wetzoeker

Subsidieregeling CEWIN 2026

Regeling van de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport van 30 april 2026, kenmerk 4377537-1097784-DMO, houdende regels voor de subsidiering van activiteiten voor de collectieve erkenning van Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland (Subsidieregeling CEWIN 2026) [KetenID WGK028397]

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
05-05-2026
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0052601
Versie
2026-05-05_0
SHA-256 bron
24ce2988a8c5d15cefa29646283e33dfdf1b5eb472ac2c5a545eba9b81ea509d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (14)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

contextgebonden zorg: zorg die uitgaat van een cultuursensitieve benadering en waarbij rekening gehouden wordt met persoonlijke oorlogs- en geweldservaringen;

de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de de-minimisverordening;

de-minimisverordening: Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun;

educatief materiaal: hulpmiddelen en leermiddelen om kennisoverdracht bij leerlingen en scholieren te ondersteunen;

huisvestingslasten: kosten voor huur, rente en afschrijvingen;

minister: Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport;

omroepprogramma’s: films of documentaires ontwikkeld door of in samenwerking met de Nederlandse publieke of commerciële oproep.

Artikel 2

Deze regeling heeft als doel om initiatieven aan te moedigen uit de Indische, Molukse, Papoea en Chinees-Indonesische gemeenschappen in Nederland die bijdragen aan de collectieve erkenning van deze gemeenschappen binnen de Nederlandse samenleving. Hierbij staat het bevorderen van wederzijds begrip, her- en erkenning, het verankeren van cultureel erfgoed en het leren van de geschiedenis van Nederlands-Indië/Indonesië centraal.

Artikel 3

1 De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor culturele activiteiten of activiteiten ter bevordering van de dialoog, die bijdragen aan het realiseren van het doel van de regeling.

2 Geen subsidie wordt verstrekt voor:

a. activiteiten die zich richten op herdenken of contextgebonden zorg;

b. huisvestingslasten;

c. activiteiten die alleen de organisatie van de aanvrager bereiken;

d. de vervaardiging van omroepprogramma’s of educatief materiaal.

Artikel 4

1 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen zonder winstoogmerk die zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.

2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien deze in overeenstemming is met de de-minimisverordening.

3 Per aanvraagronde kan een rechtspersoon slechts één aanvraag indienen.

4 Indien een rechtspersoon eerder subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling of de Subsidieregeling collectieve erkenning van Indisch en Moluks Nederland, wordt subsidie uitsluitend verstrekt wanneer de projectperiode van de eerdere subsidie is afgerond.

Artikel 5

1 De minister verstrekt enkel subsidies voor projecten die niet langer dan 24 maanden duren.

2 In afwijking van het eerste lid kan de minister op verzoek de termijn, bedoeld in het eerste lid, vanwege uitzonderlijke omstandigheden verlengen met ten hoogste zes maanden.

Artikel 6

1 De subsidie bedraagt ten hoogste € 20.000 per jaar met een maximum van € 40.000 over een periode van twee jaar.

2 Subsidies van minder dan € 6.000 worden niet verstrekt.

3 Subsidie wordt enkel verstrekt indien het bedrag voor reis- en verblijfskosten niet hoger is dan 10% van het totale subsidiabele bedrag.

Artikel 7

1 Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2026 € 500.000.

2 De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag door middel van loting.

Artikel 8

1 In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag tot verlening van een subsidie vergezeld van een de-minimisverklaring.

2 De aanvrager gebruikt door de minister vastgestelde formulieren voor de aanvraag tot verlening, de begroting, het activiteitenplan en de de-minimisverklaring.

3 De aanvraag tot verlening voor het subsidiejaar 2026 kan worden ingediend in de periode van maandag 1 juni 2026 9.00 uur tot en met vrijdag 26 juni 2026 13.00 uur.

4 De minister besluit binnen dertien weken na afloop van de periode waarin aanvragen kunnen worden ingediend.

Artikel 9

De minister wijst een subsidieaanvraag in ieder geval af indien:

a. deze buiten de periode, bedoeld in artikel 8, derde lid, wordt ontvangen;

b. de verstrekking van de subsidie niet in overeenstemming is met de de-minimisverordening.

Artikel 10

De activiteiten starten uiterlijk 6 maanden na afloop van de in artikel 8, derde lid, voor dat jaar genoemde aanvraagperiode.

Artikel 11

1 Indien een verleende subsidie € 25.000 of meer bedraagt, vraagt de aanvrager vaststelling van de subsidie aan binnen 22 weken na afloop van het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend.

2 De aanvrager toont bij een subsidie van meer dan € 25.000 aan de hand van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 12

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling CEWIN 2026.

Artikel 14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte in de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2031.