wetzoeker

4.3 — Onzekerheidsvereiste bij nabestaandenlijfrenteverzekering Verzamelbesluit lijfrenten en andere periodieke uitkeringen

Onzekerheidsvereiste bij nabestaandenlijfrenteverzekering

Bij een combinatie van oudedags- en nabestaandenlijfrenten moet elk van de lijfrenten afzonderlijk voldoen aan alle daarvoor geldende criteria, waaronder het onzekerheidsvereiste (1%-sterftekans). Vooral bij een tijdelijke nabestaandenlijfrente die ingaat na het overlijden van de genieter van een overbruggingslijfrente of een tijdelijke oudedagslijfrente, kan zich het volgende voordoen. Als de oorspronkelijke genieter overlijdt kort voor het voorziene einde van de looptijd van de uitkeringen, wordt bij toetsing op de ingangsdatum van de nabestaandenlijfrente niet voldaan aan de 1%-sterftekans. Daardoor kunnen ongewenste gevolgen optreden. Om deze ongewenste gevolgen te voorkomen, keur ik voor de nabestaandenlijfrente het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur goed dat voor de bepaling van de 1%-sterftekans wordt uitgegaan van de vroegst mogelijke datum waarop de nabestaandenlijfrente volgens de overeenkomst zou (hebben) kunnen ingaan.

Regeling
Verzamelbesluit lijfrenten en andere periodieke uitkeringen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
14-04-2026
BWB-id
BWBR0052535
Versie
2026-04-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl