wetzoeker

4.3.2 — Inhoudelijke vereisten Subsidieprogramma Fair Focus on Trade

Inhoudelijke vereisten

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van dit subsidieprogramma moet de aanvraag betrekking hebben op een planmatige integrale aanpak van activiteiten (ook wel te noemen: project). Deze activiteiten dienen bij te dragen aan het bevorderen van schone en eerlijke handel in door de aanvrager geselecteerde waardeketen(s), door versterking van lokale maatschappelijke organisaties. Daarbij is het noodzakelijk om activiteiten te richten op voor doellanden en Nederland belangrijke waardeketens, ten behoeve van het behalen van de doelen van dit subsidieprogramma (zie paragraaf 4.1). Aanvragers en (in-country) partners hebben elk hun rol in de waardeketen om zo gezamenlijk bij te dragen aan de verduurzaming van de gehele waardeketen.

Om subsidiabel te kunnen zijn geldt verder dat er minimaal sprake moet zijn van:

– een project dat bestaat uit financieringsactiviteiten (paragraaf 4.4.1), dienstverlening (paragraaf 4.4.2), dialoog (4.4.3) en capaciteitsversterkende activiteiten (4.4.4). Het project moet een geïntegreerd geheel van alle vier voornoemde typen activiteiten zijn;

– een inzet gericht op een of twee van de focussectoren genoemd in paragraaf 4.1.3, waarbij geldt dat activiteiten in twee verschillende sectoren subsidiabel kunnen zijn mits overtuigend wordt onderbouwd dat beide sectoren met hetzelfde type activiteiten kunnen worden bediend (bijvoorbeeld omdat het hetzelfde geografische regio en (deels) dezelfde stakeholders betreft);

– activiteiten die worden uitgevoerd in minimaal één van de doellanden tot maximaal drie doellanden, waarbij geldt dat in geval van twee of drie doellanden, die alle moeten vallen binnen één geografische regio

18 Binnen een geografische regio wil zeggen: doellanden die aan elkaar grenzen of binnen dezelfde regio liggen op basis van de United Nations Geoscheme. Bijv. landen in Oost-Afrika zoals Oeganda, Kenia en Ethiopië.

; dit betekent dat het project zich richt op één tot maximaal drie productielanden (zijnde de doellanden), waarbij (elk) doelland relevant is voor de geselecteerde primaire waardeketen, en de primaire markt voor de producten in deze waardeketen Nederland of Europa is;

– per doelland: een inzet gericht op de focus sector(en) en waardeketen(s) op de lijst met Nederlandse focus sectoren per doelland neergelegd in annex 1 bij deze beleidsregels;

– de inzet binnen een sector is gericht op een waardeketen, waarbij geldt dat activiteiten gericht op meer dan één waardeketen ook subsidiabel kunnen zijn, mits overtuigend wordt onderbouwd dat er een duidelijke samenhang bestaat tussen die waardeketens (bijvoorbeeld omdat voor verschillende grondstoffen dezelfde wet- en regelgeving en stakeholders van belang zijn, of omdat het ene product een bijproduct is van het ander); ook moet de aanvrager in dat geval aangeven wat de primaire waardeketen is binnen het project (de waardeketen waarop de meeste activiteiten gericht zijn) en wat de secundaire/overige waardeketens zijn. Wanneer een aanvraag zich richt op één waardeketen, dan is dat tegelijk de primaire waardeketen;

– een logische uitwerking van de voorgestelde activiteiten gebaseerd op een analyse van de lokale context en reeds eerder uitgevoerde activiteiten in betreffende sector(en) en daarbinnen betreffende waardeketen(s).

Regeling
Subsidieprogramma Fair Focus on Trade
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
16-05-2026
BWB-id
BWBR0052625
Versie
2026-05-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl