wetzoeker

6.7.1 — Regelgeving en beleid Kavelbesluit V windenergiegebied Hollandse Kust (noord)

Regelgeving en beleid

Luchtverkeersgebieden

Windenergiegebied Hollandse Kust (noord) ligt binnen de laterale begrenzing van verschillende luchtverkeersgebieden. Het betreft de volgende gebieden met de weergegeven kenmerken:

Gebied | Luchtruimklasse | vluchtuitvoering | Ondergrens | Bovengrens

Schiphol TMA11 | A | IFR2 | 1.500 ft3 | 9.500 ft

Schiphol TMA2 | A | IFR | 3.500 ft | 5.500 ft

Schiphol TMA6 | A | IFR | 3.500 ft | 9.500 ft

1 TMA staat voor Terminal Control Area

2 IFR wil zeggen dat een vlucht onder instrumentvliegvoorschriften plaatsvindt.

3 1 ft komt overeen met 0,3048 meter.

Kavel V van windenergiegebied Hollandse Kust (noord) bevindt zich gedeeltelijk onder Schiphol TMA1, TMA2 en TMA6.

Ten aanzien van de verticale en horizontale separatie ten opzichte van obstakels gelden de in het Besluit luchtverkeer 2014 en Verordening EU nr. 923/2012 gestelde eisen. Concreet betekent dit dat bij een VFR

44 VFR wil zeggen dat een vlucht onder zichtvliegvoorschriften plaatsvindt.

vlucht het luchtvaartuig een minimale afstand van 500 voet (circa 152 meter) moet aanhouden boven de hoogste hindernis in een straal van 500 voet rond het luchtvaartuig. Voor IFR vluchten geldt een separatie van minstens 1.000 voet (circa 305 meter) boven de hoogste hindernis binnen 8 kilometer van de geschatte positie van het luchtvaartuig.

Helikopterverkeer

In de Beleidsnota Noordzee 2016-2021 is onderzoek aangekondigd naar de toepasbaarheid van een segmentbenadering

45 Bij de segmentbenadering hebben overheid en helikoptersector gezamenlijk onderzocht of er ruimte is om maatwerk afspraken te maken waarbij 5 nautische mijl onder strikte voorwaarden zou kunnen worden teruggebracht tot 2,5 nautische mijl. Dit onderzoek biedt daarmee een generieke basis voor het opstellen van latere locatie specifieke procedures door helikoptermaatschappijen, conform EC965/2012.

voor de helikopterbereikbaarheid van mijnbouwplatforms en de effecten van zogturbulentie van de windparken op helikopters. Deze onderzoeken zijn intussen afgerond. Uit het eindrapport van het zogonderzoek

46 NLR-CR-2016-266 Offshore windturbinezog en veilige helikopteroperaties, te vinden via https://www.noordzeeloket.nl/

volgt dat het effect van zog als gevolg van een windpark een zeer beperkt effect heeft op het aanvliegen van mijnbouwplatforms met een helikopter. In het zogonderzoek is uitgegaan van een worst-case benadering van maximaal 8 rotordiameters welke een veilige zogafstand is bevonden. Bij de beoogde turbines met een rotordiameter van maximaal 221 meter, komt dat in de praktijk neer op 1 NM. Op een afstand van meer dan 1 nautische mijl is er geen noemenswaardig effect van zog op de veiligheid en het vlieggedrag van een helikopter als gevolg van een windpark.

Windenergiegebied Hollandse kust (noord) valt binnen de Helikopter Traffic Zone (HTZ) van de helikopterplatforms Halfweg, Q04-A, Q04-B en Q04-C, zoals weergegeven in figuur 6.

Een HTZ is een obstakelvrije zone van 5 nautische mijl

47 De afstand van vijf zeemijl betreft een Nederlandse interpretatie van internationale luchtvaartregelgeving(ICAO annex 14 en 6 resp. JAR OPS 3).

rondom een boor- of productieplatform met als doel om op lage hoogte veilig manoeuvres te kunnen uitvoeren, verbonden aan de nadering of het vertrek van een helikopter. Een HTZ is een gebied ter verhoging van het vliegveiligheidsbewustzijn van de piloot en dient ter bescherming van het luchtverkeer onderling. De zone van 5 NM wordt aangehouden om de kans op een aanvaring tussen een helikopter, ander luchtverkeer en een obstakel te minimaliseren. Een obstakel kan betrekking hebben op een klein bootje, een groot schip of een windturbine(park). Deze brede interpretatie is nodig omdat een helikopter die in slecht weer volledig vliegt op instrumenten, op basis van die instrumenten geen goed onderscheid kan maken tussen deze verschillende obstakels en de hoogte ervan. Als volledig op instrumenten wordt gevlogen – een situatie die op de Noordzee circa 25% van de tijd voorkomt – mag de vlieger pas op een hoogte van 1.500 voet uitgaan van voldoende verticale separatie van een obstakel. Anders dient de helikopter om het obstakel heen te vliegen.

Markerings- en obstakelverlichting

Om de veiligheid voor het vliegverkeer te waarborgen zijn de windturbines voorzien van markerings- en obstakelverlichting. Het verlichting aspect wordt behandeld in paragraaf 6.2.

Regeling
Kavelbesluit V windenergiegebied Hollandse Kust (noord)
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-07-2026
BWB-id
BWBR0052410
Versie
2026-07-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl