wetzoeker

6 — Stroomlijning voorwaarden voor lijfrentebeleggingsrechten Verzamelbesluit lijfrenten en andere periodieke uitkeringen

Stroomlijning voorwaarden voor lijfrentebeleggingsrechten

De voorwaarden waaraan een lijfrentebeleggingsrecht en de aanbieders daarvan moeten voldoen, zijn opgenomen in artikel 3.126a, eerste en tweede lid, Wet IB 2001. Over de toepassing van twee voorwaarden voor een lijfrentebeleggingsrecht blijkt in de praktijk onduidelijkheid te bestaan hetgeen belemmerend kan werken bij het aanbieden van zodanige rechten.

In aansluiting op artikel 1:1 van de Wft wordt in de Wet IB 2001 onder beheerder van een beleggingsinstelling verstaan iedere rechtspersoon die ingevolge de Wft bevoegd is rechten van deelneming als lijfrentebeleggingsrechten aan te bieden in een door hem beheerde beleggingsinstelling in Nederland.

Op grond van de Wft moeten de gelden die de beheerder ter verwerving van de rechten van deelneming inlegt, worden overgemaakt aan de bewaarder van een beleggingsinstelling. Voor de toepassing van artikel 3.126a Wet IB 2001 wordt hierbij aangesloten.

Voorwaarde waarvan niet wordt afgeweken

Eén van de andere wettelijke voorwaarden is dat de belastingplichtige geblokkeerde rechten van deelneming in een beleggingsinstelling verkrijgt. Het moet hierbij gaan om rechten van deelneming in de beleggingsinstelling die door de beheerder zelf wordt beheerd. Met andere woorden, de rechten van deelneming kunnen geen betrekking hebben op beleggingsinstellingen die door een andere instelling worden beheerd. Het is overigens mogelijk dat de wel zelf beheerde beleggingsinstelling subfondsen heeft die ieder beleggen in specifieke waarden, waaronder rechten in andere beleggingsinstellingen.

Regeling
Verzamelbesluit lijfrenten en andere periodieke uitkeringen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
14-04-2026
BWB-id
BWBR0052535
Versie
2026-04-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl