wetzoeker

Regeling aanwijzing ex artikel 7 Wet marktordening gezondheidszorg (beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2024 en 2025)

Aanwijzing van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van 19 mei 2026, 4380551-1098043-PZO, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake de beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2024 en 2025

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
28-05-2026
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0052656
Versie
2026-05-28_0
SHA-256 bron
f60ef3961c958311a07b8351973345b4ac717781e732dd36029cdf4bda94275b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Bijlage A — – behorend bij artikelen 4 tot en met 6

Artikel 1

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

a) beschikbaarheidbijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 56a van de Wet marktordening gezondheidszorg;

b) Besluit: Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG;

c) Bijlage: bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit;

d) instroomplaats: subsidiabele opleidingsplaats, uitgedrukt in fte’s en aantal personen, voor (medische) beroepsbeoefenaren in opleiding die in het betreffende jaar met een vervolgopleiding als bedoeld in het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG beginnen;

e) OOR: Onderwijs- en Opleidingsregio waarin universitair medische centra samenwerken in een regionaal opleidingsnetwerk;

f) opleidende zorgaanbieder:

– zorgaanbieder die als zodanig is erkend door de voor de desbetreffende opleiding relevante registratiecommissie, voor zolang deze erkenning niet is ingetrokken of vervallen; of

– ten aanzien van de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog en psychotherapeut, zorgaanbieder die een samenwerkingsovereenkomst heeft, gedurende de gehele periode waarover de beschikbaarheidbijdrage wordt aangevraagd, met een door de minister in het kader van de Wet op de Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) aangewezen opleidingsinstelling

g) wet: Wet marktordening gezondheidszorg;

h) zorgautoriteit: Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet.

Artikel 2

Deze aanwijzing is van toepassing op activiteiten verricht in het kader van de opleidingen als bedoeld in onderdeel B, aanhef, onder 1, sub a en b van de Bijlage.

Artikel 3

De zorgautoriteit verstrekt jaarlijks een beschikbaarheidbijdrage voor activiteiten als bedoeld in artikel 2 aan opleidende zorgaanbieders die een aanvraag indienen.

Artikel 4

De zorgautoriteit stelt de beschikbaarheidbijdrage voor opleidende zorgaanbieders vast, rekening houdend met de maximale aantallen personen en fte per opleiding, zoals opgenomen in Bijlage A bij deze aanwijzing.

Artikel 5

1 De zorgautoriteit houdt bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen

1 Onder B van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, onder 1.a, 1, 2 en 3.

over de OOR’s een verdeling aan op basis van het criterium 100% adherentie alle instellingen (de basisverdeling). Dit houdt in dat bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen over de OOR’s wordt gekeken naar de omvang van de zorgvraag van de bevolking in het verzorgingsgebied voor alle instellingen binnen de OOR's. Daarbij geldt de mogelijkheid om – binnen het totaal aantal beschikbaar gestelde opleidingsplaatsen – met maximaal vijf instroomplaatsen tussen OOR’s te schuiven ten opzichte van de basisverdeling.

2 De zorgautoriteit houdt bij het verdelen van instroomplaatsen voor de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut en verpleegkundig specialist GGZ rekening met de volgende uitgangspunten:

a. de instroomplaatsen worden verdeeld per sector, gebruikmakend van de ramingen van het Capaciteitsorgaan;

b. instroomplaatsen waarvoor in een voorgaand jaar geen beschikbaarheidbijdrage is verleend, worden niet meegeteld indien er in de verdeling van de instroomplaatsen rekening wordt gehouden met het historisch opleidingsvolume;

c. zowel bestaande als nieuwe opleidende zorgaanbieders komen in aanmerking voor instroomplaatsen.

3 Bij het verdelen van instroomplaatsen betrekt de zorgautoriteit een inhoudelijk deskundig adviesorgaan.

Artikel 6

1 De zorgautoriteit houdt bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen

2 Onder B van de Bijlage behorende bij de artikelen 2 en 4 van het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG, onder 1.a, 1, 2 en 3.

over de OOR’s een verdeling aan op basis van het criterium 100% adherentie alle instellingen (de basisverdeling). Dit houdt in dat bij de verdeling van de medisch-specialistische instroomplaatsen over de OOR’s wordt gekeken naar de omvang van de zorgvraag van de bevolking in het verzorgingsgebied voor alle instellingen binnen de OOR's. Om grote schommelingen in de instroomverdeling per OOR per jaar te voorkomen houdt de zorgautoriteit bij invulling van het criterium 100% adherentie alle instellingen rekening met:

– een ondergrens van 10% van de landelijke instroom per OOR voor het in stand houden van de infrastructuur die nodig is voor het opleiden van artsen in opleiding tot (medisch) specialist. Als deze grens in een OOR niet wordt bereikt, dient de NZa aan de betreffende OOR instroomplaatsen van andere OOR's toe te wijzen. Dit dient naar rato verrekend te worden over de andere OOR's.

– de mogelijkheid om te schuiven met maximaal 30 instroomplaatsen tussen OORs ten opzichte van de basisverdeling, met een bandbreedte van maximaal -8 tot +10 plaatsen per OOR. Het criterium 100% adherentie alle instellingen, met de daarbij behorende aandachtspunten, geldt niet voor de opleidingen psychiatrie, sportgeneeskunde en orthodontie.

2 De zorgautoriteit houdt bij het verdelen van instroomplaatsen voor de opleidingen tot gezondheidszorgpsycholoog, klinisch psycholoog, klinisch neuropsycholoog, psychotherapeut en verpleegkundig specialist GGZ rekening met de volgende uitgangspunten:

a. de instroomplaatsen worden verdeeld per sector, gebruikmakend van de ramingen van het Capaciteitsorgaan;

b. instroomplaatsen waarvoor in een voorgaand jaar geen beschikbaarheidbijdrage is verleend, worden niet meegeteld indien er in de verdeling van de instroomplaatsen rekening wordt gehouden met het historisch opleidingsvolume;

c. zowel bestaande als nieuwe opleidende zorgaanbieders komen in aanmerking voor instroomplaatsen;

d. gestimuleerd wordt dat in samenwerkingsverbanden wordt opgeleid waaraan ten minste één zorgaanbieder deelneemt, die gespecialiseerde geïntegreerde ggz (specialistische ggz – ambulante en klinische zorg) levert en beschikt over een geldig kwaliteitsstatuut, sectie III (Instellingen).

3 Bij het verdelen van instroomplaatsen betrekt de zorgautoriteit een inhoudelijk deskundig adviesorgaan.

Artikel 7

De zorgautoriteit stelt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024 ter uitvoering van deze aanwijzing beleidsregels en waar nodig regels vast. Van deze aanwijzing wordt mededeling gedaan door plaatsing met de toelichting in de Staatscourant.

Artikel 8

Artikel 3 van de aanwijzing beschikbaarheidbijdrage (medische) vervolgopleidingen 2025 (Stcrt. 2025, 23045) vervalt.

Bijlage A — – behorend bij artikelen 4 tot en met 6

Bijlage A — – behorend bij artikelen 4 tot en met 6

Voor 2024

Opleiding | Instroom in personen | Instroom in fte

GZ-psycholoog | 935 | 935

Psychotherapeut | 171 | 85,5

Klinisch Psycholoog | 200 | 150

Klinisch Neuropsycholoog | 26 | 19,5

Verpleegkundig Specialist GGZ | 134 | 134

Huisarts | 954 | 574

Specialist ouderengeneeskunde | 260 | 151,67

Arts verstandelijk gehandicapten | 27 | 24,75

Verslavingsarts | 33 | 11

Anesthesiologie | 79 | 79

Cardiologie | 58 | 58

Cardio-thoracale chirurgie | 6 | 6

Dermatologie en venerologie | 29 | 29

Heelkunde | 62 | 62

Interne geneeskunde | 126 | 126

Keel-neus-oorheelkunde | 18 | 18

Kindergeneeskunde | 65 | 65

Klinische genetica | 9 | 9

Klinische geriatrie | 36 | 36

Longziekten en tuberculose | 41 | 41

Maag-darm-leverziekten | 24 | 24

Medische microbiologie | 20 | 20

Neurochirurgie | 7 | 7

Neurologie | 49 | 49

Obstetrie en gynaecologie | 40 | 40

Oogheelkunde | 38 | 38

Orthopedie | 28 | 28

Pathologie | 19 | 19

Plastische chirurgie | 19 | 19

Psychiatrie1 | 179 | 179

Radiologie | 63 | 63

Radiotherapie | 15 | 15

Reumatologie | 19 | 19

Revalidatiegeneeskunde | 31 | 31

Sportgeneeskunde | 7 | 7

Urologie | 24 | 24

Spoedeisende geneeskunde | 42 | 42

Klinische chemie | 14 | 14

Klinische fysica | 25 | 25

Ziekenhuisfarmacie | 29 | 29

MKA-chirurgie | 15 | 15

Orthodontie | 9 | 9

1 De 179 instroomplaatsen zijn als volgt verdeeld: psychiatrie in ziekenhuiszorg 39 personen, psychiatrie in ggz 140 personen.

Voor 2025

Opleiding | Instroom in personen | Instroom in fte

GZ-psycholoog | 926 | 926

Psychotherapeut | 171 | 85,5

Klinisch Psycholoog | 214 | 160,5

Klinisch Neuropsycholoog | 26 | 19,5

Verpleegkundig Specialist GGZ | 134 | 134

Huisarts | 984 | 574

Specialist ouderengeneeskunde | 280 | 163,3

Arts verstandelijk gehandicapten | 36 | 21

Verslavingsarts | 33 | 11

Anesthesiologie | 79 | 79

Cardiologie | 58 | 58

Cardio-thoracale chirurgie | 6 | 6

Dermatologie en venerologie | 29 | 29

Heelkunde | 62 | 62

Interne geneeskunde | 126 | 126

Keel-neus-oorheelkunde | 18 | 18

Kindergeneeskunde | 65 | 65

Klinische genetica | 9 | 9

Klinische geriatrie | 36 | 36

Longziekten en tuberculose | 41 | 41

Maag-darm-leverziekten | 24 | 24

Medische microbiologie | 20 | 20

Neurochirurgie | 7 | 7

Neurologie | 49 | 49

Obstetrie en gynaecologie | 40 | 40

Oogheelkunde | 38 | 38

Orthopedie | 28 | 28

Pathologie | 19 | 19

Plastische chirurgie | 19 | 19

Psychiatrie1 | 179 | 179

Radiologie | 63 | 63

Radiotherapie | 15 | 15

Reumatologie | 19 | 19

Revalidatiegeneeskunde | 31 | 31

Spoedeisende geneeskunde | 42 | 42

Sportgeneeskunde | 7 | 7

Urologie | 24 | 24

Klinische chemie | 14 | 14

Klinische fysica | 25 | 25

Ziekenhuisfarmacie | 29 | 29

MKA-chirurgie | 15 | 15

Orthodontie | 21 | 21

1 De 179 instroomplaatsen zijn als volgt verdeeld: psychiatrie in ziekenhuiszorg 39 personen, psychiatrie in ggz 140 personen.