wetzoeker

3.3 — Fictieve verkrijgingen Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026

Fictieve verkrijgingen

De BOR kan ook van toepassing zijn op ondernemingsvermogen dat krachtens fictie wordt verkregen.

1 Kamerstukken II, 2008–2009, 31 930, nr. 9, p. 106: ‘Uiteraard is voor een fictieve verkrijging op grond van artikel 10, zoals op iedere fictieve verkrijging van ondernemingsvermogen – de leden van de CDA-fractie vragen daarnaar – een beroep op de faciliteiten van de bedrijfsopvolgingsregeling mogelijk.’

Bij een dergelijke fictieve verkrijging gelden voor de BOR dezelfde voorwaarden als bij een verkrijging krachtens erfrecht of schenking.

Ter toelichting een voorbeeld van een fictieve verkrijging krachtens een verblijvingsbeding, waarbij de BOR van toepassing kan zijn.

Voorbeeld

Een vader is vennoot in een vennootschap onder firma met zijn zoon. Het firmacontract bepaalt dat wanneer vader de hoedanigheid van vennoot opgeeft of verliest, zijn aandeel verblijft aan de zoon, die daarvoor de boekwaarde van het aandeel van zijn vader moet vergoeden. De BOR kan worden toegepast als vader bij leven zijn firma-aandeel overdraagt, of als de firma eindigt door het overlijden van vader. Zowel bij de verkrijging bij leven als bij overlijden is de BOR van toepassing op de waarde van het verkregen ondernemingsvermogen zonder dat daarop de tegenprestatie in mindering komt (artikel 35b, vierde lid, Successiewet).

Artikel 12 Successiewet

Als een schenker binnen 180 dagen na de schenking overlijdt is sprake van een fictieve verkrijging krachtens erfrecht op grond van artikel 12, eerste lid, Successiewet. Erflater (de schenker) voldoet bij deze verkrijging niet aan de bezitseis, aangezien het ondernemingsvermogen vanaf het moment van de schenking van de begiftigde is. Met ingang van 1 januari 2026 is in artikel 9, eerste lid, onderdeel j, Uitvoeringsregeling een tegemoetkoming opgenomen voor een dergelijke schenking van ondernemingsvermogen. Door deze tegemoetkoming kan de BOR in een dergelijke situatie van toepassing zijn als ten tijde van de schenking de schenker aan de bezitseis voldoet.

Artikel 13a Successiewet

Op fictieve verkrijgingen krachtens artikel 13a Successiewet is de BOR niet van toepassing, omdat dan geen ondernemingsvermogen van de erflater of schenker naar de verkrijger overgaat.

2 Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 3 februari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:360.

De fictieve verkrijging betreft namelijk aandelen of winstbewijzen die door een ander dan erflater worden gehouden. Deze aandelen of winstbewijzen worden in de heffing betrokken voor zover deze door het overlijden van erflater in waarde zijn gestegen. Deze waardestijging kan bijvoorbeeld plaatsvinden als erflater een pensioenvoorziening heeft bij een BV, waarvan zijn dochter de aandelen bezit. In dat geval gaat door het overlijden van erflater geen ondernemingsvermogen over, maar door de vrijval van de pensioenvoorziening stijgt wel de waarde van de aandelen van de dochter. Deze vrijval leidt bij de dochter tot een fictieve verkrijging. Zoals toegelicht is de BOR niet van toepassing, omdat geen ondernemingsvermogen van erflater overgaat.

Regeling
Besluit schenk- en erfbelasting BOR 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
23-05-2026
BWB-id
BWBR0052644
Versie
2026-05-23_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl