Beleidsregel BRMO-uitbraak
- Soort
- ZBO-regeling
- Geldend vanaf
- 06-06-2026
- Rechtsgebied
- Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
- Ministerie
- Nederlandse Zorgautoriteit
- BWB-id
- BWBR0052672
- Versie
- 2026-06-06_0
- SHA-256 bron
- a404836adbc220cabe31bbca368bf5ead93f793486c2c62630179b9a139223d2
Artikel 1
In deze beleidsregel wordt, tenzij anders vermeld, verstaan onder:
bij de uitbraak betrokken cliënt(en): dit betreffen cliënten die verblijven in een Wlz-instelling waaraan één van de volgende prestaties wordt geleverd:
– zzp vv-1 tot en met vv-10 in- of exclusief behandeling;
– zzp vv-4 tot en met vv-10 inclusief nbf en in- of exclusief behandeling;
– zzp vg-1 tot en met vg-8 in- of exclusief behandeling;
– zzp lvg-1 tot en met lvg-5 inclusief behandeling;
– zzp sglvg-1 inclusief behandeling;
– zzp lg-1 tot en met lg-7 in- of exclusief behandeling;
– zzp zg aud-1 tot en met zg aud-4 in- of exclusief behandeling;
– zzp zg vis-1 tot en met zg vis-5 in- of exclusief behandeling;
– zzp ggz-3b tot en met ggz-7b inclusief behandeling;
– logeren vv;
– logeren ghz-vg, -lg, -lvg, -zg;
– logeren ggz wonen;
– logeren ghz- zevmb;
– klinisch intensieve behandeling (KIB);
– crisiszorg vv met behandeling;
– crisiszorg ghz – categorie licht;
– crisiszorg ghz – categorie midden;
– crisiszorg ghz – categorie zwaar;
– crisiszorg lvg.
Indien een Wlz-zorgaanbieder naast één of meerdere van bovengenoemde prestaties ook aan enkele cliënten geriatrische revalidatiezorg en/of eerstelijnsverblijf levert op dezelfde locatie, gaat het ook om die enkele cliënten die op dezelfde locatie geriatrische revalidatiezorg en/of eerstelijnsverblijf ontvangen.
Het gaat om alle cliënten aan wie deze prestaties worden geleverd en niet slechts om die cliënten waarbij een BRMO aanwezig is.
BRMO: Pathogene micro-organismen die ongevoelig zijn voor de meest geëigende (dus eerste keus) antimicrobiële middelen of tegen een combinatie van therapeutisch belangrijke antimicrobiële middelen die zonder aanvullende maatregelen tot verspreiding kunnen leiden. Onder BRMO valt onder andere de bacterie MRSA.
einddesinfectie: Het desinfecteren, voorafgegaan door reinigen, van de ruimte (oppervlakken, handcontactpunten, vloer, spatzones muur) inclusief het sanitair en van alle herbruikbare materialen die in de ruimte aanwezig zijn (zoals afstandsbediening en gordijnen). Einddesinfectie vindt plaats na het beëindigen van BRMO-infectiepreventiemaatregelen bij het opheffen van de BRMO-status en bij ontslag, overplaatsing of overlijden. Herbruikbare materialen die niet kunnen worden gereinigd en gedesinfecteerd en wegwerpmaterialen worden afgevoerd als normaal afval. Einddesinfectie is van toepassing voor zowel cliëntenkamers (daar waar de cliënt slaapt) als behandelruimtes.
eindreiniging: Het reinigen van de ruimte (oppervlakken, handcontactpunten, vloer, spatzones muur) inclusief het sanitair en van alle herbruikbare materialen die in de ruimte aanwezig zijn (zoals afstandsbediening en gordijnen). Eindreiniging vindt plaats na het beëindigen van BRMO-infectiepreventiemaatregelen bij het opheffen van de BRMO-status en bij ontslag, overplaatsing of overlijden. Herbruikbare materialen die niet kunnen worden gereinigd en wegwerpmaterialen worden afgevoerd als normaal afval.
MRSA: Meticilline-resistente Staphylococcus aureus: een bijzondere Staphylococcus aureus die in tegenstelling tot de gewone Staphylococcus aureus ongevoelig is voor veel antibiotica, waaronder meticilline.
richtlijn BRMO in de langdurige zorg: de richtlijn BRMO in de langdurige zorg is van toepassing op zorgaanbieders in combinatie met verblijf als omschreven bij of krachtens de Wlz.Het gaat om de door het SRI meest recent geautoriseerde versie van de richtlijn.
richtlijn MRSA in de langdurige zorg: de richtlijn MRSA in de langdurige zorg is van toepassing op zorgaanbieders in combinatie met verblijf als omschreven bij of krachtens de Wlz. Het gaat om de door het SRI meest recent geautoriseerde versie van de richtlijn.
signaleringsoverleg: het Signaleringsoverleg Zorginstellingen en Antimicrobiële Resistentie (SO-ZI/AMR) is een overlegstructuur gericht op het vroegtijdig signaleren van uitbraken van (resistente) micro organismen in zorginstellingen die een risico vormen voor de volksgezondheid. Zorginstellingen melden uitbraken waarvoor aanvullende maatregelen nodig zijn, waarna deskundigen de dreiging voor andere instellingen en de publieke gezondheid beoordelen. Het SO-ZI/AMR adviseert zo nodig over het inschakelen van externe expertise, maar beoordeelt niet de kwaliteit van de maatregelen binnen de instelling zelf. Het overleg is een samenwerking tussen het RIVM, NVMM, VHIG en Verenso.
SRI: Samenwerkingsverband Richtlijnen Infectiepreventie.
uitbraak: er is sprake van een uitbraak indien bij twee of meer cliënten met dezelfde BRMO een epidemiologische link aanwezig is. Van een epidemiologische link is sprake wanneer stammen in een zelfde tijdsperiode op een zelfde locatie aangetroffen zijn en op basis van typering tot dezelfde kloon behoren. Een arts-microbioloog stelt vast dat sprake is van een uitbraak.
Artikel 2
Met deze beleidsregel worden de voorwaarden voor vergoeding en wijze van indiening van kosten die voortvloeien uit een BRMO-uitbraak vastgelegd.
Artikel 3
Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Wet langdurige zorg (Wlz) die wordt geleverd door zorgaanbieders in combinatie met verblijf als omschreven bij of krachtens de Wlz.
Deze beleidsregel is ook van toepassing op Wlz-zorgaanbieders die zorg leveren als bedoeld in artikel 2.5c van het Besluit zorgverzekering (geriatrische revalidatiezorg).
Deze beleidsregel is ook van toepassing op zorg als bedoeld in artikel 2.12 van het Besluit zorgverzekering voor zover deze zorg in een Wlz-instelling geleverd wordt en het gaat om verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg zoals huisartsen die plegen te bieden al dan niet gepaard gaande met verpleging, verzorging of paramedische zorg.
Deze zorgaanbieders leveren één of meer van de volgende prestaties:
– zzp vv-1 tot en met vv-10 in- of exclusief behandeling;
– zzp vv-4 tot en met vv-10 inclusief nbf en in- of exclusief behandeling;
– zzp vg-1 tot en met vg-8 in- of exclusief behandeling;
– zzp lvg-1 tot en met lvg-5 inclusief behandeling;
– zzp sglvg-1 inclusief behandeling;
– zzp lg-1 tot en met lg-7 in- of exclusief behandeling;
– zzp zg aud-1 tot en met zg aud-4 in- of exclusief behandeling;
– zzp zg vis-1 tot en met zg vis-5 in- of exclusief behandeling;
– zzp ggz-3b tot en met ggz-7b inclusief behandeling;
– logeren vv;
– logeren ghz-vg, -lg, -lvg, -zg;
– logeren ggz wonen;
– logeren ghz- zevmb;
– klinisch intensieve behandeling (KIB);
– crisiszorg vv met behandeling;
– crisiszorg ghz – categorie licht;
– crisiszorg ghz – categorie midden;
– crisiszorg ghz – categorie zwaar;
– crisiszorg lvg.
Indien een Wlz-zorgaanbieder naast één of meerdere van bovengenoemde prestaties ook aan enkele cliënten geriatrische revalidatiezorg en/of eerstelijnsverblijf levert op dezelfde locatie, gaat het ook om die enkele cliënten die op dezelfde locatie geriatrische revalidatiezorg en/of eerstelijnsverblijf ontvangen.
Artikel 4
1 Tot de vergoeding voortvloeiend uit een BRMO-uitbraak worden de volgende werkzaamheden en kosten gerekend:
a. Kosten van medisch-microbiologisch onderzoek naar BRMO ten behoeve van contactonderzoek in het belang van de bij de uitbraak betrokken Wlz-cliënten, zoals beschreven in de Richtlijn BRMO in de langdurige zorg en in de Richtlijn MRSA in de langdurige zorg voor de situatie dat sprake is van een uitbraak en inventarisatiekweken van cliënten worden genomen;
b. Kosten van medisch-microbiologisch onderzoek naar BRMO ten behoeve van contactonderzoek bij personeel dat zorg levert of heeft geleverd aan bij de uitbraak betrokken cliënten. Het betreft het in de Richtlijn BRMO in de langdurige zorg omschreven contactonderzoek bij personeel of het contactonderzoek als beschreven in de Richtlijn MRSA in de langdurige zorg waarbij inventarisatiekweken worden genomen bij personeel dat zorg heeft geboden aan op de locatie verblijvende cliënten;
c. Kosten van medisch-microbiologisch onderzoek naar BRMO ten behoeve van omgevingsonderzoek als beschreven in de Richtlijn BRMO in de langdurige zorg;
d. Personeels- en materiële kosten die samenhangen met de eindreiniging als omschreven in de Richtlijn BRMO in de langdurige zorg en de Richtlijn MRSA in de langdurige zorg van de kamer waar de bij de uitbraak betrokken cliënt verbleef, of die samenhangen met de eindreiniging van de kamer waar de bij de MRSA-uitbraak betrokken cliënt verbleef;
e. Personeels- en materiële kosten die samenhangen met de einddesinfectie als omschreven in de Richtlijn BRMO in de langdurige zorg en de Richtlijn MRSA in de langdurige zorg van de kamer waar de bij de uitbraak betrokken cliënt verbleef, of die samenhangen met de einddesinfectie van de kamer waar de bij de MRSA-uitbraak betrokken cliënt verbleef;
f. Een vergoeding voor de kosten als gevolg van verplichte sluiting door de BRMO-uitbraak van een locatie of een deel van de locatie. De vergoeding wordt als volgt vastgesteld:
A X B
waarbij
A voorstelt: het aantal dagen dat een plaats waar voorafgaand aan de leegstand een bij de uitbraak betrokken cliënt verbleef leeg is achtergelaten en waarvoor geen mutatiedag is gedeclareerd;
B voorstelt: de maximale beleidsregelwaarde voor een mutatiedag (vv), toegelaten voor behandeling (Z917).
2 Niet vergoed worden:
a. De kosten van onderzoek naar de kennislacunes zoals vermeld in de Richtlijn BRMO in de langdurige zorg;
b. De kosten voor algemene voorzorgsmaatregelen en infectiepreventiemaatregelen zoals beschreven in de Richtlijn BRMO in de langdurige zorg. Het betreft onder andere: handhygiëne, handschoenen, schort, masker, sanitair, verpleegkundige verzorgende materialen, instrumenten en apparatuur, afvoer van materialen en reiniging of desinfectie niet zijnde een eindreiniging of einddesinfectie;
c. De kosten van advisering door bijvoorbeeld microbiologen, de GGD of een deskundige infectiepreventie;
d. Laboratoriumonderzoek naar BRMO-dragerschap bij opname van een cliënt;
e. Het contactonderzoek indien bij een cliënt onverwacht een BRMO is aangetroffen, zoals beschreven in de Richtlijn BRMO in de langdurige zorg en in de Richtlijn MRSA in de langdurige zorg. Wel in aanmerking voor vergoeding komen de kosten voor activiteiten indien na het contactonderzoek blijkt dat verspreiding heeft plaatsgevonden en sprake is van een uitbraak;
f. Inzet van personeel ter vervanging van op non-actief gestelde personeelsleden waarbij een BRMO aanwezig is.
Artikel 5
1 De zorgaanbieder die te maken krijgt met een BRMO-uitbraak meldt de uitbraak bij het Signaleringsoverleg. Indien sprake is van meerdere BRMO-uitbraken veroorzaakt door verschillende klonen, stammen of micro-organismen, dan moet iedere uitbraak afzonderlijk worden gemeld.
Een uitbraak wordt alleen vergoed indien deze is gemeld bij het Signaleringsoverleg binnen de eerstvolgende maand na ontdekking van de uitbraak. De melding vindt plaats met het contactformulier dat vermeld staat op https://www.rivm.nl/surveillance-van-infectieziekten/signalering-infectieziekten/signaleringsoverleg-zi-amr.
2 De zorgaanbieder kan de kosten die het gevolg zijn van de BRMO-uitbraak gezamenlijk met het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder opnemen in de nacalculatie-opgave voor dat betreffende jaar. Indien een BRMO-uitbraak meerdere jaren beslaat, kunnen de gemaakte kosten per jaar worden opgevoerd bij de nacalculatie-opgave voor dat betreffende jaar. Dit hoeft dus niet pas aan het eind van de uitbraak.
De nacalculatie-opgave kan op dit onderdeel uitsluitend tweezijdig bij de NZa worden ingediend.
Waar in deze beleidsregel wordt gesproken van een tweezijdige indiening van een nacalculatie-opgave bedoelt de NZa:
zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder dienen gezamenlijk eensluidend in; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming;
zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder dienen ieder afzonderlijk in en de indieningen eensluidend zijn; zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder hebben overeenstemming.
Een anders dan tweezijdig ingediende nacalculatie-opgave beschouwt de NZa als eenzijdig.
Tweezijdige indiening is van belang om de volgende redenen.
Het gaat om uitzonderlijke prestaties waarbij in theorie sprake is van een open einde bekostiging. Ook gaat het om maatwerk tussen zorgaanbieders en zorgkantoren/Wlz-uitvoerders, partijen die zelf het beste weten wat nodig is. Door tweezijdige indiening kan enige balans worden bereikt tussen wensen van partijen, nut, noodzakelijkheid, rechtmatigheid en doelmatigheid van inzet van de prestaties met bijbehorende tarieven.
Waar de NZa tweezijdige indiening tot uitgangspunt neemt, kunnen zorgaanbieder en zorgkantoor/Wlz-uitvoerder niet volstaan met eenzijdige indiening.
Indien een eenzijdige nacalculatie-opgave wordt ingediend, vergewist de NZa zich van de grondslag van de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder om de nacalculatie-opgave mede te ondertekenen. Een eenzijdige nacalculatie-opgave wijst de NZa af tenzij de NZa de weigering van het zorgkantoor/de Wlz-uitvoerder of de zorgaanbieder kennelijk onredelijk acht.
3 De NZa zal bij de nacalculatie-opgave in ieder geval de volgende informatie uitvragen:
a. Naam en NZa-nummer van de zorgaanbieder waar de BRMO-uitbraak heeft plaatsgevonden;
b. De na melding bij het Signaleringsoverleg ontvangen ontvangstbevestiging of enig ander (ontvangen) bewijs van melding door de zorgaanbieder bij het Signaleringsoverleg. Deze ontvangstbevestiging moet als bijlage worden opgenomen bij de nacalculatie-opgave;
c. Naam contactpersoon indien er vragen zijn over de ingevulde kosten, beschrijvingen of motivatie;
d. Kosten medisch-microbiologisch onderzoek van bij de uitbraak betrokken cliënten in het jaar t zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, onder a;
e. Kosten medisch-microbiologisch onderzoek bij personeel in het jaar t zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, onder b;
f. Kosten medisch-microbiologisch onderzoek ten behoeve van omgevingsonderzoek in het jaar t zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, onder c;
g. Indien niet sprake was van een MRSA-uitbraak: een motivatie waarom contactonderzoek bij het personeel noodzakelijk was en de mate waarin dit heeft geleid tot beheersing van de uitbraak. Indien van toepassing moet deze motivatie worden opgenomen als bijlage bij de nacalculatie-opgave;
h. Indien niet sprake was van een MRSA-uitbraak: een motivatie waarom omgevingsonderzoek noodzakelijk was en de mate waarin dit heeft geleid tot beheersing van de uitbraak. Indien van toepassing moet deze motivatie worden opgenomen als bijlage bij de nacalculatie-opgave;
i. Kosten eindreiniging uitgevoerd in het jaar t zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, onder d;
j. Kosten einddesinfectie uitgevoerd in het jaar t zoals omschreven in artikel 4, eerste lid, onder e;
k. Leegstandsdagen in het jaar t zoals beschreven in artikel 4 eerste lid onder f onder A;
l. Bewijs betrokkenheid van een medisch-microbioloog en/of deskundige infectiepreventie bij de beheersing van de uitbraak voor zover dat nog niet blijkt uit de informatie verstrekt bij artikel 5, derde lid onder e of f. Indien van toepassing moet dit bewijs van betrokkenheid worden opgenomen als bijlage bij de nacalculatie-opgave;
m. Het percentage grz- en elv-cliënten dat betrokken is bij de uitbraak.
4 Indien sprake is van twee of meer BRMO-uitbraken veroorzaakt door verschillende klonen, stammen of micro-organismen, dan zal de NZa hetgeen in artikel 5, derde lid, onder a, c, d, e, f, i, j, k, l en m samengevoegd uitvragen. Een uitsplitsing per uitbraak is niet vereist.
5 De NZa kan ter zake deskundigen vragen om te adviseren over de effectiviteit en efficiëntie van uitgevoerde werkzaamheden en de mate waarin dit overeenstemt met de geldende richtlijnen. Het advies van deze deskundigen zal door de NZa worden gebruikt bij de beoordeling van de in de nacalculatie-opgave opgenomen werkzaamheden en kosten bij een BRMO-uitbraak.
6 De NZa zal de voor vergoeding in aanmerking bevonden kosten opnemen in het sluittarief/vereffeningbedrag.
Artikel 6
Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de Beleidsregel BRMO-uitbraak, met kenmerk BR/REG-22116, ingetrokken.
Artikel 7
Toepasselijkheid voorafgaande beleidsregel
De Beleidsregel BRMO-uitbraak, met kenmerk BR/REG-22116, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold.
Inwerkingtreding/bekendmaking
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de beleidsregel, ingevolge artikel 5, aanhef en onder e, van de Bekendmakingswet, wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.
De beleidsregel ligt ter inzage bij de NZa en is te raadplegen op www.nza.nl.
Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel BRMO-uitbraak.