wetzoeker

Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2026

Besluit van de directeur-generaal Realisatie Groene Groei van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat van 29 mei 2026, nr. ZK-0000141808, tot verlening van ondermandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2026)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
23-06-2026
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Economische Zaken en Klimaat
BWB-id
BWBR0052720
Versie
2026-06-23_0
SHA-256 bron
3b00fed256c9050faad44c84aa82c3a4d3c162220085119b45ae8438c256ade4

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

§ 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

directeur-generaal: directeur-generaal Realisatie Groene Groei van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

directeuren: directeuren, programmadirecteur Aanpak Netcongestie en projectdirecteur Delta Rijn Corridor van het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

MT-leden van een directie: leden van het managementteam van een directie van het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat;

bedrag: het bedrag inclusief de verschuldigde omzetbelasting (BTW).

§ 2 — Taakverdeling tussen de directeur-generaal en de onder hem ressorterende functionarissen

Artikel 2

Aan de directeur-generaal is voorbehouden: het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van andere handelingen dan een besluit of een privaatrechtelijke rechtshandeling betreffende de volgende aangelegenheden:

a. onderwerpen die twee of meer directies van het dienstonderdeel raken, tenzij daarover tussen de betrokken directeuren overeenstemming bestaat;

b. aangelegenheden op het werkterrein van een directeur:

1°. ten aanzien waarvan de directeur-generaal in een incidenteel geval mededeling heeft gedaan dat zij door hem zullen worden behandeld, of

2°. die door een directeur aan de directeur-generaal ter afhandeling worden voorgelegd, tenzij zij naar het oordeel van de directeur-generaal door een andere directeur moeten worden behandeld.

§ 2 — Taakverdeling tussen de directeur-generaal en de onder hem ressorterende functionarissen

Artikel 3

1 Aan de directeuren wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op hun werkterrein met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 2.000.000 per verplichting niet te boven gaat.

2 Aan de directeuren wordt tevens, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;

b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings-, en ouderschapsverlof;

c. het accorderen van P-Direkt aanvragen;

d. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel;

e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties binnen en buiten de Europese Unie.

§ 2 — Taakverdeling tussen de directeur-generaal en de onder hem ressorterende functionarissen

Artikel 4

1 Aan de MT-leden van een directie wordt, ieder voor zich, ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor aangelegenheden op hun werkterrein met dien verstande dat het aangaan van financiële verplichtingen een bedrag van € 100.000 per verplichting niet te boven gaat.

2 Aan de MT-leden van een directie wordt voorts, ieder voor zich, voor de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat, volmacht en machtiging verleend voor:

a. het verlenen van verlof en kort buitengewoon verlof;

b. het verlenen van zwangerschaps-, bevallings-, en ouderschapsverlof;

c. het accorderen van P-Direkt aanvragen;

d. het aangaan van verplichtingen inzake de opleiding van personeel;

e. het accorderen van aanvragen voor dienstreizen en het goedkeuren van reiskostendeclaraties binnen de Europese Unie.

§ 3 — Vervanging

Artikel 5

1 De uit dit besluit voor de directeuren voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op hun plaatsvervanger. Bij afwezigheid van zowel de directeur als zijn plaatsvervanger gaan de uit dit besluit voortvloeiende bevoegdheden over op een door de directeur aangewezen lid van het betrokken managementteam.

2 De uit dit besluit voor een MT-lid voortvloeiende bevoegdheden gaan in geval van afwezigheid over op een ander MT-lid.

§ 4 — Slotbepalingen

Artikel 6

Het Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei in oprichting wordt ingetrokken.

§ 4 — Slotbepalingen

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2025.

§ 4 — Slotbepalingen

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging voor het directoraat-generaal Realisatie Groene Groei van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat 2026.