3.5 — Finaal verrekenbeding Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026
Finaal verrekenbeding
A en B zijn buiten gemeenschap van goederen getrouwd. Zij hebben samen één kind, C. Bij huwelijkse voorwaarden zijn de echtelieden een finaal verrekenbeding overeengekomen. Hierdoor wordt bij overlijden van een van de echtgenoten afgerekend alsof zij in wettelijke gemeenschap van goederen waren gehuwd. A bezit enkel een persoonlijke onderneming. B overlijdt zonder een testament te hebben gemaakt. Als gevolg van het overlijden van B wordt de waarde van de onderneming verrekend, waardoor tot de nalatenschap van B een vordering op A behoort ter grootte van de helft van de waarde van de onderneming. Op grond van het wettelijk erfrecht (de wettelijke verdeling) vererft deze vordering naar A. C verkrijgt een onderbedelingsvordering op A.
De BOR is naar de letter niet van toepassing omdat A in dit geval geen ondernemingsvermogen verkrijgt. C kan geen beroep doen op de uitstelregeling van artikel 25, dertiende lid, Invorderingswet omdat C geen vordering heeft op een medeverkrijger die ondernemingsvermogen heeft verkregen in de zin van de BOR. De situatie voor A bij het finaal verrekenbeding is vergelijkbaar met de situatie zoals in onderdeel 3.4 is beschreven, die voor A zou zijn ontstaan als A en B in wettelijke gemeenschap van goederen waren gehuwd. Dat op deze verkrijging de BOR niet van toepassing is vind ik een onbillijkheid van overwegende aard. Daarom keur ik het volgende onder voorwaarden goed.
Goedkeuring
Ik keur onder voorwaarden goed dat de BOR ook geldt voor de verrekenvordering door finale verrekening van de waarde van het ondernemingsvermogen van de langstlevende echtgenoot.
Voorwaarden
Voor de goedkeuring gelden de volgende voorwaarden:
− De goedkeuring is alleen van toepassing voor de erfbelasting.
− De goedkeuring geldt alleen voor de verrekenvordering, die ontstaat door het overlijden van de erflater.
− De goedkeuring geldt voor zover de langstlevende echtgenoot de verrekenvordering verkrijgt.
− De goedkeuring geldt alleen voor het saldo van de verrekenvordering door het finaal verrekenbeding dat is toe te rekenen aan de waarde van het ondernemingsvermogen van de langstlevende echtgenoot.
− Het ondernemingsvermogen waarop de verrekening betrekking heeft, is ondernemingsvermogen als bedoeld in artikel 35c, eerste lid, Successiewet dat de langstlevende echtgenoot al ten minste gedurende de minimale bezitsperiode van overlijden voor het overlijden van de erflater bezat.
− De langstlevende echtgenoot houdt het ondernemingsvermogen ten minste gedurende de periode van drie jaren als bedoeld in artikel 35b, vijfde lid, Successiewet.
Toelichting
De aanname dat de langstlevende echtgenoot A ondernemingsvermogen heeft verkregen, werkt door naar de overige voorwaarden voor de BOR. Artikel 35e Successiewet is bijvoorbeeld van overeenkomstige toepassing. Voor kind C in het voorbeeld hierboven, betekent dit het volgende. C wordt door de goedkeuring geacht een onderbedelingsvordering te hebben verkregen op een medeverkrijger die ondernemingsvermogen heeft verkregen. Op de onderbedelingsvordering van het kind die betrekking heeft op de aan A toegedeelde vordering van B, kan de uitstelregeling van artikel 25, dertiende lid, Invorderingswet worden toegepast.
Voorbeeld 1
A en B zijn buiten gemeenschap van goederen getrouwd. Hun huwelijkse voorwaarden bevatten een finaal verrekenbeding. Bij overlijden van een van de echtgenoten wordt afgerekend alsof zij in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. B overlijdt. A heeft bij overlijden BOR-vermogen, waard 100 en voldoet aan de bezitseis. B heeft een bankrekening met een saldo van 60. Ieder heeft recht op (160/2=) 80. Tot de nalatenschap van B behoort een verrekenvordering op A van 20. A krijgt de vordering. De BOR is van toepassing op 20.
Voorbeeld 2
A en B zijn buiten gemeenschap van goederen getrouwd. Hun huwelijkse voorwaarden bevatten een finaal verrekenbeding. Bij overlijden van een van de echtgenoten wordt afgerekend alsof zij in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. B overlijdt. A heeft bij overlijden BOR-vermogen, waard 100 en voldoet aan de bezitseis. B heeft een bankrekening met een saldo van 160. Ieder heeft recht op (260/2=) 130. Tot de nalatenschap van B behoort een verrekenschuld aan A. De BOR is niet van toepassing, omdat A geen verrekenvordering krijgt.
Voorbeeld 3
A en B zijn buiten gemeenschap van goederen getrouwd. Hun huwelijkse voorwaarden bevatten een finaal verrekenbeding. Bij overlijden van een van de echtgenoten wordt afgerekend alsof zij in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. B overlijdt. A heeft bij overlijden een bankrekening met een saldo van 70 en BOR-vermogen, waard 30 en voldoet aan de bezitseis. B heeft een bankrekening met een saldo van 20. Ieder heeft recht op (120/2=) 60. Tot de nalatenschap van B behoort een verrekenvordering op A van 40. A krijgt de vordering. De BOR is van toepassing op 12 (30/100 van 40).
- Regeling
- Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 23-05-2026
- BWB-id
- BWBR0052644
- Versie
- 2026-05-23_0