6.7.2 — Gevolgen Kavelbesluit V windenergiegebied Hollandse Kust (noord)
Gevolgen
Luchtverkeersgebieden
Windturbines zijn hindernissen als hierboven beschreven en gezagvoerders zullen daarmee rekening moeten houden als ze zich in de nabijheid daarvan bevinden. In de voorschriften is opgenomen dat de windturbines maximaal 251 meter boven het zeeniveau mogen uitsteken. Op basis van de eerder aangeven tabel van luchtverkeersgebieden zullen de turbines geen gevolgen hebben voor het verkeer dat van en naar Schiphol vliegt.
Communicatie-, navigatie- of surveillanceapparatuur
Wanneer een windpark zich binnen de beschermingscontour van de communicatie-, navigatie- of surveillanceapparatuur (CNS) van Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) bevindt, kan mogelijk verstoring van communicatie optreden.
Helicopter Main Routes
Door het windenergiegebied Hollandse Kust (noord) lopen twee ‘Helicopter Main Routes’ (HMR) aangeduid als KY660 en KY667. Een HMR is een luchtverkeersroute waar civiele helikopters opereren op een geregelde en herhaalde basis, voornamelijk van en naar olie- en gasplatforms. KY660 en KY667 worden gebruikt voor vliegbewegingen van helikopters van en naar diverse olie- en gasplatforms in en in de omgeving van het windenergiegebied Hollandse Kust (noord). Aan weerszijden van een HMR dient 2 zeemijl obstakelvrij te blijven, in totaal dus 4 zeemijl
48 De vier zeemijl geldt onder IFR. In het geval er alleen ter plaatse onder VFR wordt gevlogen moet dit niet minder dan 1 NM breed zijn.
. Bovendien moeten helikopters conform EU nr. 932/2012 vaartuigen en andere constructies (waaronder windturbines) met een minimumafstand van 500 ft vermijden.
Voor een HMR geldt een normale minimum vlieghoogte van 2000 voet, maar in verband met ice-ing condities mag er tot minimum minimale vlieghoogte van 1.500 voet (circa 460 meter) worden gevlogen. Daarnaast geldt een minimale verticale obstakelvrije ruimte (verticale separatiezone) van 1.000 voet (circa 300 meter) tussen het vliegverkeer en een object op zee. Aangezien de maximaal beoogde tiphoogte van de windturbines 251 meter is, en het onderste niveau van de HMR 1500 voet (circa 460 meter), met een separatie-eis van 1.000 voet (circa 300 meter), wordt de hoogtegrens (150 meter) overschreden. Uit MER volgt dat de effecten van Kavel V op het helikopterverkeer daarom als negatief beoordeeld worden.
Helicopter Traffic Zones
Een windpark dat zich binnen de vijf nautische mijl obstakelvrije zone bevindt, kan tot gevolg hebben dat helikopters de mijnbouwplatforms in en nabij windenergiegebied Hollandse Kust (noord) soms anders zullen moeten benaderen. In het onderzoek
49 To70, Desk study, Helicopter accessibility of oil & gas platforms near the offshore wind farms Hollandse Kust (zuid and noord), april 2017, te vinden op https://offshorewind.rvo.nl/interfacestudies
naar de toepasbaarheid van een segmentbenadering voor de helikopterbereikbaarheid van mijnbouwplatforms is onderzocht welk effect de realisering van windparken binnen de zone van vijf nautische mijl heeft voor de bereikbaarheid van een aantal specifieke mijnbouwplatforms, waaronder de mijnbouwplatforms Halfweg, A04-A, Q04-B en Q04-C.
De uitkomsten van het onderzoek voor de uiteindelijke bereikbaarheid van deze platforms is hieronder weergegeven:
Platform | Gemiddelde bereikbaarheid zonder windpark1 | Gemiddelde bereikbaarheid met windpark, inclusief segmentbenadering | Aantal vluchten per jaar
Halfweg | 95% | 94%2 | <10
Q04-A | 95% | Niet meer bereikbaar | ~100
Q04-B | 95% | Niet meer bereikbaar | ~50
Q04-C | 95% | 94%3 | ~104
1 Zie p. 27, To70, Desk study, Helicopter accessibility of oil & gas platforms near the offshore wind farms Hollandse Kust (zuid and noord), april 2017, te vinden op https://offshorewind.rvo.nl/interfacestudies
2 Zie p. 27, To70, Desk study, Helicopter accessibility of oil & gas platforms near the offshore wind farms Hollandse Kust (zuid and noord), april 2017, te vinden op https://offshorewind.rvo.nl/interfacestudies
3 Zie p. 4, To70, Bereikbaarheid en SAR – Q4C, Onderzoeksresultaten n.a.v. aangepast ontwerp windgebied HKN, te vinden via https://offshorewind.rvo.nl/interfacestudies.
4 Bij andere activiteiten zoals groot onderhoud, boringen en dergelijke zal het aantal vluchten toenemen.
De mijnbouwplatforms Q04-A en Q04-B zullen niet meer per helikopter bereikbaar zijn door de aanwezigheid van een windpark in kavel V. Echter omdat de winningsvergunningen voor beide platforms aflopen in december 2019 en hierna niet meer in gebruik zullen zijn, zal het windpark uiteindelijk geen effect hebben op de helikopter bereikbaarheid van beide platforms. Voor deze platforms is ‘maatwerk in tijd’ aan de orde zoals beschreven in de Beleidsnota Noordzee 2016-2021.
Door de ligging van het windpark in kavel V neemt de bereikbaarheid met helikopters van mijnbouwplatform Q4C iets af. Voor vluchten waarbij personeel van en naar het platform wordt vervoerd gaat het om een daling van 95% naar 94% van de tijd. Voor Search and Rescue (SAR) operaties gaat het om een daling van 93% naar 91%
50 Zie p. 4, To70, Bereikbaarheid en SAR – Q4C, Onderzoeksresultaten n.a.v. aangepast ontwerp windgebied HKN, te vinden via https://offshorewind.rvo.nl/interfacestudies.
. Uit het eerder genoemde zogonderzoek blijkt dat helikopters die op een afstand van 1 nautische mijl van het windpark vliegen last kunnen hebben van zog van de turbines die aan de rand van het windpark zijn geplaatst.
- Regeling
- Kavelbesluit V windenergiegebied Hollandse Kust (noord)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 17-07-2026
- BWB-id
- BWBR0052410
- Versie
- 2026-07-17_0