wetzoeker

Organisatiebesluit VWS 2026

Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 mei 2026, kenmerk 4375594-1096264-OBP, houdende de vaststelling van het Organisatiebesluit VWS 2026

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
21-05-2026
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0052629
Versie
2026-05-21_0
SHA-256 bron
29ed4c246e4814539c1b7d421f2f304bd3197a510a0a80d363044930c4cb34b2

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (48)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 6a
  8. Artikel 7
  9. Artikel 8
  10. Artikel 9
  11. Artikel 10
  12. Artikel 11
  13. Artikel 12
  14. Artikel 13
  15. Artikel 14
  16. Artikel 15
  17. Artikel 16
  18. Artikel 17
  19. Artikel 18
  20. Artikel 19
  21. Artikel 20
  22. Artikel 21
  23. Artikel 22
  24. Artikel 23
  25. Artikel 24
  26. Artikel 25
  27. Artikel 26
  28. Artikel 27
  29. Artikel 28
  30. Artikel 29
  31. Artikel 30
  32. Artikel 31
  33. Artikel 32
  34. Artikel 33
  35. Artikel 34
  36. Artikel 35
  37. Artikel 36
  38. Artikel 37
  39. Artikel 38
  40. Artikel 39
  41. Artikel 40
  42. Artikel 41
  43. Artikel 42
  44. Artikel 43
  45. Artikel 44
  46. Artikel 45
  47. Artikel 46
  48. Artikel 47

Hoofdstuk 1 — Begripsbepaling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. ministerie: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

c. ressorteren: vallend onder het gezagsbereik van de genoemde functionaris;

d. SG: Secretaris-Generaal;

e. pSG: plaatsvervangend Secretaris-Generaal;

f. budgethouder: functionaris die verantwoordelijk is voor een rechtmatig en doelmatig financieel beheer van de aan hem toegewezen budgetten;

g. budget: aan een budgethouder toegewezen verplichtingen- en kasbedrag(en) alsmede de te realiseren ontvangsten ter uitvoering van de gehele of een deel van de VWS-begroting.

Hoofdstuk 2 — Hoofdstructuur van de organisatie

Artikel 2

Het Ministerie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

a. de Algemene Leiding;

b. het Directoraat-Generaal Volksgezondheid (DGV);

c. het Directoraat-Generaal Curatieve Zorg (DGCZ);

d. het Directoraat-Generaal Langdurige zorg (DGLZ);

e. de (staf)directies;

f. de diensten en instellingen;

g. de secretariaten van raden en commissies.

Hoofdstuk 3 — Algemene leiding

Artikel 3

1 De Algemene Leiding ressorteert onder de minister.

2 De Algemene Leiding bestaat uit:

a. de Secretaris-Generaal (SG);

Onder de SG ressorteren de volgende onderdelen:

1. de directie Macro-Economische Vraagstukken en Arbeidsmarkt (MEVA);

2. de directie Financieel-Economische Zaken (FEZ);

3. de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken (BPZ);

4. de directie Wetgeving en Juridische Zaken (WJZ);

5. het bureau Integriteit en Sociale Veiligheid (BISV).

b. de plaatsvervangend Secretaris-Generaal (pSG);

De pSG is belast met de interne organisatie en het beheer van het Ministerie en vervangt de SG bij diens afwezigheid.

Onder de pSG ressorteren de volgende onderdelen:

1. de directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel (OBP);

2. de directie Informatiebeleid-CIO (DI/CIO);

3. de directie Communicatie (DCo);

4. de directie Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges en Toetsingscommissies (ESTT);

5. het regiebureau PGB;

6. de directie Open Overheid (DOO).

c. de Directeur-Generaal Volksgezondheid (DGV);

Onder de DGV ressorteren de volgende onderdelen:

1. de directie Publieke Gezondheid (PG);

2. de directie Sport en Bewegen (SB);

3. de directie Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie (VGP);

4. de directie Internationale Zaken (IZ);

5. de directie Infectieziektenbeleid (IZB);

6. de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland (ZJCN);

d. de Directeur-Generaal Curatieve Zorg (DGCZ);

Onder de DGCZ ressorteren de volgende onderdelen:

1. de directie Curatieve Zorg (CZ);

2. de directie Mentale Gezondheid en ggz (Mgg);

3. de directie Geneesmiddelen en Medische Technologie (GMT);

4. de directie Patiënt en Zorgordening (PZo);

5. de programmadirectie Weerbare Zorg;

6. de directie Deelnemingen en Aandeelhoudersadvisering (D&A);

7. de programmadirectie Integraal Zorg Akkoord (IZA).

e. de Directeur-Generaal Langdurige Zorg (DGLZ);

Onder de DGLZ ressorteren de volgende onderdelen:

1. de directie Langdurige Zorg (LZ);

2. de directie Zorgverzekeringen (Z);

3. de directie Maatschappelijke Ondersteuning (DMO);

4. de directie Jeugd (DJ).

Hoofdstuk 3 — Algemene leiding

Artikel 4

De volgende diensten en instellingen ressorteren onder de SG:

1. de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ);

2. de baten-lastendienst Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM);

3. het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

De volgende diensten en instellingen ressorteren onder de pSG:

1. de baten-lastendienst agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG);

2. de baten-lastendienst CIBG;

3. de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I).

Hoofdstuk 3 — Algemene leiding

Artikel 5

De volgende secretariaten van raden en commissies maken deel uit van het Ministerie.

Onder de pSG ressorteren:

1. het secretariaat van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS);

2. het secretariaat van de Gezondheidsraad (GR);

3. het secretariaat van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO);

4. het secretariaat van de Nederlandse Sportraad (NLsportraad).

Hoofdstuk 3 — Algemene leiding

Artikel 6

1 Het RIVM, het Directoraat-Generaal Volksgezondheid, het Directoraat-Generaal Curatieve Zorg en het Directoraat-Generaal Langdurige Zorg ressorteren onder een Directeur-Generaal.

2 De IGJ staat onder leiding van een Inspecteur-Generaal.

3 De directies, de stafdirecties, het agentschap CBG en SCP staan onder leiding van een directeur.

4 Het CIBG en DUS-I staan onder leiding van een Algemeen Directeur.

5 Het regiebureau PGB, de programma’s en de programmadirecties staan onder leiding van een programmamanager of programmadirecteur.

6 Het bureau Integriteit en Sociale Veiligheid staat onder leiding van een manager.

Hoofdstuk 3A — Financiële organisatie

Artikel 6a

1 De SG is budgethouder.

2 De pSG en de Directeuren-Generaal van het kernministerie zijn budgethouder voor de hen door de SG toegewezen budgetten. De SG, pSG en Directeuren-Generaal kennen aan de onder hen ressorterende hoofden de budgetten toe waarover zij kunnen beschikken.

3 De directeuren van het kernministerie zijn budgethouder voor de hen door de SG, pSG of Directeuren-Generaal toegewezen budgetten.

Hoofdstuk 4 — Secretaris-generaal

Artikel 7

De directie Macro-Economische Vraagstukken en Arbeidsmarkt bestaat uit de volgende afdelingen:

a. Arbeidsmarkt;

b. Algemeen Economisch Beleid;

c. Beroepen en Innovatie;

d. Opleidingen en Juridisch Beleidsadvies;

e. MEVA Programma’s;

f. Financiën & Beleidsondersteuning.

Hoofdstuk 4 — Secretaris-generaal

Artikel 8

De directie Financieel-Economische Zaken bestaat uit de volgende onderdelen:

a. Advies en control;

b. Begrotingszaken;

c. Financiële informatievoorziening en toezicht;

d. Secretariaat.

Hoofdstuk 4 — Secretaris-generaal

Artikel 9

De directie Bestuurlijke en Politieke Zaken bestaat uit de volgende onderdelen:

a. Bedrijfsvoering, Kabinet en Protocol;

b. Beveiligingsautoriteit;

c. Functionaris Gegevensbescherming;

d. Politiek adviseurs;

e. Bestuurlijke advisering;

f. Eigenaarsadvisering;

g. Managementondersteuning;

h. Stukkenstroom.

Hoofdstuk 4 — Secretaris-generaal

Artikel 10

De directie Wetgeving en Juridische Zaken staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 4 — Secretaris-generaal

Artikel 11

Het bureau Integriteit en Sociale Veiligheid staat onder leiding van een manager.

Hoofdstuk 5 — De plaatsvervangend secretaris-generaal

Artikel 12

De directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel bestaat uit de volgende onderdelen:

a. Bedrijfsbureau;

b. Afdeling Personeel en Organisatie;

c. Afdeling Werkomgeving, Inkoop, Strategie en Proces;

d. Afdeling Informatievoorziening;

e. Afdeling VWS Flex.

Hoofdstuk 5 — De plaatsvervangend secretaris-generaal

Artikel 13

De directie Informatiebeleid-CIO bestaat uit de volgende onderdelen:

a. Cluster iStaf;

b. Cluster iBeleid team A;

c. Cluster iBeleid team B;

d. Cluster iBeleid team C;

e. Cluster CIO-Office;

e. Cluster i-Regie;

f. Cluster i-Realisatie.

Hoofdstuk 5 — De plaatsvervangend secretaris-generaal

Artikel 14

De directie Communicatie bestaat uit de volgende onderdelen:

a. Media;

b. Advies;

c. Corporate.

Hoofdstuk 5 — De plaatsvervangend secretaris-generaal

Artikel 15

De directie Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges en Toetsingscommissies bestaat uit de volgende onderdelen:

a. EST (Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges);

b. RTE (Regionale Toetsingscommissies Euthanasie).

Hoofdstuk 5 — De plaatsvervangend secretaris-generaal

Artikel 16

Het regiebureau PGB staat onder leiding van een programmamanager.

Hoofdstuk 5 — De plaatsvervangend secretaris-generaal

Artikel 17

De directie Open Overheid staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 6 — Directoraat-generaal volksgezondheid

Artikel 18

De directie Publieke Gezondheid staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 6 — Directoraat-generaal volksgezondheid

Artikel 19

De directie Sport en Bewegen staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 6 — Directoraat-generaal volksgezondheid

Artikel 20

De directie Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 6 — Directoraat-generaal volksgezondheid

Artikel 21

De directie Internationale Zaken staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 6 — Directoraat-generaal volksgezondheid

Artikel 22

De directie Infectieziektenbeleid staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de programmadirectie.

Hoofdstuk 6 — Directoraat-generaal volksgezondheid

Artikel 23

De directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland bestaat uit de volgende onderdelen:

a. Zorg & Contractering;

b. Sociaal Domein, Jeugd & Sport;

c. Digitalisering & ICT.

Hoofdstuk 7 — Directoraat-generaal curatieve zorg

Artikel 24

De directie Curatieve Zorg staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 7 — Directoraat-generaal curatieve zorg

Artikel 25

De directie Mentale Gezondheid en ggz staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 7 — Directoraat-generaal curatieve zorg

Artikel 26

De directie Geneesmiddelen en Medische Technologie staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 7 — Directoraat-generaal curatieve zorg

Artikel 27

De directie Patiënt en Zorgordening staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 7 — Directoraat-generaal curatieve zorg

Artikel 28

De directie Deelnemingen en Aandeelhoudersadvisering staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 7 — Directoraat-generaal curatieve zorg

Artikel 29

De programmadirectie Weerbare Zorg staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de (programma)directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de programmadirectie.

Hoofdstuk 7 — Directoraat-generaal curatieve zorg

Artikel 30

De programmadirectie Integraal Zorg Akkoord (IZA) staat onder leiding van een (programma)directeur. Deze stuurt op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de programmadirectie.

Hoofdstuk 8 — Directoraat-generaal langdurige zorg

Artikel 31

De directie Langdurige Zorg staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het collegiaal managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de dienst.

Hoofdstuk 8 — Directoraat-generaal langdurige zorg

Artikel 32

De directie Zorgverzekeringen staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 8 — Directoraat-generaal langdurige zorg

Artikel 33

De directie Maatschappelijke Ondersteuning staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 8 — Directoraat-generaal langdurige zorg

Artikel 34

De directie Jeugd staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Hoofdstuk 9 — De diensten en instellingen

Artikel 35

1 Het agentschap College Beoordeling Geneesmiddelen staat onder leiding van een Directeur.

2 Onder de directeur ressorteren:

a. Het divisiehoofd Beoordelen & Vergunning Verlenen;

b. Het divisiehoofd Europa, Geneesmiddelengebruik & Veterinair;

c. Het divisiehoofd Bedrijfsvoering, Juridische zaken & Communicatie.

3 Onder het divisiehoofd Beoordelen & Vergunning Verlenen ressorteren de volgende onderdelen:

a. Regulatory Datamanagement;

b. Casemanagement & Implementatiegroep;

c. Farmacotherapeutische-groep I;

d. Farmacotherapeutische-groep II;

e. Farmacotherapeutische-groep III;

f. Farmacotherapeutische-groep IV;

g. Geneesmiddelenbewaking;

h. Kwaliteit 1 (CFB, Veterinair & BNV);

i. Kwaliteit 2 (CFB & Stoffen);

j. Kwaliteit 3 (CFB & BTG);

k. Farmacologie, Toxicologie en Kinetiek.

4 Onder het divisiehoofd Europa, Geneesmiddelengebruik & Veterinair ressorteren de volgende onderdelen:

a. Europese Vertegenwoordiging;

b. Bureau Diergeneesmiddelen;

c. Wetenschap;

d. Bestuurlijke Zaken & Geneesmiddelgebruik.

5 Onder het divisiehoofd Bedrijfsvoering, Juridische zaken & Communicatie ressorteren de volgende onderdelen:

a. Corporate communicatie;

b. Informatievoorziening;

c. Financiën, Inkoop, Kwaliteit en Control;

d. Human Resource Management & Ontwikkeling;

e. Facilitair en Managementondersteuning;

f. Juridische Zaken, Informatiebeheer & Public Assessment Report.

Hoofdstuk 9 — De diensten en instellingen

Artikel 36

1 Het CIBG staat onder leiding van een Algemeen Directeur.

2 Onder de Algemeen Directeur ressorteren:

a. de directeur Operationele Zaken/COO

b. de directeur Informatiemanagement/CIO;

c. de directeur Bedrijfsvoering/CFO/Plaatsvervangend algemeen directeur;

d. de stafafdeling Account-, Project- en Kwaliteitsmanagement;

e. de stafafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken.

3 Onder de directeur Operationele Zaken/COO ressorteren de volgende onderdelen:

a. Authenticatie en Gegevensverstrekking;

b. Toelating en Toezicht;

c. Publieke Knooppunten en Registers;

d. Farmatec;

e. Klant en Communicatie;

f. Bureau Buitenlandse Zorgverleners (BBZ).

4 Onder de directeur Informatiemanagement/CIO ressorteren de volgende onderdelen:

a. CIO Office;

b. Functioneel Beheer;c. Delivery;

d. Applicatie- en Servicemanagement.

5 Onder de directeur Bedrijfsvoering/CFO ressorteren de volgende onderdelen:

a. Control, Financiën en Risicobeheer;

b. HRM en Managementondersteuning.

Hoofdstuk 9 — De diensten en instellingen

Artikel 37

1 De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd staat onder leiding van een inspecteur-generaal (IG).

2 Onder de IG ressorteren:

a. de Hoofdinspecteurs die belast zijn met bepaalde gebieden van de zorg en tevens aangewezen kunnen worden als plaatsvervangend IG:

1°. de Hoofdinspecteur Cure en GMT;

2°. de Hoofdinspecteur Jeugd en Maatschappelijke Zorg;

3°. de Project Hoofdinspecteur Front-office.

b. de directeur Strategie en Organisatie;

c. de directeur Bedrijfsvoering;

d. de Programmadirecteur Toezicht Sociaal Domein.

3 Onder de Hoofdinspecteur Cure en GMT ressorteren de volgende onderdelen:

a. Medisch Specialistische Zorg 1;

b. Medisch Specialistische Zorg 2;

c. Medische Technologie;

d. Eerstelijnszorg;

e. Farmaceutische Producten.

4 Onder de Hoofdinspecteur Jeugd en Maatschappelijke Zorg ressorteren de volgende onderdelen:

a. Jeugd;

b. Geestelijke Gezondheidszorg;

c. Gehandicaptenzorg;

d. Netwerkzorg en Preventie.

5 Onder de Project Hoofdinspecteur ressorteert het volgende onderdeel:

a. Informatie en Meldingen Centrum.

6 Onder de directeur Strategie en Organisatie ressorteren de volgende onderdelen:

a. Bestuursondersteuning, Beleid en Strategie;

b. Juridische Zaken;

c. Communicatie;

d. Bureau Opsporing en Boetes.

7 Onder de directeur Bedrijfsvoering ressorteren de volgende onderdelen:

a. Financiën, Kwaliteit en Control;

b. Personeel en Organisatie;

c. Risicodetectie en Ontwikkeling;

d. Informatie en ICT;

e. Facilitaire Ondersteuning.

Hoofdstuk 9 — De diensten en instellingen

Artikel 38

1 De baten-lastendienst Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu staat onder leiding van een Directeur-Generaal (DG). De Chief Financial Officer (CFO) is tevens plaatsvervangend Directeur-Generaal (pDG) en is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering.

2 Onder de DG ressorteren:

a. de directeur Bedrijfsvoering/CFO (pDG);

b. de directeur Volksgezondheid en Zorg;

c. de directeur Centrum Infectieziektebestrijding;

d. de directeur Milieu en Veiligheid;

e. de directeur Informatievoorziening;

f. Directeur Preventieprogramma’s en opschaling voor de publieke gezondheid (PPG)

3 Onder de directeur Bedrijfsvoering/CFO (pDG) ressorteren de volgende onderdelen:

a. de stafeenheid Bureau Directieraad;

b. de stafeenheid Communicatie en Documentaire Informatievoorziening;

c. de stafeenheid Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel;

d. de stafeenheid Finance, Control & Inkoop;

e. het Projectbureau Nieuwe Huisvesting RIVM tot 1 mei 2026.

4 Onder de directeur Volksgezondheid en Zorg ressorteren de volgende onderdelen:

a. Centrum Gezondheid en Maatschappij;

b. Centrum Gezondheidsbescherming;

c. Centrum Voeding, Preventie en Zorg.

5 Onder de directeur Centrum Infectieziektebestrijding ressorteren de volgende onderdelen:

a. Centrum Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten;

b. Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding;

c. Centrum Infectieziekteonderzoek, Diagnostiek en Laboratorium Surveillance;

d. Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie;

e. Centrum Immunologie van Infectieziekten en Vaccins.

6 Onder de directeur Milieu en Veiligheid ressorteren de volgende onderdelen:

a. Centrum Veiligheid van Stoffen en Producten;

b. Centrum Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid;

c. Centrum Milieukwaliteit;

d. Centrum Veiligheid.

7 Onder de directeur Informatievoorziening ressorteren de volgende onderdelen:

a. de stafeenheid CIO-office, Kwaliteit & Support;

b. de stafeenheid Applicatiediensten;

c. de stafeenheid Generieke ICT-Voorzieningen;

d. de stafeenheid Onderzoek en Datadiensten;

e. de stafeenheid IV-advies & Regie.

8 Onder de directeur Preventieprogramma’s en Opschaling voor de Publieke Gezondheid ressorteren de volgende onderdelen:

a. Regie op Preventieprogramma’s en Opschaling;

b. Digitalisering voor Preventieprogramma’s en Opschaling;

c. Supplychain voor Preventieprogramma’s en Opschaling;

d. Coördinatie en dienstverlening voor Preventieprogramma’s en Opschaling.

Hoofdstuk 9 — De diensten en instellingen

Artikel 39

De Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen staat onder leiding van het collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur stuurt het collegiaal managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de dienst.

Hoofdstuk 9 — De diensten en instellingen

Artikel 40

Het Sociaal en Cultureel Planbureau staat onder leiding van een directeur en een adjunct-directeur.

Het Planbureau werkt met een flexibele programmastructuur en kent daarnaast de volgende vaste onderdelen:

a. Afdeling Bedrijfsvoering;

b. Afdeling Methodologie, Informatiehuishouding en Data;

c. Afdeling Communicatie en Public Affairs.

Hoofdstuk 10 — De secretariaten van de raden en commissies

Artikel 41

Het secretariaat van de Gezondheidsraad staat onder leiding van de Algemeen Secretaris en bestaat uit de volgende onderdelen:

a. Wetenschappelijke staf team 1;

b. Wetenschappelijke staf team 2;

c. Bedrijfsvoering;

d. Communicatie en Redactie.

Hoofdstuk 10 — De secretariaten van de raden en commissies

Artikel 42

Het secretariaat van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving staat onder leiding van een Directeur/Algemeen secretaris.

Hoofdstuk 10 — De secretariaten van de raden en commissies

Artikel 43

Het Secretariaat van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek staat onder leiding van een Algemeen Secretaris en bestaat uit de volgende onderdelen:

a. Bedrijfsvoering;

b. Landelijk Bureau;

c. Bureau CCMO.

Hoofdstuk 10 — De secretariaten van de raden en commissies

Artikel 44

Het Secretariaat van de Nederlandse Sportraad staat onder leiding van een Algemeen Secretaris.

Hoofdstuk 10 — De secretariaten van de raden en commissies

Artikel 45

Het secretariaat van de Commissie Genetische Modificatie staat onder leiding van een secretaris en is ambtelijk ondergebracht bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Hoofdstuk 11 — Slotbepalingen

Artikel 46

De directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel is belast met het beheer van dit besluit.

Hoofdstuk 11 — Slotbepalingen

Artikel 47

1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2026.

2 Het Organisatiebesluit VWS 2025 wordt ingetrokken.

3 Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatiebesluit VWS 2026.