wetzoeker

Regeling nabetaling bekostiging schooljaar 2022–2023

Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 11 juni 2026, nr. PO/FenV/63772240, tot het verstrekken van aanvullende bekostiging naar aanleiding van de gedeeltelijke onverbindendverklaring van de Regeling bekostiging personeel PO 2022–2023 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2022–2023 (Regeling nabetaling bekostiging schooljaar 2022–2023)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
19-06-2026
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0052704
Versie
2026-06-19_0
SHA-256 bron
36f0743a14ec8ce7e004024bb014289c9d982ee0ff053a993bc494dc5d1f392f

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

aanvullende bekostiging: aanvullende bekostiging als bedoeld in artikel 119, eerste lid, WPO en artikel 117, eerste lid, WEC;

bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 WPO en artikel 1 WEC;

instelling: instelling als bedoeld in artikel 1 WEC;

Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Regeling: Regeling bekostiging personeel PO 2022–2023 en vaststelling bedragen voor ondersteuning van leerlingen in het PO en VO 2022–2023;

school: school als bedoeld in artikel 1 WPO en artikel 1 WEC;

WEC: Wet op de expertisecentra;

WPO: Wet op het primair onderwijs.

Artikel 2

Deze regeling is van toepassing op het bevoegd gezag van een school of instelling die:

a. partij was bij de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 25 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1747, voor zover het die school of instelling betreft; en

b. geen partij was bij de onder a bedoelde uitspraak, voorafgaand aan die uitspraak bezwaar heeft gemaakt tegen een bekostigingsbeschikking op grond van de Regelingen waarbij nog niet op dat bezwaar is beslist.

Artikel 3

De Minister verstrekt aanvullende bekostiging met als doel de bevoegde gezagen van de scholen en instellingen, bedoeld in artikel 2, te voorzien van een nabetaling van de bekostiging over de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 december 2022.

Artikel 4

1 Het bedrag van de aanvullende bekostiging is gelijk aan het verschil tussen:

a. het bedrag dat het bevoegd gezag zou hebben ontvangen indien bij de berekening van de bekostiging, bedoeld in artikel 2, zesde lid, artikel 3, tweede lid, artikel 4, tweede lid, artikel 6, tweede lid, artikel 8, vierde lid, artikel 10, zesde lid, artikel 11, tweede lid, artikel 12, tweede lid, artikel 13, derde lid, artikel 15, zesde lid, artikel 16, tweede lid, artikel 17, tweede lid, artikel 18, derde lid, artikel 25, tweede lid, en artikel 27, tweede lid, van de Regeling, zoals deze luidde op 31 december 2025, het percentage van 41,67 als factor zou zijn gehanteerd in plaats van het in die artikelen genoemde percentage van 34,55; en

b. het bedrag dat het bevoegd gezag heeft ontvangen op grond van de Regeling.

2 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermeerderd met de verschuldigde wettelijke rente overeenkomstig artikel 4:102 Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling nabetaling bekostiging schooljaar 2022–2023.