wetzoeker

7.8.7 — Bevordering biodiversiteit Kavelbesluit V windenergiegebied Hollandse Kust (noord)

Bevordering biodiversiteit

Het aanleggen en in gebruik nemen van windparken kan negatieve effecten met zich meebrengen voor biodiversiteit. Om daar op verantwoorde wijze mee om te gaan, kent dit besluit onder meer voorschriften voor mitigerende maatregelen. Daarnaast kunnen windparken in potentie ook voordelen met zich meebrengen voor een gezonde zee en behoud en duurzaam gebruik van van nature in Nederland voorkomende soorten en habitats. Naast het realiseren van bepaalde duurzame vormen van medegebruik (zie paragraaf 6.14), kan door zogeheten natuur-inclusief ontwerpen en bouwen ook direct of indirect worden bijgedragen aan behoud en duurzaam gebruik van van nature voorkomende soorten en habitats in Nederland, bijvoorbeeld doordat bepaalde organismen kunnen profiteren van de toegepaste materialen.

Mede vanuit het beleidsdoel om de trend van verslechtering van het mariene ecosysteem om te buigen naar een ontwikkeling in de richting van herstel, is in het besluit een voorschrift opgenomen (voorschrift 4, lid 8) dat de vergunninghouder, indien stenen of andere materialen gebruikt worden als erosiebescherming rondom de fundatie van windturbinepalen, de verplichting oplegt maatregelen te nemen ter vergroting van het geschikte habitat voor van nature in de Noordzee voortkomende soorten, in het bijzonder voor ‘paraplusoorten’ als kabeljauw en platte oesters, middels kleine en/of grote holen en spleten en (be)vestigingssubstraat voor soorten. Op deze wijze draagt het windpark actief bij aan versterking van een gezonde zee en versterking van behoud en duurzaam gebruik van soorten en habitats die van nature in Nederland voorkomen. Indien de vergunninghouder geen erosiebescherming rondom de fundatie aanlegt, is dit voorschrift niet van toepassing.

Een consultatie van onder meer natuurorganisaties over een eerder onderzoek

94 Van Duren, L.A., Gittenberger, A., Smaal, A.C., Van Koningsveld, M., Osinga, R., Cado van der Lelij, J.A. & De Vries, M.B. (2016). Rijke riffen in de Noordzee: verkenning naar het stimuleren van natuurlijke riffen en gebruik van kunstmatig hard substraat. Delft: Deltares; http://publications.deltares.nl/1221293_000_Eng.pdf.

leverde een voorkeur op voor het nader willen uitwerken van twee richtingen: het toepassen van natuurstimulerende erosiebeschermende bestorting bij de bouw van nieuwe windparken en het introduceren van platte oesters in (nieuwe) windparken. Deze richtingen zijn tot nu toe respectievelijk nader verkend middels een onderzoek naar mogelijkheden voor het toepassen van natuurstimulerende erosiebeschermende bestorting in windparken op zee, met een focus op twee ‘paraplusoorten’: platte oester en kabeljauw

95 http://www.buwa.nl/fileadmin/buwa_upload/Bureau_Waardenburg_rapporten/17-001_Bureau_Waardenburg_report_EcoFriendly_design_scour_protection.pdf, zie o.a. blz 19/20.

en middels twee onderzoeken naar mogelijkheden voor de ontwikkeling van platte oesterpopulaties in Nederlandse windparken op zee

96 http://library.wur.nl/WebQuery/wurpubs/fulltext/412950 en Kamermans, P., Van Duren, L. Kleissen, F. (2018), Flat oysters on offshore wind farms: additional locations; opportunities for the development of flat oyster populations on planned wind farms and additional locations in the Dutch section of the North Sea.

. Het zogeheten natuur-inclusief ontwerpen en bouwen dient wel betrekking te hebben op de structuren van het windpark zelf. De erosiebescherming rondom de fundaties van het windpark zelf kan een geschikte habitat vormen, indien het aan de eisen uit het voorschrift voldoet.

De maatregelen mogen alleen voorzieningen betreffen die direct zijn gerelateerd aan de op te richten windturbines. Tegelijk worden andere benaderingen die actief bijdragen aan de hiervoor aangegeven doelstellingen niet uitgesloten. Extra installaties en eventuele voorzieningen zijn mogelijk wel vergunningplichtig op grond van de Waterwet, wanneer deze niet direct gerelateerd zijn aan de op te richten windturbines. Bij de vergunningverlening worden ook de belangen van het windpark afgewogen. De erosiebescherming rondom de fundatie van windturbinepalen kan hiervoor wel geschikte kenmerken krijgen. Voor alle toegepaste maatregelen geldt dat ze voor vergelijkbare ontwerpcondities ontworpen moeten worden als de bodembescherming, de fundering en de kabelaansluitingen. Er dient te worden aangetoond dat niet alleen de toegepaste structuren hydrodynamisch stabiel zijn, maar ook de naastgelegen bodembescherming. Tevens dient er aandacht te worden besteed aan het minimaliseren van aanzanding in de toegepaste structuren en effecten op ontgronding aan de rand van de bodembescherming (‘edge scour’).

Zoals beschreven in de paragrafen 4.4.5 en 7.8.6 bestaan er generieke kennisleemtes en zal op grond van dit kavelbesluit monitoring en evaluatie plaatsvinden. Voor de onder a van voorschrift 4, lid 8 genoemde standaardmaatregel en onder b genoemde alternatieve maatregelen, worden kennisleemtes ingevuld via het door de overheid op te zetten monitorings- en evaluatieprogramma. Voor de onder c van voorschrift 4, lid 8 opgenomen alternatieve wijze om te voorzien in vergroting van het geschikte habitat voor van nature in de Noordzee voorkomende soorten vormt een toereikend en locatiespecifiek monitoringsprogramma een onderdeel van het door de vergunninghouder op te stellen plan van aanpak. Monitoring van effecten zal plaatsvinden om de effecten van natuur-inclusief bouwen van windparken op lange termijn in kaart te kunnen brengen.

Regeling
Kavelbesluit V windenergiegebied Hollandse Kust (noord)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0052410
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl