wetzoeker

Artikel 3.3 Besluit veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal

Orgaancentrum

1 Het orgaancentrum kent bij elke donatie een unieke identificatiecode toe aan het betreffende orgaan of postmortale weefsel.

2 Het orgaancentrum richt zijn administratie zodanig in dat ten aanzien van een orgaan of postmortaal weefsel dat is toegewezen aan een ontvanger met behulp van de identificatiecode kunnen worden achterhaald:

a. de voor het gebruik van het orgaan of postmortale weefsel relevante persoonsgegevens van de donor;

b. de instelling waar het orgaan of postmortale weefsel ter beschikking is gekomen;

c. de datum en het tijdstip van het ter beschikking komen van het orgaan of postmortale weefsel;

d. in voorkomend geval de bestemming waarvoor de donor overeenkomstig de Wet op de orgaandonatie toestemming heeft verleend;

e. de kenmerken en eigenschappen van het orgaan of postmortale weefsel en de doeleinden waarvoor het, indien van toepassing mede gelet op de verleende toestemming, geschikt is;

f. de noodzakelijke aanwijzingen voor het bewaren en het gebruik;

g. eventuele bijwerkingen bij het gebruik;

h. de bij het vervoer gebruikte stoffen en materialen, de leverancier en het batchnummer ervan;

i. de naam en het adres van de instelling waaraan het orgaan of postmortale weefsel is afgeleverd;

j. de persoonsgegevens van degene bij wiens geneeskundige behandeling het orgaan of postmortale weefsel is gebruikt.

3 Het orgaancentrum bewaart de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens tenminste 30 jaar na de toewijzing.

Regeling
Besluit veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0052544
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl