wetzoeker

Besluit ondermandaat en machtiging Bureau Consignatie van de directie Financieel-Economische Zaken

Besluit van de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Financiën van 4 maart 2026 (2026-0000069311), houdende verlening van ondermandaat en machtiging voor de uitvoering van de Wet op de consignatie van gelden (Besluit ondermandaat en machtiging Bureau Consignatie van de directie Financieel-Economische Zaken)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
03-04-2026
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Financieel en economisch recht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0052490
Versie
2026-04-03_0
SHA-256 bron
0f70d6958f14aaf9e5633100a5e0dd0c2eb88077baf5a29ae7dca6accb0426c6

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. het afdelingshoofd: ieder afdelingshoofd van de directie Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Financiën;

b. de medewerkers: de medewerkers en de (senior) adviseurs van het Bureau Consignatie van de directie Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Financiën, welk onderdeel van deze directie belast is met de uitvoering van de Wet op de consignatie van gelden;

c. de wet: de Wet op de consignatie van gelden.

Artikel 2

1 Aan het afdelingshoofd wordt ondermandaat verleend om:

a. gelden op te nemen in de consignatiekas waarvan de consignatie wordt bevolen of toegelaten bij wettelijk voorschrift of een beschikking van de Minister van Financiën dan wel een beslissing van de rechter ingevolge artikel 2 van de wet;

b. een besluit te nemen op een aanvraag tot uitkering van geconsigneerde gelden ingevolge artikel 9 van de wet.

2 Aan de medewerkers wordt ondermandaat verleend om een besluit te nemen op een aanvraag tot uitkering van geconsigneerde gelden ingevolge artikel 9 van de wet, voor zover deze uitkering een bedrag van € 49.999,99 niet te boven gaat.

Artikel 3

Aan het afdelingshoofd en de medewerkers wordt machtiging verleend om een betaalopdracht te verstrekken op grond van een daartoe genomen besluit op een aanvraag tot uitkering van geconsigneerde gelden ingevolge artikel 9 van de wet zoals vermeld in artikel 2, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 2, tweede lid, van dit besluit.

Artikel 4

1 De uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden geschiedt binnen de grenzen en met inachtneming van het ter zake geldende recht.

2 De in artikel 3 bedoelde betaalopdrachten worden verstrekt aan het Financieel Dienstencentrum dat de betalingen uitvoert. Het Financieel Dienstencentrum ontvangt daartoe van het Bureau Consignatie van de directie Financieel-Economische Zaken een overzicht van de handtekeningsbevoegdheid van de in artikel 2 bedoelde functionarissen.

Artikel 5

De ondertekening in ondermandaat luidt:

De Minister van Financiën,

namens deze,

<handtekening van de ondergemandateerde functionaris>

[naam van de ondergemandateerde functionaris],

[functie van de ondergemandateerde functionaris].

Artikel 6

Het Besluit ondermandaat en machtiging aan het afdelingshoofd, de Coördinerend beleidsadviseur, de Senior Adviseurs, Adviseurs en medewerkers van het Bureau Consignatie van de Afdeling Kaderstelling wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2026.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ondermandaat en machtiging Bureau Consignatie van de directie Financieel-Economische Zaken.