wetzoeker

Artikel 2 Tijdelijke regeling vervroegd uittreden 2026

1 Een RVU-ontslag wordt verleend, indien de ambtenaar:

a. op de datum van het RVU-ontslag ten hoogste 36 maanden is verwijderd van de datum van de pensioengerechtigde leeftijd die voor de ambtenaar geldt;

b. op de datum van het RVU-ontslag een diensttijd heeft van tenminste 35 jaar; en

c. tot de datum van het RVU-ontslag en over de afgelopen tien jaar werkzaamheden heeft verricht, waarbij jaarlijks regelmatig sprake was van:

1°. een arbeidsverrichting tijdens een nachtdienst als bedoeld in artikel 30a, onder e, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie;

2°. munitieruimen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder categorie A, van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie; of

3°. bezwarende arbeidsomstandigheden als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder b, van de Inkomstenregeling burgerlijke ambtenaren defensie.

2 De aanvraag voor een RVU-ontslag wordt uiterlijk vier maanden voor de beoogde ontslagdatum ingediend bij het bevoegd gezag.

3 De ambtenaar op wie de overgangsbepaling functioneel leeftijdsontslag, bedoeld in artikel 171a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie van toepassing is alsmede de ambtenaar die een uitkering geniet ingevolge artikel 2 van de Uitkeringswet gewezen militairen, komen niet in aanmerking voor een RVU-ontslag.

Regeling
Tijdelijke regeling vervroegd uittreden 2026
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
03-04-2026
BWB-id
BWBR0052492
Versie
2026-04-03_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl