wetzoeker

Besluit vaststelling subsidieplafonds ex Subsidieregeling praktijkleren en vaststelling maximale subsidiebedrag per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats studiejaar 2025–2026

Besluit van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 juni 2026, nr. MBO/63603808, houdende vaststelling van de subsidieplafonds voor het studiejaar 2025–2026 op grond van de Subsidieregeling praktijkleren en vaststelling van het maximale subsidiebedrag per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats voor het studiejaar 2025–2026

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-06-2026
Rechtsgebied
Onderwijsrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0052685
Versie
2026-06-12_0
SHA-256 bron
5d1e5971ce8752558071cc472eaf9fef78b7ce3cda556c44b6dfb52f00a617da

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI

Artikel I

De subsidieplafonds, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Subsidieregeling praktijkleren worden voor het studiejaar 2025–2026 als volgt vastgesteld voor Europees Nederland:

a. voor subsidies als bedoeld in artikel 4: € 259.317.000;

b. voor subsidies als bedoeld in artikel 6: € 22.000.000;

c. voor subsidies als bedoeld in artikel 8: € 2.200.000; en;

d. voor subsidies als bedoeld in de artikelen 9a, 9c en 10 in totaal: € 1.000.000.

Artikel II

Indien het voorstel van wet tot wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (Kamerstukken 36 915 VIII) niet uiterlijk op 30 december 2026 tot wet is verheven, of ingevolge dat voorstel van wet onvoldoende middelen beschikbaar worden gesteld voor de in artikel I bedoelde subsidieplafonds, worden de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Subsidieregeling praktijkleren voor het studiejaar 2025–2026, in afwijking van artikel I, als volgt vastgesteld:

a. voor subsidies als bedoeld in artikel 4: € 231.281.000;

b. voor subsidies als bedoeld in artikel 6: € 19.600.000;

c. voor subsidies als bedoeld in artikel 8: € 2.000.000; en;

d. voor subsidies als bedoeld in de artikelen 9a, 9c en 10 in totaal: € 900.000.

Artikel III

De subsidieplafonds, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Subsidieregeling praktijkleren worden voor het studiejaar 2025–2026 als volgt vastgesteld voor Bonaire:

a. voor subsidies als bedoeld in de artikelen 4 en 10 in totaal: € 1.600.000.

Artikel IV

Indien het voorstel van wet tot wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 (Kamerstukken 36 915 VIII) niet uiterlijk op 30 december 2026 tot wet is verheven, of ingevolge dat voorstel van wet onvoldoende middelen beschikbaar worden gesteld voor de in artikel III bedoelde subsidieplafonds, worden de subsidieplafonds, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Subsidieregeling praktijkleren voor het studiejaar 2025–2026 voor Bonaire, in afwijking van artikel III, als volgt vastgesteld:

a. voor subsidies als bedoeld in de artikelen 4 en 10 in totaal: € 1.400.000.

Artikel V

De maximale subsidiebedragen, bedoeld in artikel 15, eerste en tweede lid, van de Subsidieregeling praktijkleren, per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats worden voor het studiejaar 2025–2026 vastgesteld op € 2.800.

Artikel VI

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.