wetzoeker

Regeling vaststelling Rijksbijdrage kosten heffingskortingen en Ouderdomsfonds 2026

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 juni 2026, nr. 2025-0000281091, tot vaststelling van de Rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen en voor het Ouderdomsfonds 2026 [KetenID WGK028576]

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
10-06-2026
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Sociaal zekerheidsrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0052677
Versie
2026-06-10_0
SHA-256 bron
8d1500d07fcda8d76f79f067030b958888f5520959fb4246dc3729447036e1cd

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen, die ten gunste komt van het Ouderdomsfonds, bedraagt voor het jaar 2026: € 28.279.500.000.

Artikel 2

De geraamde totale kosten voor de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, bedragen voor het jaar 2026:

€ 68.697.100.000.

Artikel 3

Met de toepassing van de formule, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, bedraagt de rijksbijdrage in de kosten van de heffingskortingen per fonds voor het jaar 2026:

a. ten gunste van het Ouderdomsfonds: € 4.084.300.000.

b. ten gunste van het Nabestaandenfonds: € 0.

c. ten gunste van het Fonds langdurige zorg: € 6.299.400.000.

Artikel 4

1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027.