wetzoeker

3 — Begrippen Subsidieprogramma Fair Focus on Trade

Begrippen

In het subsidieprogramma wordt verstaan onder:

– Aanvrager: een maatschappelijke organisatie die zelfstandig een subsidieaanvraag indient en verantwoordelijk is voor de volledige uitvoering van het in de subsidieaanvraag voorgestelde project binnen de kaders van het subsidieprogramma en de naleving van de aan de subsidie te verbinden verplichtingen.

– Capaciteitsversterking: activiteiten gericht op het versterken van de vaardigheden en kennis van lokale maatschappelijke organisaties (in dit subsidieprogramma aangeduid als in-country partners) met het oog op hun rol als dienstverlener en bij het voeren van een (kritische) dialoog.

– Dialoog: activiteiten die bestaan uit het voeren van doelgerichte gesprekken en interactie tussen relevante partijen zoals de Europese Unie, overheden, multilaterale instellingen, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven, met als doel bewustwording te vergroten en beleidsverandering te stimuleren en (uitvoering van) wet- en regelgeving te verbeteren, om zo bij te dragen aan schone en eerlijke handel in door de aanvrager geselecteerde waardeketen(s).

– Dienstverlening: activiteiten die direct gericht zijn op het verbeteren van het welzijn of de levensomstandigheden van individuen of gemeenschappen in de doellanden. Voorbeelden zijn het aanbieden van educatie, training of voorlichting in de doellanden, bijvoorbeeld lokale leveranciers, boerencoöperaties of vakbonden, ter verbetering van arbeidsrechten en -omstandigheden of het tegengaan van ontbossing en vervuiling.

– Doelland: één van de 21 productielanden waarvoor het subsidieprogramma openstaat zoals opgenomen in annex 1 bij deze beleidsregels.

– Financieringsactiviteiten: het op eigen titel beschikbaar stellen van financiële middelen door de subsidieontvangers aan partner(s), zodat zij activiteiten kunnen uitvoeren die bijdragen aan de doelstellingen van het subsidieprogramma. Bij deze financieel te ondersteunen activiteiten kan het gaan om zowel dienstverlening als dialoog.

– Gendergelijkheid: het gelijk stellen en gelijk behandelen van mensen ongeacht geslacht, genderidentiteit of seksuele geaardheid in het maatschappelijk verkeer en voor de wet.

– In-country partner: een lokale maatschappelijke organisatie die met steun van een subsidieontvanger activiteiten uitvoert die relevant zijn voor het doel van het subsidieprogramma, dan wel wiens capaciteiten door de subsidieontvanger worden versterkt.

– Lokaal geleide ontwikkeling: een ontwikkeling waarbij maatschappelijke organisaties en gemeenschappen in de doellanden zelf de regie voeren over prioriteiten, oplossingen en uitvoering van activiteiten.

– Lokale maatschappelijke organisatie: een maatschappelijke organisatie die statutair gevestigd is in een doelland en daarmee valt onder betreffende toepasselijke (sub-) nationale wet- en regelgeving, die opereert op (sub-)nationaal of regionaal niveau en wiens acties/activiteiten gericht zijn op (sub-)nationale kwesties.

– Maatschappelijke organisatie: een niet op winst gerichte, niet aan een overheidsinstantie statutair of feitelijk verbonden organisatie met een maatschappelijk oogmerk, beschikkend over rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht, die niet door een overheidsinstantie is opgericht, dan wel die na oprichting door een overheidsinstantie geheel verzelfstandigd is.

– Minister: de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

– OESO-richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen: algemene beginselen voor internationaal ondernemen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling die een belangrijk uitgangspunt zijn voor het IMVO-beleid van de Nederlandse regering (hierna: OESO-richtlijnen)

11 www.oesorichtlijnen.nl

.

– Partners: in-country partners of maatschappelijke organisaties die statutair gevestigd zijn in Nederland, die met steun van een subsidieontvanger activiteiten uitvoeren die relevant zijn voor het bereiken van het doel van het subsidieprogramma.

– Primaire waardeketen: de belangrijkste waardeketen binnen een project waarop de meeste activiteiten gericht zijn.

– Productielanden: de landen waarin de productie van goederen en de winning van grondstoffen plaatsvindt; voor dit subsidieprogramma betreft het de productie van textiel, het delven van grondstoffen en het produceren van gewassen en producten binnen de agrarische sector.

– Subsidieontvanger: aanvrager wiens subsidieaanvraag in het kader van dit subsidieprogramma is gehonoreerd.

– Waardeketen: alle activiteiten die door ondernemingen worden uitgevoerd om een product of dienst van conceptie tot eindproduct te brengen. Een waardeketen begint dus vaak bij het delven of verbouwen van (ruwe) grondstoffen, mondt dan uit in de productie van halffabricaat of eindproduct waarna het eindgebruik door de consument volgt. In een waardeketen zijn meestal meerdere ondernemingen betrokken, schakels genoemd.

Regeling
Subsidieprogramma Fair Focus on Trade
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
16-05-2026
BWB-id
BWBR0052625
Versie
2026-05-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl