wetzoeker

Artikel 3 Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2026

1 In bijlage 1 bij deze beleidsregel staan de normbedragen die, met inachtneming van artikel 10:7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet en met toepassing van het tweede en vierde lid, van dat artikel als uitgangspunt worden gehanteerd bij het opleggen van een bestuurlijke boete.

2 Bij het opleggen van een bestuurlijke boete wordt in beginsel uitgegaan van een normale verwijtbaarheid als bedoeld in het derde lid, onder b.

3 Het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermenigvuldigd met de factor:

a. 0,50, indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid;

b. 1,00, indien sprake is van normale verwijtbaarheid;

c. 1,50, indien sprake is van grove schuld; en

d. 2,00, indien sprake is van opzet.

4 Bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval de volgende omstandigheden meegewogen:

a. eerdere interventies of overtredingen;

b. andere overtredingen in de controleperiode;

c. het met de overtreding behaalde voordeel;

d. de impact of duur van de overtreding;

e. of de overtreding op eigen initiatief is beëindigd.

5 In bijlage 2 bij deze beleidsregel staan de overtredingen waarvoor bij de toepassing van het eerste lid direct bij constatering een bestuurlijke boete wordt opgelegd en de overtredingen waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven en pas nadat eenzelfde overtreding nogmaals is geconstateerd, wordt overgegaan tot oplegging van een bestuurlijke boete.

Regeling
Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2026
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
18-03-2026
BWB-id
BWBR0052429
Versie
2026-03-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl