6.11.2 — Gevolgen Kavelbesluit V windenergiegebied Hollandse Kust (noord)
Gevolgen
MARIN-veiligheidsstudie kavel V
De MARIN-veiligheidsstudie – met kenmerk 30450-1-MSCN-rev.0 – gaat in op de effecten van een windpark in windenergiegebied Hollandse Kust (noord).
De MARIN-veiligheidsstudie voor kavel V beschrijft gevolgen voor het scheepvaartverkeer en is een bijlage bij het MER. De cumulatieve gevolgen voor de scheepvaartveiligheid zijn inzichtelijk gemaakt aan de hand van twee alternatieven. Alternatief 1 bestaat uit 95 turbines van 8 MW en alternatief 2 bestaat uit 76 turbines van 10 MW. Daarnaast is onderzocht wat de effecten zijn van doorvaart met schepen tot 24 meter in het windpark, waaronder recreatievaart en kleine vissersschepen. Verder gaat de studie in op de risico’s voor aanvaringen en aandrijvingen tegen turbines en indirecte risico’s zoals olie-uitstroom en persoonlijke ongevallen.
Cumulatieve effecten
Meerdere (toekomstige) windparken kunnen extra veiligheidsrisico’s met zich brengen. Dit wordt het cumulatieve effect genoemd. In de MARIN-studie is het cumulatieve effect wat veroorzaakt wordt door deze parken opgenomen als basissituatie. Dit betekent dat de cumulatieve effecten niet apart berekend zijn.
Aanvaringen- en aandrijfkansen
In de MARIN-veiligheidsstudie voor kavel V zijn de aanvaar- en aandrijfkansen (rammings en driftings) berekend en de gevolgen hiervan, waaronder bezwijken van de turbine, olie-uitstroom en persoonlijk letsel. Om dit te kunnen berekenen is de afwikkeling van het scheepvaartverkeer in SAMSON gemodelleerd (Safety Assessment Model for Shipping and Offshore on the North Sea).
Uit deze berekening blijkt dat de aanvaar- en aandrijfkansen voor kavel V van alternatief 1 hoger zijn dan die van alternatief 2. De totale aanvaar- en aandrijfkansen bedragen voor alternatief 1 eens in de 13,5 jaar voor verkeer groter dan 24 meter en eens in de 46,8 jaar voor verkeer kleiner dan 24 meter. Voor alternatief 2 bedragen de aanvaringskansen eens in de 21,3 jaar voor verkeer groter dan 24 meter en eens in de 112,4 jaar voor verkeer kleiner dan 24 meter.
Figuur 8 Verwachte aantal aanvaringen/aandrijvingen per jaar voor kavel V
Variant | Aantal turbines | Aantal aanvaringen (rammen) per jaar | Aantal aandrijvingen (driften) per jaar | Totaal aantal per jaar | Eens per ...jaar
R-schepen | N-schepen | R-schepen | N-schepen
Alternatief I 8MW Schepen >24 m | 95 | 0,001559 | 0,035049 | 0,028156 | 0,009117 | 0,073882 | 13,5
Alternatief I 8 MW Schepen <24 m | 95 | Nihil | 0,018498 | Nihil | 0,002877 | 0,021375 | 46,8
Alternatief II 10 MW Schepen >24 m | 76 | 0,001003 | 0,017185 | 0,022088 | 0,006698 | 0,046974 | 21,3
Alternatief II 10 MW Schepen <24 m | 76 | nihil | 0,007232 | Nihil | 0,001663 | 0,008895 | 112,4
* R-schepen zijn route gebonden schepen en N-schepen zijn niet route gebonden schepen.
De kans op aanvaringen en aandrijvingen als gevolg van het openstellen van een windpark voor schepen tot 24 meter (inclusief de op zeil varende schepen) is zeer klein. De reden hiervan is dat in het algemeen deze schepen door de relatieve beperkte massa een grote wendbaarheid hebben. Daarnaast is er voldoende ruimte tussen de windturbines beschikbaar om te manoeuvreren als gevolg van de onderlinge minimale afstand van windturbines ten opzichte van elkaar.
Indirecte gevolgen: olie-uitstroom en persoonlijk letsel
Door aanvaringen en aandrijvingen kunnen indirecte gevolgen optreden, zoals olie-uitstroom en persoonlijk letsel. De kans op olie-uitstroom is veel kleiner dan de kans op aanvaringen en aandrijvingen omdat niet elke botsing resulteert in olie-uitstroom. Voor kavel V geldt dat voor alternatief 1 eens per 496 jaar een uitstroom van bunker en ladingolie wordt verwacht. Voor alternatief 2 is dat eens in de 646 jaar. De kans op persoonlijk letsel is klein. Bij de 8 MW variant is het verwachte gemiddelde aantal doden per jaar als gevolg van een aanvaring of aandrijving van een turbine 0,001062 en het verwachte aantal doden voor de 10 MW variant is 0,000657.
Kruisende scheepvaart
In de MARIN studie is onderzocht welke effecten een windpark in kavel V kan hebben op kruisende scheepvaart. Onderzocht zijn kruisend verkeer bij de noordzijde en kruisend verkeer bij de corridor aan de westzijde van het windpark. Uit de MARIN studie volgt dat schepen voldoende tijd hebben om uit te wijken.
Recreatievaart
Het windpark kan een aantrekkende werking op recreatievaart hebben. Recreatievaart in of nabij het windpark kan hierdoor toenemen. Dit kan een gevaar opleveren voor recreanten in verband met mogelijke aanvaringen met windturbines. Gelet op de beperkte omvang, de lagere massa en de grotere wendbaarheid van deze schepen is dit risico beperkt. In verband met de veiligheid en toezicht en handhaving dienen alle schepen die door parken heen willen varen technische middelen zoals AIS-B en een marifooninstallatie (VHF) aan boord te hebben. Deze en andere voorwaarden zijn vastgelegd in beleidsregels.
- Regeling
- Kavelbesluit V windenergiegebied Hollandse Kust (noord)
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 17-07-2026
- BWB-id
- BWBR0052410
- Versie
- 2026-07-17_0