wetzoeker

Artikel 12 Tijdelijke regeling specifieke uitkering Clean Energy Hubs 2026–2030

1 De minister stelt de uitkering vast op 31 december van het jaar waarin de laatste verantwoording, bedoeld in artikel 11, heeft plaatsgevonden.

2 De uitkering kan op een lager bedrag worden vastgesteld, indien:

a. de werkelijke kosten lager zijn dan het verleende bedrag;

b. de uitkering anderszins niet of niet volledig overeenkomstig het doel van deze regeling is besteed; of

c. niet of niet volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, of de verantwoording, bedoeld in artikel 11.

3 De minister kan onverschuldigd betaalde uitkeringen en voorschotten terugvorderen, voor zover na de dag waarop de uitkering is vastgesteld nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Regeling
Tijdelijke regeling specifieke uitkering Clean Energy Hubs 2026–2030
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-05-2026
BWB-id
BWBR0052580
Versie
2026-05-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl