wetzoeker

Artikel 3 Ondermandaatbesluit niet-beheersaangelegenheden van het College van procureurs-generaal 2026

1 Aan de directeur van de Landelijke Bedrijfsvoering Openbaar Ministerie wordt ondermandaat verleend ten aanzien van:

a. het beslissen op verzoeken op grond van de Wet open overheid en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen;

b. het beslissen op bezwaarschriften die betrekking hebben op verzoeken op grond van de Wet open overheid en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen;

c. het beslissen op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen;

d. het beslissen op bezwaarschriften die betrekking hebben op verzoeken op grond van de Wet hergebruik van overheidsinformatie en het nemen van daarmee samenhangende beslissingen;

e. het behandelen van beroepschriften naar aanleiding van beslissingen op bezwaar, evenals het optreden ter zitting en het aanwenden van rechtsmiddelen naar aanleiding van deze beroepschriften;

f. het beslissen op klachten als bedoeld in titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht ten aanzien van onder hen ressorterende medewerkers.

2 De directeur van de Landelijke Bedrijfsvoering Openbaar Ministerie kan:

a. het in artikel 6, eerste lid, onder a en c gegeven ondermandaat maximaal twee hiërarchische niveaus doorgeven;

b. het in artikel 6, eerste lid, onder b en d gegeven ondermandaat één hiërarchisch niveau doorgeven;

c. het in artikel 6, eerste lid, onder e gegeven ondermandaat doorgeven aan onder hem ressorterende medewerkers die met die taak zijn belast.

Regeling
Ondermandaatbesluit niet-beheersaangelegenheden van het College van procureurs-generaal 2026
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
02-04-2026
BWB-id
BWBR0052482
Versie
2026-04-02_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl