wetzoeker

4.1.1 — Beleidsuitgangspunten Subsidieprogramma Fair Focus on Trade

Beleidsuitgangspunten

Voor alle instrumenten van Focus gelden dezelfde beleidsuitgangspunten. Deze beleidsuitgangspunten zijn het referentiekader voor de vereisten en criteria voor de beoordeling en selectie van aanvragen onder het subsidieprogramma, evenals voor de vormgeving van de door de aanvragers te ontwikkelen en uit te voeren activiteiten. Het gaat daarbij om:

– Capaciteitsversterking: Het versterken van de vaardigheden, kennis en het netwerk van in-country partners draagt bij aan zowel de effectiviteit als de efficiëntie van ontwikkelingsinitiatieven en vormt daarom een belangrijk element binnen het subsidieprogramma. Capaciteitsversterking kan betrekking hebben op uiteenlopende terreinen, zoals projectmanagement, financieel beheer of inhoudelijke activiteiten op het gebied van dialoog of dienstverlening, bijvoorbeeld de bescherming van kwetsbare groepen. Dit kan worden vormgegeven via bijvoorbeeld training, coaching of kennisuitwisseling. Hierbij wordt aangesloten bij reeds aanwezige lokale capaciteit. Deze benadering is essentieel voor het bevorderen van lokaal eigenaarschap.

– Lokaal geleide ontwikkeling: Leidend voor Focus is de wens om lokaal eigenaarschap binnen ontwikkelingssamenwerking te stimuleren en te vergroten. Volgens de OESO-DAC betekent dit dat lokale actoren zelf beslissen over de vormgeving en implementatie van ontwikkelingsinitiatieven, waarbij internationale donoren en externe partners, waaronder ook Nederlandse maatschappelijke organisaties, een ondersteunende rol spelen bij het oplossen van de maatschappelijke vraagstukken waar lokale gemeenschappen voor staan. Deze ondersteuning kan onder meer bestaan uit financiële ondersteuning in een door een subsidieontvanger te bepalen vorm of capaciteitsversterking gerelateerd aan de activiteiten van de in-country partners, het faciliteren van kennisuitwisseling tussen in-country partners, of het beschikbaar stellen van technologische innovaties en wetenschappelijke inzichten.

– Gendergelijkheid: Met de acht instrumenten onder Focus beoogt de minister bij te dragen aan gendergelijkheid. Dit verhoogt de sociale en economische weerbaarheid van gemeenschappen en versterkt de effectiviteit en relevantie van ontwikkelingssamenwerking. Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie binnen het subsidieprogramma is het dan ook een vereiste dat de aanvragen een score van 1 van de OESO-DAC gendermarker halen (gendergelijkheid moet een belangrijk doel van de activiteiten zijn waarvoor subsidie wordt aangevraagd).

– Klimaat is integraal onderdeel van de doelstellingen van het subsidieprogramma, zie de uitwerking van dit begrip in annex 2 over people, planet, profit.

– Conflictsensitiviteit: Te allen tijde geldt dat de minister wil voorkomen dat gesubsidieerde activiteiten bijdragen aan het verergeren van conflicten. Bij alle activiteiten die worden gesubsidieerd, moet daarom rekening worden gehouden met de context waarin deze worden uitgevoerd. Dit houdt in dat activiteiten dusdanig moeten worden ontwikkeld dat bewust negatieve effecten en onbedoelde bijdragen aan conflicten worden vermeden of geminimaliseerd, en dat bewust positieve effecten op de conflictdynamiek worden gecreëerd en kansen voor vrede en inclusie worden versterkt. Risico’s met betrekking tot het verergeren van conflicten moeten in kaart worden gebracht in de contextanalyses. Dit vereist het vermogen om (i) de operationele context waarin activiteiten plaatsvinden te analyseren en te begrijpen; (ii) dat begrip te vertalen naar de gevolgen voor activiteiten en interacties met die context; en (iii) conflictsensitiviteit in de hele activiteitscyclus te integreren en te actualiseren. De minister hecht veel belang aan het onderwerp geestelijke gezondheid en psychosociale ondersteuning als onderdeel van inzet in fragiele staten en conflictgebieden. Daarom is het van belang om als onderdeel van conflictsensitiviteit ook mentale gezondheid en psychosociale dimensies en dynamiek mee te nemen in het analyseren en begrijpen van de context waarin activiteiten plaatsvinden.

– Do no harm: In aansluiting op het beleidsuitgangspunt van conflictsensitiviteit geldt het do no harm principe: gesubsidieerde activiteiten mogen geen negatieve gevolgen hebben voor de lokale bevolking, bestaande verhoudingen of bredere ontwikkelingsdoelen. Subsidieontvangers zijn daarom verplicht mogelijke risico’s tijdig te identificeren en maatregelen te treffen om schadelijke effecten te voorkomen of te beperken.

Regeling
Subsidieprogramma Fair Focus on Trade
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
16-05-2026
BWB-id
BWBR0052625
Versie
2026-05-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl