wetzoeker

4.2 — Uitstel nabestaandenlijfrente tot tijdstip beëindiging Anw Verzamelbesluit lijfrenten en andere periodieke uitkeringen

Uitstel nabestaandenlijfrente tot tijdstip beëindiging Anw

In de praktijk bestaat behoefte aan een nabestaandenlijfrente waarvan de uitkeringen niet direct ingaan bij het overlijden, maar pas als een recht op een Anw-uitkering is geëindigd. Gelet op de achtergrond van de nabestaandenlijfrente keur ik het volgende goed.

Goedkeuring

Ik keur goed dat sprake blijft van een nabestaandenlijfrente als bedoeld in artikel 3.125, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk in artikel 3.126a, vierde lid, onderdeel b, Wet IB 2001 als een Anw-gerechtigde de uitkeringen niet onmiddellijk na het overlijden laat ingaan.

Het is niet toegestaan dat de nabestaandenlijfrente ingaat op een tijdstip naar keuze van de nabestaande, bijvoorbeeld een tijdstip tussen het overlijden en het tijdstip waarop de gerechtigdheid op de Anw-uitkering eindigt. De nabestaandenlijfrente moet ingaan op het tijdstip waarop de Anw-gerechtigdheid daadwerkelijk is geëindigd. Hierbij is niet van belang door welke oorzaak de Anw-gerechtigdheid is geëindigd. De gerechtigde tot de nabestaandenlijfrente kan daarbij gebruikmaken van de wettelijke termijn bij leven van artikel 3.133, derde lid, Wet IB 2001 (tekst 2025).

Regeling
Verzamelbesluit lijfrenten en andere periodieke uitkeringen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
14-04-2026
BWB-id
BWBR0052535
Versie
2026-04-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl