wetzoeker

Besluit tijdelijke aanwijzing Team Bijzondere Bijstand FIOD als hulpverleningsdienst ex artikel 29 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

Besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 22 juni 2026, nr. IENW/BSK-2026/104748, houdende tijdelijke aanwijzing van het Team Bijzondere Bijstand van de FIOD als hulpverleningsdienst als bedoeld in artikel 29 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-07-2026
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Waterstaat
BWB-id
BWBR0052723
Versie
2026-07-01_0
SHA-256 bron
a1dba50bb2ca56080ed2d378cdcd019b26579402154bfe0ab87438d99c36b0c4

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Artikel 1

Het Team Bijzondere Bijstand van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst wordt aangewezen als hulpverleningsdienst als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 ten behoeve van de uitvoering van haar taken, genoemd in artikel 80, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 141, onder d, van het Wetboek van Strafvordering en artikel 2, onder a, en artikel 3 van de Wet op de Bijzondere opsporingsdiensten.

Artikel 2

De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst stelt ten behoeve van het Team Bijzondere Bijstand van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst een richtlijn op als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Regeling optische en geluidssignalen 2009 met inachtneming van artikel 3, derde en vierde lid, van die regeling. In aanvulling op het derde lid, onder e, dient er binnen de opleiding van de bestuurder specifieke aandacht te zijn voor het rijden met optische en geluidssignalen in een motorvoertuig dat niet herkenbaar is als een motorvoertuig in gebruik bij de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst.

Artikel 3

1 Het Team Bijzondere Bijstand van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst wijst personen of groepen aan die daartoe ingerichte motorvoertuigen met inwerking zijnde optische en geluidssignalen mogen besturen.

2 De in het eerste lid bedoelde personen worden aangewezen nadat zij een speciale instructie hebben gekregen als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Regeling optische en geluidssignalen 2009.

Artikel 4

1 De motorvoertuigen van het Team Bijzondere Bijstand van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst zijn vrijgesteld van de artikelen 5.2.51a, eerste lid, en 5.3.51a, eerste lid, van de Regeling voertuigen op grond van artikel 147, eerste lid, Wegenverkeerswet 1994.

2 De optische en geluidssignalen bedoeld in artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, die de motorvoertuigen van het Team Bijzondere Bijstand van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst voeren, voldoen aan de eisen die worden gesteld in artikel 5, eerste en vijfde lid, van de Regeling optische geluidssignalen 2009, met uitzondering van het vereiste dat het motorvoertuig herkenbaar is als een motorvoertuig in gebruik bij het Team Bijzondere Bijstand van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2026 of, indien de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 juni 2026, met ingang van de dag na de datum van uitgifte van die Staatscourant en werkt terug tot en met 1 juli 2026 en vervalt met ingang van 1 juli 2028.