wetzoeker

Beleidsregel bestuurlijke boetes WHW, WEB en Wet NLQF

Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 mei 2026, nr. HO&S/51519537, houdende regels voor de bepaling van de hoogte van bestuurlijke boetes (Beleidsregel bestuurlijke boetes WHW, WEB en Wet NLQF)

Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
02-06-2026
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0052661
Versie
2026-06-02_0
SHA-256 bron
dd13cb9011127603c12d0a0642b8f6b3703c961ec8bf54654badac46924a8322

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (11)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11

Artikel 1

Deze beleidsregel is van toepassing op bestuurlijk beboetbare feiten (overtredingen) op grond van artikel 15.7, derde lid en 15.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, artikel 11.2, tweede lid van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 4.3 van de Wet NLQF.

Artikel 2

1 Voor overtredingen als bedoeld in artikel 15.7, eerste en tweede lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bedraagt het normbedrag voor de bestuurlijke boete € 5.000,– per geconstateerde overtreding.

2 Voor overtredingen als bedoeld in artikelen 1.22, 1.23 en 7.15 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bedraagt het normbedrag voor de bestuurlijke boete € 25.000,– per geconstateerde overtreding.

3 In afwijking van het eerste lid bedraagt het normbedrag voor een overtreding van artikel 15.7, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die betrekking heeft op de graad master € 10.000,– per geconstateerde overtreding.

Artikel 3

Voor overtredingen als bedoeld in artikel 11.2, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedraagt het normbedrag voor de bestuurlijke boete € 5.000,– per geconstateerde overtreding.

Artikel 4

Voor overtredingen als bedoeld in artikelen 4.1 en 4.2 van de Wet NLQF bedraagt het normbedrag voor de bestuurlijke boete € 5.000,– per geconstateerde overtreding.

Artikel 5

De hoogte van de bestuurlijke boete wordt vastgesteld met inachtneming van artikel 5:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 6

1 Het uitgangspunt is dat iedere geconstateerde overtreding afzonderlijk wordt beboet. Dit uitgangspunt is in de artikelen 2, 3 en 4 van deze beleidsregel bepaald.

2 Indien door één gedraging twee of meerdere voorschriften worden overtreden die naar hun strekking zodanig nauw samenhangen dat in wezen slechts één overtreding plaatsvindt, dan kan, in afwijking van het eerste lid, worden overwogen om één boete op te leggen ondanks dat er meerdere overtredingen zijn begaan.

Artikel 7

Indien een overtreding die bestuurlijk beboetbaar is ook als strafbaar feit is aangemerkt, wordt op grond van artikel 5:44 van de Algemene wet bestuursrecht, de geconstateerde overtreding aan het openbaar ministerie voorgelegd.

Artikel 8

Drie jaar na de inwerkingtreding van deze beleidsregel worden de doeltreffendheid en de effecten van deze beleidsregel in de praktijk geëvalueerd.

Artikel 9

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 10

Overtredingen die zijn begaan en beëindigd vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel, worden beboet volgens de interne beleidslijn van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, zoals deze luidde onmiddellijk voorafgaand aan dit tijdstip.

Artikel 11

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel bestuurlijke boetes WHW, WEB en Wet NLQF.