wetzoeker

2.1.3 — Materialiteitstabel Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025

Materialiteitstabel

1 december 2025

Een verklaring met een goedkeurende strekking met betrekking tot de rechtmatigheid impliceert, dat gegeven de betrouwbaarheid, in de verantwoording geen afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) voorkomen, die groter zijn dan de percentages in de hieronder opgenomen materialiteitstabel.

Tabel 2.1.3a Materialiteitstabel rechtmatigheid

Soort controleverklaring | Goedkeurend | Met beperking | Oordeelonthouding of Afkeurend

Fouten in de verantwoording plus onzekerheden in de controle in % van de totale publieke middelen | ≤3% | > 3% en <5% | ≥5%

De materialiteit is van toepassing op het oordeel over de financiële rechtmatigheid en de overige rechtmatigheid, tenzij sprake is van een specifieke uitvoeringsmaterialiteit.

Publieke middelen worden gedefinieerd in RJ 940.

In het accountantsprotocol wordt geen materialiteit meer voorgeschreven voor de getrouwheid. Voor OCW is een maximale materialiteit van 2% van het totaal van de baten of 5% van het balanstotaal aanvaardbaar. Het is de verantwoordelijkheid van de instellingsaccountant om deze te bepalen met inachtneming van hetgeen hierover in de standaarden is opgenomen. Uit toepassing van de standaarden blijkt dat het totaal van de baten in het algemeen een passende benchmark is voor een onderwijsinstelling. Voor samenwerkingsverbanden passend onderwijs blijkt het totaal van de baten of het balanstotaal geen passende benchmark te zijn. Voor samenwerkinsgverbanden passend onderwijs is voor OCW een maximale materialiteit van 2% van de netto-baten aanvaardbaar. De netto-baten zijn de totale baten verminderd met de verplichte afdrachten uit te voeren door OCW.

Voor elke post gelden voor de evaluatie van afwijkingen bij de oordeelvorming de materialiteit op jaarrekeningniveau zoals opgenomen in de materialiteitstabel rechtmatigheid.

Voor alle in het accountantsprotocol genoemde posten, exclusief de hieronder opgenomen posten, geldt een standaard rapportagegrens van 0,1% (van de totale publieke middelen). De rapportagegrens geeft aan vanaf welke omvang fouten en onzekerheden gemeld moeten worden aan OCW in het verslag van bevindingen. Zie verder omgaan met afwijkingen.

Voor de volgende posten/onderwerpen geldt een specifieke uitvoeringsmaterialiteit (SM) en specifieke rapportagegrens (SR):

• Treasurybeleid (paragraaf 2.4.1) (0% SM, 0% SR)

• Geoormerkte aanvullende subsidies / bekostiging met een bestedingsverplichting (3% SM, 0% SR)

• NWO-subsidies (3% SM, 0,1% SR)

• Declaraties HO (3% SM, 1% SR)

• Kosten opleidingen in het buitenland (€ 250.000 SM, 0% SR)

De afwijkingen (als gevolg van fouten en fraude, en onzekerheden) die bij deze controlewerkzaamheden worden geconstateerd worden door de instellingsaccountant ook betrokken in de evaluatie van afwijkingen bij de oordeelvorming bij de jaarrekening als geheel.

In geval dat er op grond van artikel 3, sub h, van de Rjo een consolideerde jaarverslaggeving van meerdere bevoegde gezagen gezamenlijk plaatsvindt dient de materialiteit (waaronder de specifieke uitvoeringsmaterialiteit en de specifieke rapportagegrens) in dit hoofdstuk toegepast te worden op de verslaglegging van het instandhoudingniveau (d.w.z. op het niveau van één bevoegd gezag).

Regeling
Regeling onderwijsaccountantsprotocol OCW 2025
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
26-03-2026
BWB-id
BWBR0052457
Versie
2026-03-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl