wetzoeker

3.4.2 — Overlijden echtgenoot van de deelnemer in een personenvennootschap Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026

Overlijden echtgenoot van de deelnemer in een personenvennootschap

A en B zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. A is vennoot in een personenvennootschap die een onderneming drijft. B overlijdt zonder een testament te hebben gemaakt. Op grond van het civiele recht is het aandeel in de personenvennootschap verknocht aan A. Tot de nalatenschap van B behoort daarom een vordering op A ter grootte van de helft van de waarde van het ondernemingsvermogen van A. De vordering van B op A vererft op grond van het wettelijk erfrecht (de wettelijke verdeling) naar A. De kinderen krijgen hiervoor een onderbedelingsvordering op A. B was in fiscale zin geen ondernemer en had geen ondernemingsvermogen zodat de BOR naar de letter niet van toepassing is. Dat op deze verkrijging de BOR niet van toepassing is vind ik een onbillijkheid van overwegende aard. Daarom keur ik het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur goed dat de BOR van toepassing is op de vordering in de nalatenschap van B die ziet op de helft van de waarde van het ondernemingsvermogen van A. Hierbij gelden onverkort de overige voorwaarden van de BOR, zoals de voorwaarden dat A tot het overlijden van B ten minste gedurende de minimale bezitsperiode de onderneming dreef en dat A de onderneming na het overlijden van B ten minste drie jaren voortzet. De goedkeuring geldt alleen als A zelf de vordering verkrijgt. Als de vordering van B vererft naar de kinderen hebben zij geen recht op de BOR. De kinderen zijn immers geen voortzetter. Op de onderbedelingsvordering van de kinderen op A die betrekking heeft op de aan A toegedeelde vordering van B, kan de uitstelregeling van artikel 25, dertiende lid, Invorderingswet worden toegepast.

Regeling
Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
23-05-2026
BWB-id
BWBR0052644
Versie
2026-05-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl