedkeuring

– Om aan het vorenstaande tegemoet te komen keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule) goed, dat een productie-installatie voor de toepassing van artikel 59a, tweede lid, onderdeel b, van de wet, zoals die luidde per 31 maart 2021, geacht kan worden juridisch eigendom van de coöperatie te zijn, als de coöperatie de installatie heeft verkregen krachtens een overeenkomst van financial lease, mits:

– de leaseperiode is aangegaan voor een periode die overeenkomt met de geschatte economische levensduur van de installatie;

– de economische eigendom van de installatie gedurende die periode geheel bij de coöperatie berust;

– de coöperatie de macht heeft om als eigenaar over de installatie te beschikken in de zin van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968; en

– de heffing en invordering van eventueel door de coöperatie verschuldigde energiebelasting naar het oordeel van de inspecteur en de ontvanger in voldoende mate verzekerd zijn.

Of in concrete gevallen sprake is van financial lease, moet van geval tot geval aan de hand van het contract worden beoordeeld. Leaseovereenkomsten die voldoen aan de criteria van het besluit van 15 november 1999, AFZ99/3262M (de leaseregeling) worden in ieder geval niet aangemerkt als overeenkomsten van financial lease.

Ik keur voorts goed, dat hetgeen hiervoor is vermeld met betrekking tot installaties die zijn verkregen krachtens een overeenkomst van financial lease, voor zover mogelijk op overeenkomstige wijze wordt toegepast op installaties die door de coöperatie krachtens erfpacht worden gehouden en gebruikt.

Deze goedkeuring geldt ook voor verenigingen van eigenaars als bedoeld in artikel 59b van de wet, zoals die luidde per 31 maart 2021.

Regeling
Besluit belastingen op milieugrondslag
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
27-06-2026
BWB-id
BWBR0052738
Versie
2026-06-27_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl